Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 18 augustus 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een besluit van de VVE tot vervanging van de intercom door een videofoon in strijd was met de redelijkheid en billijkheid.
Het gaat in deze zaak om het volgende.
Tijdens de ALV heeft de VVE besloten de intercominstallatie te vervangen door een videofooninstallatie.
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank en heeft daartoe een drietal grieven geformuleerd:
I Ten onrechte heeft de rechtbank overwogen dat de intercominstallatie niet tot het privégedeelte van het appartement van appellant behoort.
II Ten onrechte heeft de rechtbank overwogen dat de ALV mocht beslissen tot vervanging van de intercom door een videofoon.
III Ten onrechte heeft de rechtbank overwogen dat het besluit tot vervanging van de intercom door een videofoon niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
Appartemensrecht. VVE. Vernietiging van het besluit van de VVE tot vervanging van de intercom door een videofoon? Is het besluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid? Privé-gedeelte? Schadevergoeding.
De rechter oordeelt als volgt.
In zijn eerste grief stelt appellant dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de intercominstallatie niet tot het privégedeelte van het appartement van appellant behoort.
Appellant stelt dat zulks wel het geval is nu de intercominstallatie zich (deels) in zijn appartement bevindt en dus nooit (volledig) gemeenschappelijk bezit kan zijn.
Artikel 9 lid 1 onder b van het van toepassing zijnde splitsingsreglement bepaalt evenwel onder andere het navolgende:
“Tot de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken worden onder meer gerekend, voor zover aanwezig: (…) de systemen voor oproep en deuropeners.”
Het hof is van oordeel dat in dit artikel expliciet bepaald is dat de intercominstallatie, immers een systeem van oproep en deuropening, dient te worden beschouwd als een gemeenschappelijke voorziening.
Hieruit volgt dat de VvE, anders dan door appellant gesteld is, geen besluit genomen heeft dat een privévoorziening, in dit geval toebehorende aan appellant, betreft.
Deze grief faalt derhalve.
Voorts stelt appellant in zijn tweede grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de VvE mocht beslissen tot vervanging van de intercom door een videofoon.
Appellant voert aan, zo begrijpt het hof, dat er geen sprake is van een vervanging van de bestaande intercominstallatie, maar van een vernieuwing nu de nieuwe installatie, in tegenstelling tot de vorige dan wel huidige installatie, ook beschikt over een videocomponent.
Tevens voert appellant aan dat de huidige installatie, kortgezegd, nog prima voldoet althans dat hieraan nog nooit enig onderhoud heeft hoeven plaats te vinden en dat de VvE ook niet heeft onderbouwd waarom de huidige installatie vervangen zou moeten worden.
Indien appellant heeft willen betogen dat een vervanging door middel van een item met meer dan wel modernere mogelijkheden geen vervanging is maar een vernieuwing kan het hof hem daarin niet volgen.
Het hof is hierbij van oordeel dat bij het vervangen van enig elektronisch apparaat van enkele jaren oud het ook welhaast onontkoombaar is dat het nieuwe(re) apparaat over meer en/of betere (technische) mogelijkheden en voorzieningen beschikt.
Nu naar het oordeel van het hof derhalve niet valt in te zien waarom in onderhavige zaak geen sprake van vervanging zou zijn faalt ook de tweede grief van appellant.
De VvE/ALV mocht wel degelijk beslissen zoals zij gedaan heeft. Het enkele feit dat in de vervangende apparatuur beeld (niet van de bewoner) wordt toegevoegd maakt dit niet anders.
Naar het oordeel van het hof heeft de VvE – na deugdelijke besluitvorming – het recht om alle intercoms gelijktijdig te willen vervangen los van de vraag naar de staat van die voorziening.
In zijn derde en laatste grief stelt appellant dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het besluit tot vervanging van de intercom door een videofoon niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
Appellant meent dat zulks wel het geval is nu de VvE/ALV bij haar besluitvorming geen (expliciete) aandacht heeft besteed aan de vergoeding van eventuele (privé) schade als gevolg van handelingen aan de gemeenschappelijke delen.
Dit is strikt genomen een juiste constatering, doch de vraag is in hoeverre de VvE/ALV zulks had moeten doen.
Artikel 18 lid 3 van het splitsingsreglement bepaalt immers het navolgende, met nadruk op de laatste zin:
“Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten of gemeenschappelijke zaken de toegang tot of het gebruik van een privé gedeelte naar het oordeel van het bestuur noodzakelijk is, is iedere desbetreffend eigenaar en gebruiker hiertoe verplicht zijn toestemming en medewerking te verlenen. Eventuele schade die hieruit voortvloeit, wordt door de vereniging vergoed.”
Het hof is van oordeel dat dit artikel niet louter ziet op schade aan gemeenschappelijke onderdelen, maar op alle schade die ontstaat als gevolg van werkzaamheden aan gemeenschappelijke onderdelen, dus schade aan zowel privé als gemeenschappelijke goederen en/of voorzieningen.
Hieruit volgt dat het besluit van de VvE/ALV niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid nu de gehoudenheid tot vergoeding van de door appellant bedoelde mogelijke schade reeds afdoende volgt uitartikel 18 lid 3 van het van toepassing zijnde splitsingsreglement.
Dat de VvE niet bereid zou zijn daadwerkelijke schade te vergoeden aan appellant is niet gebleken. Ook deze grief faalt.
Nu alle grieven falen zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.
Het hof zal daarbij appellant als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van de VvE in hoger beroep, als hierna begroot.
Het hof zal deze proceskostenveroordeling op de voet van artikel 288 Rv ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.