De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de parketvloer in een appartement voldeed aan het Modelreglement.

Eiseres vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis gedaagden hoofdelijk te veroordelen om binnen 14 dagen de huidige vloer te verwijderen op straffe van een dwangsom van € 500 per dag met een maximum van € 50.000.

Appartemensrecht. VVE. Onredelijke hinder. Geluidsoverlast. Houten vloer. Voldoet de parketvloer aan het Modelreglement? Vervanging van ondervloer. Stelplicht en Bewijslast. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

De kernvraag van het geschil is of de parketvloer in de woning van gedaagden zoveel geluid doorlaat en daarmee geluidsoverlast veroorzaakt en kan veroorzaken bij eiseres dat zij die moeten aanpassen in overeenstemming met de bepalingen daaromtrent in het Modelreglement.

De rechtbank komt tot het oordeel dat dit het geval is en dat gedaagden hun vloer en/of ondervloer moeten vervangen.

Dit zal hieronder worden toegelicht.

Toetsingskader

Primair beroept eiseres zich op schending van artikel 26 lid 1 van het Modelreglement waarin is bepaald dat de vloer van een zodanige samenstelling moet zijn dat contactgeluiden zo veel mogelijk worden tegengegaan.

Het is het niet is toegestaan om een parketvloer aan te brengen, tenzij (i) hierbij normen die bij huishoudelijk reglement of door de vergadering zijn vastgesteld in acht zijn genomen en (ii) de vloeren zodanig zijn dat geen onredelijke hinder kan ontstaan bij de andere eigenaren.

Lid 3 bepaalt dat bestaande situaties ten tijde van de splitsing in 2010 moeten worden geduld.

Eiseres en gedaagden zijn het erover eens dat de vloer in het appartement een parketvloer is in de zin van artikel 26 lid 1 van het Modelreglement.

Gedaagden voeren aan dat hun vloer ondanks het verbod in lid 1 toegestaan is, vanwege de uitzonderingsbepaling van lid 3, omdat in hun appartement net als ten tijde van de splitsing een houten parketvloer ligt.

Dit verweer slaagt niet.

Vast staat immers dat in 2013, dus enkele jaren na de splitsing, een nieuwe vloer in de woning van gedaagden is geplaatst.

Dit betekent dat daarmee de “bestaande situatie ten tijde van de splitsing” zoals bepaald in lid 3 is opgeheven en een nieuwe situatie is ontstaan.

Dat er opnieuw een houten vloer is geplaatst maakt dat niet anders.

Dit betekent dat de uitzondering van artikel 26 lid 3 van het Modelreglement niet van toepassing is en de vloer moet voldoen aan het in lid 1 bepaalde.

Zoals hiervoor weergegeven is in lid 1 van artikel 26 van het Modelreglement expliciet bepaald dat parket of stenen vloeren niet zijn toegestaan.

Dergelijke vloeren zijn slechts toegestaan als voldaan is aan de twee hiervoor weergegeven voorwaarden.

Ten aanzien van de voorwaarde onder (i) staat vast dat er geen normen zijn vastgesteld door de vergadering of bij huishoudelijk reglement.

Wat onder het begrip “onredelijke hinder” in de voorwaarde onder (ii) moet worden verstaan is niet in het splitsingsreglement gespecificeerd en evenmin heeft de VvE bij huishoudelijk reglement of een vergaderbesluit nader invulling gegeven aan dit begrip.

Eiseres beroept zich voor de onderbouwing van haar standpunt dat de parketvloer niet is toegestaan en dat er sprake is van onredelijke hinder (door deze vloer) op de rapportages van Geluidconsult.

Geluidconsult heeft voor de beoordeling de normen gehanteerd die zijn neergelegd in de Handleiding meten en rekenen Burenlawaai 2007 (de Handleiding) en geconcludeerd dat er dagelijks sprake is van ontoelaatbaar veel geluidhinder.

Gedaagden hebben dit rapport ter beoordeling voorgelegd aan Bewijsrapportage.

Volgens gedaagden blijkt uit de notitie van Bewijsrapportage dat het onderzoek door Geluidconsult niet zorgvuldig is geweest en de conclusie onbetrouwbaar is.

Zo is de meetperiode niet representatief, doordat Geluidconsult heeft gemeten in de zomerperiode.

Dit is een periode waar hun dochter bovengemiddeld veel thuis is.

Die periode hebben [gedaagden] hun dochter ook minder begrensd, omdat zij wisten dat [eiseres] niet thuis was.

Daarnaast zijn de meetresultaten niet te valideren zonder geluidsfragmenten, zijn de straffactoren willekeurig toegepast, is er slechts sprake van sporadische en zeer beperkte geluidsoverschrijding en worden leefgeluiden mogelijk als hinderlijk ervaren door de constructie van het gebouw en niet door de (normale) gedragingen van de bewoners.

Gedaagden hebben ter zitting op vragen van de rechter beaamd dat Bewijsrapportage in haar notitie heeft vermeld dat zij geen opmerkingen heeft over de gehanteerde normwaarden voor burenlawaai en bevestigd dat die tabel als norm kan worden aangehouden.

In reactie op deze notitie heeft Geluidconsult nader gerapporteerd en heeft eiseres ter zitting op basis hiervan nader toegelicht dat slechts 19,5% van de gemeten uren in de vakantie vallen, de grootste overschrijdingen zijn gemeten in de avonduren, dus buiten de schooluren, dat de overlast niet wordt veroorzaakt door het gebouw en dat het niet om hoorbare leefgeluiden gaat, maar om ernstige geluidshinder als bonken, rennen, dreunen en gillen die de grenswaarden met vaak 10 decibel overschrijden.

Daarnaast heeft eiseres toegelicht dat de trillingswaarden aan het plafond zijn gemeten, deze gecombineerd met de geluidsopnamen zijn geregistreerd en heeft zij uitgelegd hoe de straffactoren zijn toegepast.

Uit deze registraties blijkt volgens haar dat van de 110 metingen 91 maal sprake is van een overschrijding van 14 decibel en daarmee sprake is van Burenlawaaiklasse 3, hetgeen inhoudt dagelijks ontoelaatbaar veel geluidshinder.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres met de zeer uitvoerige rapportages van Geluidconsult en haar toelichting daarop voldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van onredelijke geluidshinder vanuit de woning van gedaagden.

Dat daarbij ten dele in de vakantie is gemeten, of de dochter minder is begrensd, doet daar niet aan af, omdat ook in de vakantie en weekenden onredelijke hinder niet is toegestaan en de vloer gezien de meetresultaten kennelijk onvoldoende geluidsisolatie bevat.

Dit betekent dat eiseres voldoende heeft onderbouwd dat het gaat om een parketvloer waardoor onredelijke hinder kan ontstaan voor de overige eigenaars en die in beginsel niet is toegestaan op grond van artikel 26 van het Modelreglement.

Gedaagden voeren aan dat desondanks de parketvloer is toegestaan, omdat de vloer volgens de voormalige eigenaar en de aannemer die de vloer heeft gelegd voldoende is geïsoleerd met een ondervloer van groene platen.

Bovendien hebben gedaagden matten en tapijten in de woonkamer en slaapkamer gelegd voor extra geluidsisolatie.

Nu gedaagden zich op deze uitzonderingsclausule beroepen is het aan gedaagden om te stellen en te bewijzen dat de parketvloer van een zodanige samenstelling is dat contactgeluiden zoveel mogelijk worden tegengegaan en zodanig is aangebracht dat geen onredelijke geluidshinder kan ontstaan voor de andere eigenaars.

Daarin zijn gedaagden niet geslaagd.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

In het bemiddelingsgesprek met BeterBuren op 22 februari 2024 hebben partijen afgesproken samen te kijken naar de technische oplossingen aan de vloer in de woning van gedaagden.

Eiseres heeft daarop een voorstel gedaan voor het inschakelen van technisch advies, waar gedaagden in eerste instantie mee instemden, maar enkele dagen later toch van hebben afgezien.

Desondanks heeft eiseres het technisch onderzoek doorgezet, met dien verstande dat dit onderzoek zonder de toestemming van gedaagden slechts in de woning van eiseres kon plaatsvinden.

Op basis van dit onderzoek door KGI Groep werd geconcludeerd dat het aannemelijk is dat de ondervloer in de woning van gedaagden niet goed gelegd is of dat er een verkeerde ondervloer is gebruikt.

KGI Groep heeft een vervolgonderzoek geadviseerd in de woning van gedaagden om de geluidsisolatiewaarde vast te stellen.

Deze conclusie sluit aan bij de door Geluidconsult geadviseerde maatregelen om de geluidhinder tegen te gaan.

Ondanks de conclusies in de rapportages van Geluidconsult en KGI Groep over de vloer van gedaagden, hebben zij hun stelling dat er afdoende isolatiemaatregelen zijn getroffen om onredelijke hinder te voorkomen niet onderbouwd.

Zo ontbreken technische specificaties van de isolatiewaarden en eigenschappen van de aangebrachte vloer en ondervloer en van de door gedaagden aangebrachte matten en tapijten.

Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat de parketvloer zodanig is aangebracht dat geen onredelijke hinder kan ontstaan voor de overige eigenaars en dat de huidige parketvloer, bestaande uit de vloer en ondervloer, als zodanig niet is toegestaan.

Vorenstaande leidt tot de conclusie dat gedaagden de bestaande vloer zal moeten vervangen door een vloer die voldoet aan het bepaalde in artikel 26 van het Modelreglement.

Nu de VvE daartoe geen normen heeft bepaald, zal de rechtbank aansluiting zoeken bij de gelijkluidende standpunten die partijen daarover hebben ingenomen.

Gedaagden hebben tijdens de zitting bevestigd dat de tabel “normwaarden maximum geluidsniveaus ten gevolge van burenlawaai” en de door Geluidconsult genoemde isolatiewaarde van 10 decibel als uitgangspunt dienen te gelden.

De rechtbank bepaalt daarom dat de door gedaagden (op)nieuw aan te leggen vloer en/of ondervloer aan die normen dient te voldoen.

De door eiser gevorderde termijn van veertien dagen acht de rechtbank evenals gedaagden te kort om de vloer te kunnen (laten) vervangen.

Een termijn van twee maanden na betekening van dit vonnis komt de rechtbank redelijk voor.

De rechtbank ziet aanleiding om aan nakoming van de veroordeling een dwangsom te verbinden vanwege het volgende.

Begin 2024 heeft er een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden, waarbij gedaagden heeft toegezegd mee te werken aan een technisch onderzoek naar hun parketvloer.

Daar zijn zij op teruggekomen.

Daarna heeft eiseres diverse onderzoeken laten doen om te onderbouwen dat er daadwerkelijk sprake is geluidshinder door de parketvloer en heeft zij zelfs aangeboden te delen in de kosten van een nieuwe vloer.

Desondanks heeft gedaagden geen technisch onderzoek of technische aanpassingen aan de parketvloer willen doen.

Aangezien dit geschil inmiddels jaren voortsleept, ziet de rechtbank belang in het opleggen van een dwangsom.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.