De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of voldaan was aan het veroordelend vonnis tot verwijdering van een dakterras op een appartement.
In dit kort geding gaat het om de vraag of gedaagde heeft voldaan aan de veroordeling in het vonnis van de rechtbank van 12 juli 2023 om “de aanbouw te verwijderen en verwijderd te houden en het dakterras terug te brengen naar de oorspronkelijke staat”.
Appartemensrecht. VVE. Kort geding. Verwijdering van een aanbouw. Dakterras. Terugbrengen naar de oorspronkelijke staat. Dwangsom. Is voldaan aan het veroordelend vonnis?
De rechter oordeelt als volgt.
In dit kort geding gaat het om de vraag of gedaagde heeft voldaan aan de veroordeling in het vonnis van de rechtbank van 12 juli 2023 om “de aanbouw te verwijderen en verwijderd te houden en het dakterras terug te brengen naar de oorspronkelijke staat”.
De voorzieningenrechter heeft daarbij niet de taak om de door de bodemrechter besliste rechtsverhouding zelfstandig opnieuw te beoordelen, maar dient zich ertoe te beperken de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld.
Het dictum van een uitspraak moet worden uitgelegd in het licht en met inachtneming van de overwegingen die tot de beslissing hebben geleid.
Doel en strekking van de veroordeling zijn daarbij het richtsnoer, met dien verstande dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel.
De voorzieningenrechter gaat voorbij aan de stelling van de VvE dat ook van belang is wat de kantonrechter en het gerechtshof over de aanbouw hebben geoordeeld.
In die procedures lag een andere vraag ter beoordeling voor, waarvoor een ander toetsingskader gold. In het vonnis is de veroordeling tot verwijdering van de aanbouw toegewezen omdat gedaagde geen toestemming had voor het plaatsen van de aanbouw en dus in strijd had gehandeld met de splitsingsakte.
Architectonische afwegingen lagen daaraan niet ten grondslag.
In het vonnis staat:
“De aanbouw bestaat uit een frame dat aan de luifel en de vloer van het dakterras is bevestigd, waarin een houten constructie is geplaatst, voorzien van een doek en afgetimmerd met houten plankdelen.”
Vaststaat dat dit frame en de houten constructie zijn verwijderd, evenals een wandpaneel dat als deur diende.
A heeft namens gedaagde ter zitting verklaard dat de lat met scharnieren zal worden vervangen en dat hij nog een nieuwe lamp moet ophangen.
Hij heeft verder toegelicht dat er weliswaar nog een ander houten wandpaneel op het dakterras staat (voor een raam om de doorkijk te verhinderen), maar dat dat paneel losstaat en niets te maken heeft met de aanbouw.
Ook heeft hij toegelicht dat het door de VvE genoemde keukenblok geen buitenkeuken is, maar een soort losstaand meubel, dat evenmin onderdeel uitmaakt van de aanbouw en waarin onder meer tuinkussens opgeslagen liggen.
De voorzieningenrechter overweegt dat voor zover de VvE stelt dat met de aanbouw ook het wandpaneel voor het raam en het ‘keukenblok’ wordt bedoeld, die stelling niet opgaat.
De in het vonnis gegeven beschrijving van de aanbouw laat naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen andere uitleg toe dan dat daarmee uitsluitend het frame met de houten constructie wordt bedoeld, dat aan de luifel en de vloer van het dakterras was bevestigd.
Voor zover de VvE stelt dat in de veroordeling van gedaagde om het dakterras terug te brengen in de oorspronkelijke staat ook besloten ligt dat het wandpaneel en keukenblok moeten worden verwijderd, gaat ook die stelling niet op.
In het vonnis staat dat gedaagde door het plaatsen van de aanbouw in strijd heeft gehandeld met de splitsingsakte en dat dat onrechtmatig is.
Of zij al dan niet instemming van de aannemer had was daarbij niet relevant.
De daarop volgende overweging ‘de vordering tot verwijdering en het verwijderd houden van de aanbouw en tot het terugbrengen van (de gemeenschappelijke delen van) het dakterras in de oorspronkelijke staat zal daarom worden toegewezen’, laat naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen andere uitleg toe dan dat daarmee niet meer werd bedoeld dan dat het frame met houten constructie verwijderd diende te worden, met herstel van de luifel en de vloer van het dakterras in de staat zoals die was voordat het frame en de houten constructie werden geplaatst.
Dat er nog een lat met deurscharnieren moet worden vervangen en er een nieuwe lamp op het lichtpunt moet worden aangesloten, rechtvaardigt niet de conclusie dat gedaagde daarin nalatig is geweest.
De slotsom van het voorgaande is dat gedaagde heeft voldaan aan de veroordelingen in het vonnis van 12 juli 2023, zodat geen grond aanwezig is voor verhoging van de dwangsom.
De vordering van de VvE zal daarom worden afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.