Van onze advocaat VVE. De Rechtbank Noord-Holland heeft op 5 december 2017 uitspraak gedaan over een verzoek tot vernietiging van een besluit van de VvE. Was er sprake van belangenverstrengeling? Was het genomen besluit van de VVE in strijd met redelijkheid en billijkheid?
Ten aanzien van een verzoek tot vernietiging geldt op grond van artikel 5:130 lid 2 Burgerlijke Wetboek (BW) dat dit verzoek moet worden gedaan binnen een maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of heeft kunnen kennis nemen.
De rechter is van oordeel dat voldaan is aan dit vereiste. Het besluit waarvan vernietiging wordt verzocht, is genomen in de vergadering van 21 juli 2017 en het verzoek van verzoekers is op 17 augustus 2017 ingekomen.
Vernietiging besluit VvE. Belangenverstrengeling? Besluit VVE in strijd met redelijkheid en billijkheid?
De rechter oordeelt als volgt.
Aan de orde is de vraag of het besluit van 21 juli 2017 vernietigd moet worden omdat de totstandkoming daarvan strijdig is met de wettelijke of statutaire bepalingen die de totstandkoming van besluiten regelen, dan wel wegens strijd met het huishoudelijk reglement of met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist.
Met de appartementseigenaren (verzoekers) is de rechter van oordeel dat appartementseigenaar en stemgerechtigde (verweerder) zich op grond van artikel 47 lid 4 van het modelreglement had moeten onthouden van stemming. Dit is door de VvE op de zitting ook erkend. Op de zitting is vervolgens ter sprake gekomen de vraag of bij een dergelijke onthouding de stemming een andere uitslag zou hebben opgeleverd. Beide partijen hebben daarop geantwoord dat ook wanneer de stem van de appartementseigenaar niet meegeteld wordt, er nog een steeds een meerderheid van de stemmen voor het besluit is uitgebracht. Dit betekent dat het aangevoerde bezwaar dat er sprake is van een belangenverstrengeling, geen grond oplevert voor vernietiging van het besluit.
De advocaat van de appartementseigenaren heeft ten aanzien van de totstandkoming van het besluit voorts gesteld dat het besluit vanwege de financiële consequenties niet bij gewone meerderheid van stemmen had mogen worden genomen, maar bij unanimiteit of in ieder geval een gekwalificeerde meerderheid.
De appartementseigenaar heeft zich echter niet beroepen op enig artikel uit de akte van splitsing of het modelreglement dat dat standpunt ondersteunt. In artikel 52 lid 5 onder a tot met c van het modelreglement zijn weliswaar een aantal besluiten genoemd waarvoor een twee/derde meerderheid is vereist en een minimale opkomst op de vergadering van twee/derde van het aantal stemgerechtigden, echter, niet gesteld of gebleken is dat het onderhavige besluit hieronder valt. Er is door de vergadering geen bedrag zoals bedoeld in artikel 52 lid 5 sub c vastgesteld zodat ook dit artikel daarvoor geen aanknopingspunt biedt.
De advocaat van de appartementseigenaar heeft verder aangevoerd dat de onderhavige besluitvorming niet bij de VvE thuis hoort. De advocaat stelt dat iedere appartementseigenaar voor zich het recht heeft bij de aannemer oplevering af te dwingen conform de gemaakte afspraken.
De advocaat van de VvE heeft daarop geantwoord dat dit voor wat betreft ieders privé gedeelte inderdaad juist is en dat het aangevochten besluit alleen ziet op gemeenschappelijke ruimten.
De rechter is van oordeel dat de VvE ten aanzien van de oplevering van de gemeenschappelijke gedeelten inderdaad de aangewezen instantie is en bevoegd is tot besluitvorming in de algemene ledenvergadering, zodat ook dit verweer strandt.
De conclusie is dat aan de totstandkoming van het besluit van 21 juli 2017 geen gebreken kleven.
De advocaat van de appartementseigenaar heeft aan het verzoek voorts ten grondslag gelegd dat het besluit naar zijn inhoud in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
In feite komt het betoog van de appartementseigenaar er op neer dat de VvE door akkoord te gaan met het schikkingsvoorstel, afstand doet van een bepaalde kwaliteit van oplevering van het gebouw, hetgeen enorme financiële risico’s met zich brengt. Verzoekers onderbouwen dit standpunt met een kostenbegroting voor een volgens hen juiste oplevering, die uitkomt op een totaalbedrag van € 107.395,14.
De advocaat van de VvE brengt daartegen in dat zij als uitgangspunt heeft genomen de offerte van Dakbeheer B.V. waarin de noodzakelijke en meest kostbare punten uit het opleverrapport zijn ingecalculeerd.
Naar het oordeel van de rechter heeft de appartementseigenaar hun stelling onvoldoende onderbouwd. De appartementseigenaar heeft niet onderbouwd waarom een geheel nieuwe dakbedekking noodzakelijk zou zijn en zo ja op welke grond de VvE dit zou kunnen afdwingen. Ook de inhoud van het besluit is dus niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Het voorgaande leidt ertoe dat het verzoek tot vernietiging moet worden afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of een modelreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.