Het Gerechtshof Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over geluidsoverlast in een appartementencomplex door een mechanische roldeur.

Deze zaak gaat over geluidsoverlast in een appartementencomplex.

Het appartement op de begane grond fungeert als doorgang naar een achterliggend gebouw met parkeerplaatsen en bergingen.

Na het plaatsen van een mechanische roldeur ervaren de bewoners van de bovengelegen woningen (geïntimeerden) geluidshinder.

De kantonrechter heeft geoordeeld dat sprake is van onrechtmatige hinder en heeft VVE Parkeerplaatsen veroordeeld om de aanbevelingen van een geluidsdeskundige op te volgen.

VVE Parkeerplaatsen heeft daarop aanpassingen doorgevoerd aan de constructie van de roldeur.

Appartemensrecht. VVE. Overlast. Onrechtmatige hinder. Geluidsoverlast in appartementencomplex door mechanische roldeur. Deskundigenbericht. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Tussen partijen is niet in geschil dat het openen en sluiten van de mechanische roldeur hoorbaar is in de bovengelegen appartementen en dat dit geluidshinder oplevert.

Of het veroorzaken van hinder onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW, is volgens vaste rechtspraak afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden.

Uit de rapportage van Sonitus van 21 maart 2025 blijkt dat, ook nadat VVE Parkeerplaatsen geluidsbeperkende maatregelen heeft genomen, bij het openen en sluiten van de roldeur aanzienlijke geluidsvolumes worden gemeten in de appartementen op eerste en tweede verdieping.

In het appartement op de tweede verdieping (waar geïntimeerde 1 woont) is dit gemiddeld 30,4 dB(A) en maximaal 34,3 dB(A).

VVE Parkeerplaatsen heeft de juistheid van deze metingen niet weergesproken en het hof gaat daar dus vanuit.

Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (voorheen Bouwbesluit) bevat normen voor de maximale geluidsoverdracht tussen aangrenzende percelen.

Artikel 3.2 Bouwbesluit bepaalde dat installaties zoals een lift in een aangrenzend perceel een geluidsniveau van ten hoogste 30 dB mogen veroorzaken en deze normwaarde is thans opgenomen in artikel 4.108 Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

VVE Parkeerplaatsen heeft aangevoerd dat deze norm uit het Bouwbesluit niet van toepassing is op een oud gebouw.

Net als in eerste aanleg, heeft zij echter niet toegelicht welke geluidsnorm wel van toepassing is, terwijl dit wel op haar weg had gelegen.

Het hof zal daarom, in navolging van Strooming/Sonitus, de norm uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving als richtlijn hanteren.

Het gemeten geluidsniveau ten gevolge van het gebruik van de roldeur in het appartement van geïntimeerde 1 overschrijdt de norm uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

Er is daarom sprake van aanzienlijke geluidshinder in de woning van geïntimeerde 1.

De roldeur geeft bovendien toegang tot een perceel met vijftien parkeerplaatsen en tien bergingen.

Dat betekent dat de roldeur regelmatig wordt gebruikt en dit potentieel gedurende de hele dag (en nacht), op tijdstippen die voor geïntimeerde 1 niet te voorspellen zijn.

Het hof is van oordeel dat geïntimeerde 1 dergelijke frequente geluidshinder in haar woning niet hoeft te dulden.

Dat betekent dat het veroorzaken van de geluidshinder onrechtmatig is en dat VVE Parkeerplaatsen is gehouden om redelijke maatregelen te nemen om die hinder te verminderen.

Het hof volgt VVE Parkeerplaatsen niet in haar verweer dat de staat van het gebouw mede de oorzaak is van de geluidsoverlast.

VVE Parkeerplaatsen heeft die stelling niet onderbouwd, bijvoorbeeld door te verwijzen naar een onderzoek waaruit de staat van het gebouw blijkt.

De enkele stelling dat het gebouw al gehorig was voordat de roldeur is geplaatst, is hiertoe onvoldoende.

Daar komt bij dat ook als vast zou komen te staan dat de staat van het gebouw bijdraagt aan de overdracht van het geluid van de roldeur naar de appartementen, dit VVE Parkeerplaatsen niet ontslaat van haar verplichting om maatregelen te nemen.

De roldeur is immers de bron van de geluidsoverlast, en uit het onderzoek van Strooming/Sonitus volgt dat het mogelijk is om de constructie van de roldeur zodanig aan te passen dat de geluidsoverdracht naar bovengelegen appartementen wordt verminderd.

Voor zover VVE Parkeerplaatsen meent dat ook andere (minder ingrijpende of minder kostbare) maatregelen genomen kunnen worden, had het op haar weg gelegen om dat te onderbouwen, wat zij niet heeft gedaan.

Het voorgaande heeft betrekking op [geïntimeerde 1] .

Ten aanzien van geïntimeerde 3 heeft VVE Parkeerplaatsen terecht aangevoerd dat uit de rapportage van Sonitus niet blijkt dat in het appartement op de derde en vierde verdieping (waar geïntimeerde 3 woont) geluidsniveaus worden gemeten die de normen uit het Besluit Bouwwerk Leefomgeving overschrijden.

Omdat geïntimeerde 3 verder niet heeft onderbouwd dat en op welke wijze zij geluidshinder ervaart, zal het hof de vordering ten aanzien van geïntimeerde 3 afwijzen.

Strooming heeft meerdere aanbevelingen gedaan om geluidsoverlast door de roldeur te verminderen.

Strooming heeft er daarbij op gewezen dat de aanbevolen maatregelen complementair aan elkaar zijn en gezamenlijk moeten worden gerealiseerd om “het juiste effect” (het hof begrijpt: geluidsreductie) te bereiken.

Het is niet in geschil dat deze maatregelen geluidsbeperkend zijn en ook niet dat het haalbaar is om deze te realiseren.

VVE Parkeerplaatsen is daarom gehouden om alle aanbevelingen van Strooming op te volgen.

De vervolgvraag is of VVE Parkeerplaatsen de aanbevelingen van Strooming reeds juist en volledig heeft opgevolgd met de werkzaamheden die zij sinds het vonnis aan de roldeur heeft verricht.

Volgens geïntimeerde 1 is dit niet het geval en zij verwijst daarbij naar onderzoek van Sonitus. Sonitus heeft geconstateerd dat, anders dan Strooming heeft aanbevolen, de roldeur niet vrijdragend is gemaakt door deze geheel los te koppelen van de bestaande bouwkundige constructie.

Sonitus beveelt aan om dit alsnog te doen, en geeft daarvoor een concreet stappenplan.

Sonitus beveelt tevens aan om bij het plaatsen van de deurgeleiders in de voorgevel zogeheten Phonex-ankers toe te passen.

Ook beveelt zij aan om de motor van de roldeur te omkleden met een omkasting die aan de onderzijde open is, en om aan de bovenkant een dempende laag aan te brengen tussen de motor en het plafond.

Ook op deze punten is VVE Parkeerplaatsen de aanbevelingen van Strooming onvoldoende nagekomen, aldus Sonitus.

Tegenover deze gemotiveerde onderbouwing van geïntimeerden voert VVE Parkeerplaatsen slechts aan dat zij de aanbevelingen van Strooming wel heeft opgevolgd.

Zij onderbouwt dat verder echter niet, terwijl dat wel op haar weg had gelegen.

Bij die stand van zaken staat naar oordeel van het hof vast dat VVE Parkeerplaatsen de aanbevelingen uit het rapport van Strooming onvoldoende heeft opgevolgd.

Zij is daarom gehouden om deze alsnog uit te voeren, met inachtneming van de aanvullende aanbevelingen van Sonitus van 14 december 2023.

Zoals bij 6.22 is overwogen, geeft Sonitus een lijst met concrete punten om de geluidsoverlast te verminderen. Het gaat dus niet om “weinig concreet gemaakt[e]” aanbevelingen, zoals VVE Parkeerplaatsen de aanbevelingen van Strooming typeert.

VVE Parkeerplaatsen heeft nog aangevoerd dat niet vaststaat dat het doorvoeren van de aanbevelingen van Strooming/Sonitus zal leiden tot het geheel oplossen van de geluidsoverlast, omdat het pand verouderd en gehorig is.

VVE Parkeerplaatsen heeft deze stelling niet onderbouwd, en bovendien niet gemotiveerd weersproken dat het opvolgen van de aanbevelingen van Strooming/Sonitus zal leiden tot vermindering van de geluidshinder.

Daarmee staat naar oordeel van het hof voldoende vast dat het nut heeft om de aanbevolen maatregelen uit te voeren.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.