De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over het handhavend optreden door de VVE tegen individuele appartementseigenaren.

Verzoekers verzoeken dat de kantonrechter bepaalt dat het besluit van de VvE van 30 juni 20205 om de stemming over het gebruik van de gemeenschappelijke zolder niet op de agenda te plaatsen, nietig is dan wel vernietigd wordt, alsmede het bestuur opdraagt handhavend op te treden tegen het strijdig gebruik.

Appartemensrecht. VVE. Handhaving. Handhavend optreden door VVE tegen individuele eigenaren. Besluit gebruik van gemeenschappelijke zolder. Vervangende machtiging.

De rechter oordeelt als volgt.

Met betrekking tot de zolderruimte ligt de vraag voor of het besluit van de vergadering van 30 juni 2025 kan worden vernietigd.

Op grond van de artikelen 2:15 en 5:130 BW kan de kantonrechter een besluit vernietigen als dat besluit in strijd is met i) wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, ii) de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist of iii) een reglement.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat dit artikel is geschreven voor besluiten die als rechtshandeling zijn aan te merken.

Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil (artikel 3:33 BW).

Daarvan is in deze zaak echter geen sprake.

De beslissing van de VvE om de stemming over het gebruik van de gemeenschappelijke zolder niet op de agenda te plaatsen behelst immers niets meer dan een weigering om tot een rechtshandeling over te gaan.

Deze beslissing staat er niet aan in de weg dat de VvE een nieuw (ander) besluit neemt of dat vervangende machtiging wordt gegeven (zie ook Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 februari 2022, GHARL:2022:1126).

Dit betekent dat de hiervoor genoemde beslissing van de VvE geen besluit is in de zin van artikel 2:15 BW.

Het verzoek tot vernietiging van dit ‘besluit’ zal dan ook worden afgewezen.

Het tweede verzoek van verzoekers om te bepalen dat de VvE handhavend moet optreden, ziet de kantonrechter – net als de VvE – als een verzoek tot een vervangende machtiging als bedoeld in artikel 5:121 BW. Ook dit verzoek zal worden afgewezen.

De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.

Artikel 5:121 BW bepaalt, kort gezegd, dat een kantonrechter een machtiging kan geven die de vereiste medewerking of toestemming van een eigenaar, de VvE of van haar organen vervangt, indien die toestemming of medewerking zonder redelijke grond is geweigerd.

Het gaat dan om handelingen die betrekking hebben op i) gedeelten die niet bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en ii) ingeval van een beding als bedoeld in artikel 5:112 lid 4 BW op gedeelten die bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden gebruikt.

Het voorgaande betekent dat artikel 5:121 BW betrekking heeft op feitelijke handelingen en rechtshandelingen ten aanzien van de gemeenschappelijke of privégedeelten van het gebouw van de VvE.

Zoals de VvE terecht heeft gesteld is de handeling waar verzoekers in deze procedure een machtiging voor vragen – te weten het handhavend optreden tegen de individuele eigenaren – geen feitelijke of rechtshandeling met betrekking tot algemene of privégedeelten van het pand.

Het verzoek ziet op besluitvorming binnen de VvE, waarvoor artikel 5:121 BW niet bedoeld is.

Het is aan de individuele leden van de VvE om de wil van de VvE te bepalen.

De kantonrechter kan daarvoor geen machtiging geven. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.