De Rechtbank Rotterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of het veroorzaken van structurele overlast een onrechtmatige daad opleverde.
Op grond van artikel 6:162 BW is hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht om de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
Volgens eiseres plegen gedaagden een onrechtmatige daad in de zin van dit artikel door structurele overlast te veroorzaken voor omwonenden.
Appartemensrecht. VVE. Burenruzie. Onrechtmatige daad. Veroorzaken van structurele overlast. Bewijs. Toerekening. Toetsing. Ontruiming?
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank constateert dat tussen gedaagden 1&2 en haar omwonenden sprake is van een burenruzie, waarbij over en weer verwijten worden gemaakt en overlast wordt ervaren.
In dergelijke gevallen is vaak niet één schuldige aan te wijzen, en ook in de onderhavige zaak is zowel aan de kant van eiseres als aan de kant van gedaagden 1&2 verwijtbaar gehandeld.
Zo had enerzijds gedaagde 2 – los van de ernst van het vergrijp, die niet exact valt vast te stellen op basis van de uiteenlopende stellingen van partijen – jegens B geen geweld mogen gebruiken tijdens het incident op 25 augustus 2022.
Zonder af te willen doen aan de laakbaarheid van het gedrag van gedaagde 2, overweegt de rechtbank dat anderzijds uit het dossier en uit hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken naar voren komt dat B het incident in enige mate over zichzelf heeft afgeroepen door te weigeren een naambordje voor gedaagden 1&2 te plaatsen en daarbij te zinspelen op een aanstaand gedwongen vertrek uit de woning, zonder dat daarvan op dat moment sprake was.
Ook heeft B op 25 augustus 2022 – kennelijk in een geëmotioneerde staat – een brief aan omwonenden gestuurd waarvan de inhoud in hoge mate kwetsend was voor gedaagden 1&2; tijdens de mondelinge behandeling heeft hij aangegeven dat hij zelf achteraf ook vindt dat de bewoordingen anders hadden gekund.
Voor zover het incident al gekwalificeerd zou moeten worden als onrechtmatig handelen jegens eiseres, dan gaat het – gelet op de genoemde omstandigheden – niet om een dusdanig ernstig onrechtmatig handelen dat dit een gebod aan gedaagden 1&2 om de woning te ontruimen zou rechtvaardigen.
Ten slotte overweegt de rechtbank dat ten aanzien van de eerdere incidenten die hebben plaatsgevonden, hoofdzakelijk tussen gedaagden 1&2 en A , niet is vast komen te staan wat destijds zich precies heeft afgespeeld.
A heeft verklaard dat zij door gedaagde 2 bij haar keel is gepakt en door gedaagde 1 van de trap is geduwd.
Gedaagden 1&2 hebben dit betwist en hebben aangevoerd dat slechts sprake was van schermutselingen en dat A die uitgelokt heeft.
Deze incidenten hebben jaren geleden plaatsgevonden en ook hiervoor geldt dat op basis van de stellingen over en weer niet één schuldige valt aan te wijzen.
Ook als vast zou komen te staan dat hetgeen eiseres in dit verband naar voren heeft gebracht juist zou zijn, dan zou dat nog niet betekenen dat gedaagden 1&2 door hun rol in deze incidenten onrechtmatig gehandeld zouden hebben jegens A, in die mate dat dat een veroordeling tot ontruiming van de woning zou rechtvaardigen.
Los daarvan heeft eiseres overigens ook niet onderbouwd waarom het gedrag van gedaagden 1&2 jegens A tevens onrechtmatig zou zijn jegens eiseres.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.