Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 23 februari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een vordering in kort geding van een appartementseigenaar tegen VVE vanwege renovatie van de riolering spoedeisend belang had.
De vorderingen van appellante zoals deze in hoger beroep aan de orde zijn, hebben weliswaar een gemeenschappelijke achtergrond, de renovatie van de riolering, maar zijn onderling verschillend van aard.
Het hof acht het daarom aangewezen deze vorderingen in de door appellante gehanteerde volgorde te bespreken.
Appartementsrecht. VVE. Procesrecht. Kort geding appartementseigenaar tegen VVE vanwege renovatie van de riolering. Spoedeisend belang? Verklaring voor recht in kort geding? Schadevergoeding. Betaling van een geldsom in kort geding?
De rechter oordeelt als volgt.
Verklaring voor recht
Appellante vordert een verklaring voor recht inzake de aansprakelijkheid van de VvE jegens haar.
Het hof stelt hierbij het volgende voorop.
In de rechtspraak wordt aangenomen dat de rechter in kort geding geen declaratoire uitspraak mag doen waarbij in een dictum een verklaring voor recht wordt gegeven.
De reden hiervoor is dat in kort geding slechts een voorlopige voorziening kan worden gegeven en niet de rechtsverhouding van de partijen definitief kan worden vastgesteld.
In de literatuur is hier enige discussie over, maar op dit moment is dit de stand van zaken.
Dat betekent dat in dit kort geding geen verklaring voor recht gevorderd kan worden.
Reeds om deze reden komt deze vordering niet voor toewijzing in aanmerking.
Terugdraaien werkzaamheden
Dit onderdeel van de vorderingen van appellante komt in grote lijnen overeen met vordering b. die zij in eerste aanleg bij akte van 22 oktober 2019 heeft toegevoegd.
Met betrekking tot deze vordering is allereerst de vraag of sprake is van het vereiste spoedeisend belang.
Voorop wordt gesteld dat in hoger beroep niet beslissend is of in eerste aanleg al dan niet terecht een spoedeisend belang is aangenomen.
Het gaat erom of ten tijde van de uitspraak in hoger beroep een spoedeisend belang aanwezig is.
In haar memorie van grieven heeft appellante hierover niets vermeld, afgezien van een verwijzing naar haar standpunten in eerste aanleg.
Wat die standpunten betreft stelt het hof vast dat appellante zich alleen in haar inleidende dagvaarding uitgelaten over het spoedeisend belang en die uitlating betreft alleen haar – toen enige – vordering over het staken van de rioleringswerkzaamheden door de VvE.
Voor zover appellante in haar akte van 20 oktober 2020 in dit verband nadere stellingen heeft ingenomen, dient daaraan voorbijgegaan te worden omdat deze stellingen te laat in deze procedure naar voren gebracht, immers niet bij memorie van grieven en dus in strijd met de twee-conclusieregel die ligt besloten in artikel 347 lid 1 Rv.
Afgezien daarvan zal de inhoudelijke beoordeling van deze vordering ongetwijfeld nader onderzoek vergen waarvoor in een kort geding geen plaats is.
Deze vordering is niet toewijsbaar.
Betaling van € 591,29
Appellante stelt dat zij als gevolg van de wijze waarop de renovatie van de riolering is uitgevoerd in haar appartement voor een bedrag van € 591,29 herstelwerkzaamheden heeft moeten laten uitvoeren.
Met dit onderdeel van haar vordering maakt zij aanspraak op vergoeding van deze kosten.
Het hof overweegt hierover het volgende.
De door appellante gevraagde voorziening strekt tot betaling van een geldsom.
In kort geding is een dergelijke vordering slechts toewijsbaar als het bestaan en de omvang van de vordering in voldoende mate aannemelijk zijn, terwijl uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, bij afweging van de belangen van partijen, aan toewijzing niet in de weg staat.
Aan deze vereisten is in dit geval niet voldaan, zodat de vordering niet toewijsbaar is.
Schadevergoeding
Appellante stelt dat zij als gevolg van de rioleringswerkzaamheden schade heeft geleden en dat de VvE daarvoor aansprakelijk is.
Met dit onderdeel van haar vordering maakt zij aanspraak op vergoeding van deze schade, nader op te maken bij staat.
Het hof overweegt hierover het volgende.
Voor deze vordering geldt mutatis mutandis hetzelfde als hiervoor bij onderdeel b. is geoordeeld.
Ook hier moet de conclusie zijn dat de vordering in dit kort geding niet toewijsbaar is.
Waterkraan
Dit onderdeel betreft de vervanging van de (hoofd)waterkraan.
Volgens appellante heeft de VvE geweigerd tot vervanging over te gaan, volgens de VvE heeft appellante geweigerd de monteur toegang te verlenen.
Wat betreft het spoedeisend belang van appellante geldt hier hetzelfde als hiervoor bij onderdeel b. is geoordeeld.
Afgezien daarvan stelt het hof vast dat partijen over de feitelijke gang van zaken van mening verschillen zodat voor de beoordeling van deze vordering mogelijk bewijslevering nodig zal zijn, waarvoor in een kort geding geen plaats is.
Een en ander leidt tot de conclusie dat deze vordering in dit kort geding niet toewijsbaar is.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.