De Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad heeft op 7 februari 2020 de bevoegdheid van de rechter besproken om over de nietigheid of vernietigbaarheid van een besluit van de VVE tegelijkertijd een oordeel te geven.

Het oordeel van het hof dat verzoeker het bezwaar dat een in het splitsingsreglement voorgeschreven gekwalificeerde meerderheid niet is gehaald – op zich beschouwd – in een dagvaardingsprocedure bij de rechtbank had moeten aankaarten, is juist.

Op grond van art. 2:14 lid 1 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, dat in strijd is met de wet of de statuten, nietig, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit.

Op grond van art. 2:15 lid 1 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar wegens strijd (a) met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen; (b) met de redelijkheid en billijkheid die door art. 2:8 BW worden geëist en (c) met een reglement. Indien een op grond van de wet of de statuten vereiste gekwalificeerde meerderheid niet is gehaald, is sprake van een gebrek dat nietigheid met zich brengt (en niet van een met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen strijdig vernietigbaar besluit).

VVE. Procesrecht. Samenhangende vorderingen. Bevoegdheid van dezelfde rechter om oordeel te geven over een vernietigbaar en een nietig besluit. Kan in de verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter beide aan de orde worden gesteld?

De advocaat-Generaal concludeert als volgt.

Ingevolge art. 5:124 lid 2 BW zijn onder meer de artikelen 2:14 en 2:15 BW van toepassing op de wettelijke regeling van de vereniging van eigenaars, met inachtneming van de in titel 5.9 aangegeven afwijkingen.

In art. 5:129 lid 1 BW is bepaald dat voor de toepassing van art. 2:14 BW de akte van splitsing (waarvan krachtens art. 5:111, aanhef en onder d, BW het splitsingsreglement deel uitmaakt) wordt gelijkgesteld met de statuten.

Voor het laten vaststellen van de nietigheid van een besluit van de vergadering van eigenaars is – anders dan in art. 5:130 lid 1 BW met betrekking tot een verzoek tot vernietiging (zie hierna) – niet de verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter voorgeschreven.

Een vordering tot het verkrijgen van een verklaring voor recht dat een besluit van de vergadering van eigenaars nietig is omdat een in het splitsingsreglement voorgeschreven gekwalificeerde meerderheid niet is gehaald, moet daarom (op zichzelf) aan de rechtbank worden voorgelegd.

Wanneer het gaat om een verzoek tot vernietiging van een besluit van de vergadering van eigenaars, moet dat op grond van art. 5:130 lid 1 BW – in afwijking van art. 2:15 lid 3 BW – in een verzoekschriftprocedure aan de kantonrechter worden voorgelegd.

Overigens geldt dan ook een korte termijn voor het aanhangig maken van de procedure en een afwijkende hoger beroepstermijn (lid 2 en 3).

In de literatuur en de feitenrechtspraak wordt doorgaans aangenomen dat wanneer iemand zich in een procedure tot vernietiging van een besluit van de vergadering van eigenaars tevens beroept op de nietigheid van dat besluit, beide aspecten in de verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter aan de orde kunnen worden gesteld.

De procedure niet hoeft te worden gesplitst om het beroep op nietigheid in een afzonderlijke procedure door de rechtbank te laten beoordelen.

Argumenten van proceseconomische aard verzetten zich tegen splitsing van de procedure.

Er zouden dan immers twee procedures zijn over hetzelfde besluit.

Daarom is in zo’n geval de kantonrechter ook bevoegd om te beslissen over het samenhangende beroep op nietigheid.

Deze benadering strookt ook met art. 94 lid 2 Rv en het uitgangspunt van de wetgever dat samenhangende vorderingen vanuit een oogpunt van doelmatigheid zoveel mogelijk door één en dezelfde rechter moeten worden behandeld en beslist, waarbij rekening moet worden gehouden met het specialisme van de kantonrechter op het gebied van de diverse aardvorderingen.

Hierover is nog het volgende op te merken. In december 2018 is een informele consultatie gehouden over een door de Werkgroep Modernisering Appartementsrecht Nederland opgesteld concept wetsvoorstel tot wijziging van het BW en Rv ter verbetering van de regeling van appartementsrechten.

Dat concept wetsvoorstel voorziet onder meer in toevoeging van een derde lid aan art. 5:129 BW, waarin, voor zover thans van belang, is bepaald dat de nietigheid, bedoeld in art. 14 van Boek 2, op verzoek wordt uitgesproken door de rechter (zie artikel I onder N).

Verder wordt in art. 93 een nieuwe categorie door de kantonrechter te behandelen en beslissen ‘aardvorderingen’ geïntroduceerd, namelijk zaken betreffende appartementsrechten die vermeld zijn in (o.m.) de artikelen 5:129 lid 3 en 5:130 lid 1 BW (zie artikel II).

In laatstgenoemde bepaling zou dan de afzonderlijke verwijzing naar de kantonrechter kunnen komen te vervallen (zie artikel I onder H).

In de toelichting op de voorgestelde wijzigingen wordt gesignaleerd dat kantonrechters die verzoeken tot nietigverklaring krijgen voorgelegd, daar op verschillende wijzen mee omgaan en dat met de wijziging wordt tegemoetgekomen aan een sinds jaar en dag bestaande roep uit de praktijk van VvE-juristen ‘alle VvE-zaken naar de sector kanton en nietigheid bij verzoekschrift’ om aan dit onderscheid een einde te maken.

Wat de huidige stand van zaken van dit initiatief is, is niet bekend.

Om op dit punt duidelijkheid te geven aan de rechtspraktijk zou de Hoge Raad – ten overvloede – kunnen beslissen dat als aan de kantonrechter een verzoek tot vernietiging van een VvE-besluit wordt voorgelegd, deze tevens bevoegd is om te beslissen op een samenhangend verzoek dat strekt tot verkrijging van een verklaring voor recht dat het besluit nietig is.

Wilt u de gehele conclusie bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.