De Rechtbank Midden-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of het besluit van de VvE om geen toestemming te verlenen aan appartementseigenaren voor het doorbreken van een dragende muur redelijk was,

Verzoekers vragen aan de kantonrechter om het weigeringsbesluit van de VvE te vernietigen of nietig te verklaren en hen vervangende machtiging te verlenen om de doorbraak van een dragende muur te realiseren,

Appartemensrecht. VVE. Is het besluit van de VvE om geen toestemming te verlenen aan appartementseigenaren voor het doorbreken van een dragende muur redelijk? Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Het verzoek is op 9 januari 2026 ingediend, binnen één maand na de vergadering op 6 januari 2026.

Verzoekers zijn daarom ontvankelijk in hun verzoek.

De kantonrechter volgt verzoekers niet in hun stelling dat het besluit van de VvE nietig is.

Van strijdigheid van het besluit met de wet, statuten en/of de akte van splitsing is immers niet gebleken.

Op de mondelinge behandeling heeft de VvE de gang van zaken van het stemmen nader toegelicht.

Bij de eerste vergadering op 9 december 2025 waren er onvoldoende stemgerechtigden aanwezig of vertegenwoordigd.

De besluiten van de eerste vergadering zijn op de tweede vergadering op 6 januari 2026 formeel bekrachtigd.

De stemgerechtigden hebben met algemene stemmen (dus unaniem) gestemd tegen het verzoek van verzoekers.

Er is voldaan aan de oproepingsvereisten zoals genoemd in de splitsingsakte, zodat het besluit niet vernietigbaar is.

Verzoekers hebben betoogd dat zij geen toestemming van de vergadering van eigenaars voor het doorbreken van de muur nodig hebben (hoewel zij wél toestemming hebben gevraagd).

De kantonrechter volgt hen niet in die stelling.

Op grond van artikel 1 aanhef en sub d van het splitsingsreglement zijn de gedeelten van het gebouw “welke niet voor afzonderlijk gebruik bestemd zijn” aan te merken als gemeenschappelijk gedeelte.

Het gaat hier om een muur die niet alleen volledig binnen het appartement van verzoekers valt, maar die tegelijk ook onderdeel uitmaakt van de (bouwkundige) constructie van het gebouw.

Het doorbreken van die muur betreft daarmee dus niet alleen het aanbrengen van een verandering in hun privégedeelte waarvan zij het uitsluitend gebruiksrecht hebben, maar ook een wijziging aan de (bouwkundige) constructie van het gebouw.

Daarmee komt die muur, vanwege de constructieve functie daarvan, onder het bereik van de definitie van “gemeenschappelijk gedeelte” in artikel 1 aanhef en sub d van het splitsingsreglement.

Artikel 2 lid 4 van het splitsingsreglement geeft eigenaren de bevoegdheid in hun flat te slopen, mits geen vitale delen worden aangetast of schade wordt toegebracht aan gemeenschappelijke gedeelten.

Artikel 8 lid 2 van het splitsingsreglement is geen uitzondering op de in artikel 2 lid 4 neergelegde bevoegdheid, omdat die in artikel 2 lid 4 al wordt beperkt onder meer daar waar het gemeenschappelijke gedeelten betreft.

Een beslissing over de instandhouding van de gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw, waaronder dus de draagmuur, moet daarom worden overgelaten aan de vergadering van eigenaars.

Dat de afdeling Vergunningen van de Gemeente Utrecht een omgevingsvergunning aan verzoekers heeft afgegeven, houdt niet in dat zij geen toestemming van de VvE meer nodig hebben.

Verder blijkt ook uit jurisprudentie dat een verleende omgevingsvergunning een appartementseigenaar niet ontslaat van de verplichting om toestemming te vragen aan de VvE bij bouwplannen die invloed (kunnen) hebben op de constructie van het gebouw.

Het beroep van verzoekers op de uitspraak van de voorzieningenrechter van Amsterdam mist doel.

In die procedure was gebleken dat het ging om (al verrichtte) aanpassingen in niet dragende muren.

Vanwege die constatering stond het feitelijk vast dat de hechtheid van het pand niet in gevaar zou komen.

Op grond van artikel 5:130 jo. artikel 2:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is een besluit vernietigbaar, indien het strijdig is met de wettelijke bepalingen die de bevoegdheid van de vergadering van eigenaars en de wijze van totstandkoming van besluiten regelen, dan wel in strijd is met het huishoudelijk reglement of met de redelijkheid en billijkheid.

Hier gaat het, gelet op het standpunt van verzoekers, om een beroep op de laatste categorie.

Bij toetsing van een besluit aan redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist, gaat het om een marginale toetsing van het besluit door de rechter.

Voor vernietiging van een besluit is alleen maar plaats indien de vergadering van eigenaars in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen en de vergadering de gevraagde toestemming zonder redelijke grond heeft geweigerd.

De kantonrechter is van oordeel dat de vergadering van eigenaars in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen.

De vereniging heeft een belangenafweging gemaakt tussen enerzijds het belang van verzoekers om hun woonwensen in hun appartement te realiseren en anderzijds het belang van de hele VvE om een veilige en stabiele constructie van het pand te behouden.

Op de algemene ledenvergadering zijn zorgen geuit dat de draagkrachtberekening van verzoekers uitsluitend ziet op het betreffende appartement en niet op de draagstructuur van het gehele gebouw van tien verdiepingen.

Evenmin zijn de cumulatieve effecten van toekomstige vergelijkbare muurdoorbraken in de berekening opgenomen.

Dat zijn legitieme bezwaren van de VvE en ook bezwaren die zien op een belang waarover de VvE heeft te waken.

Dat het besluit, na afweging van de betrokken belangen, in het nadeel van verzoekers is uitgevallen, betekent niet dat de vergadering niet in redelijkheid tot dat besluit had kunnen komen.

De kantonrechter zal daarom het verzoek afwijzen.

Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat bij het verweerschrift berichten van vier bouwdeskundigen zijn overgelegd, die (kort gezegd) eerst aanvullend constructief onderzoek van het hele pand aanbevelen om de consequenties en risico’s voldoende te kunnen beoordelen.

Indien een appartementseigenaar voor een bepaalde (feitelijke of rechts)handeling de medewerking of toestemming nodig heeft van een of meer andere appartementseigenaars of van (een orgaan van) de vereniging van eigenaars, en die medewerking of toestemming wordt geweigerd kan deze worden vervangen door een machtiging van de kantonrechter.

De machtiging kan worden verleend, indien de medewerking of toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd of degene die haar moet geven zich niet verklaart.

Het artikel is te beschouwen als een bijzondere uitwerking van het beginsel dat de verhouding tussen mede-eigenaars wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid.

Het gaat daarom om een afweging van de belangen.

Uit het hiervoor gegeven oordeel dat de VvE niet heeft gehandeld in strijd met de binnen de VvE in acht te nemen redelijkheid en billijkheid door verzoekers geen toestemming te geven om een dragende muur tussen twee kamers in hun appartement te doorbreken.

Daaruit volgt logischerwijs ook dat met redelijke grond de toestemming is geweigerd.

De gevraagde vervangende machtiging wordt daarom afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.