De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 23 augustus 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een besluit van de VVE tot vervanging van de motoren van verrijdbare dakramen vernietigd diende te worden.
Voor ligt de vraag of het besluit van verweerster van 25 maart 2022 tot vervanging van de motoren van de dakramen vernietigd moet worden.
De kantonrechter is op grond van artikel 2:15 BW in samenhang gelezen met artikel 5:130 BW bevoegd een besluit van de vergadering van verweerster te vernietigen wegens strijd met:
– de wet of de statutaire bepalingen, die het tot stand komen van besluiten regelen;
– de redelijkheid en billijkheid, als bedoeld in artikel 2:8 BW;
– een reglement.
Verzoeker beroept zich alleen op de redelijkheid en billijkheid, zodat de kantonrechter de overige vernietigingsgronden niet zal bespreken.
Verzoeker voert ter onderbouwing van zijn verzoek aan dat hier sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9 lid 1 sub b van het modelreglement, namelijk van een technische installatie die uitsluitend ten dienste strekt van één privé gedeelte.
Het is een keuze geweest van twee appartementseigenaren om een verrijdbaar dakraam te laten plaatsen, alleen zij hebben het genot daarvan en de aanschafkosten zijn voor hun eigen rekening gekomen.
Door de stemming zouden verzoeker, gezien de breukdelen die gelden bij de appartementsrechten, ieder voor 25% moeten bijdragen in de onderhoudskosten en zouden ook de eigenaren daaraan moeten meebetalen terwijl zij vanwege de kosten zelf juist niet voor die optie hebben gekozen.
Tot slot voert verzoeker aan dat de eigenaren hebben aangegeven de motoren op eigen kosten te gaan vervangen.
Verweerster betwist dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
Verweerster stelt dat de motoren die ervoor zorgen dat de dakramen verrijdbaar zijn onder de definitie van standaard hang- en sluitwerk vallen zoals genoemd in artikel 9 lid 1 sub a van het modelreglement, daarom tot de gemeenschappelijke zaken behoren en voor het overige ook niet zijn uitgesloten van wat gemeenschappelijk is.
Verder stelt zij dat de motoren van de dakramen geen zelfstandig functionerende installaties zijn, maar slechts onlosmakelijk onderdeel/bestanddeel van de dakramen.
Van een technische installatie in de zin van artikel 9 lid 1 sub b van het modelreglement is volgens verweerster dan ook geen sprake.
Appartemensrecht. VVE. Besluit van VVE tot vervanging van motoren van verrijdbare dakramen. Is sprake van een gemeenschappelijke zaak? Vernietiging van het besluit? Redelijkheid en billijkheid.
De rechter oordeelt als volgt.
In geschil is of de verrijdbare dakramen al dan niet tot de gemeenschappelijke zaken behoren.
Bij de beantwoording van die vraag moet gekeken worden naar het bepaalde in het modelreglement en de akte van splitsing.
Niet ter discussie staat dat artikel 9 lid 1 sub b van het modelreglement, waar [verzoeker] zich op beroept, in de akte van splitsing onaangetast is gebleven.
Dit betekent dat dat artikel volledig van toepassing is.
Daarin is bepaald dat de technische installaties met de daarbij behorende leidingen tot de gemeenschappelijke zaken worden gerekend, maar slechts voor zover die installaties niet uitsluitend ten dienste van één privé gedeelte strekken.
Vast staat dat er bij ieder dakraam om het dakraam verrijdbaar te maken geleiderails zijn aangebracht en dat ieder dakraam is voorzien van een eigen motorische aansturing.
Dit maakt naar het oordeel van de kantonrechter dat sprake is van een technische installatie.
Ook staat vast dat die technische installatie steeds uitsluitend strekt ten dienste van één privé gedeelte (het specifieke appartement).
Gelet op het bepaalde in artikel 9 lid 1 sub b van het modelreglement moet daarom worden geconcludeerd dat geen sprake is van een gemeenschappelijke zaak.
De kantonrechter overweegt verder het volgende.
Vaststaat dat het een keuze van twee appartementseigenaren is geweest om een verrijdbaar dakraam te laten plaatsen en dat alleen zij het genot daarvan hebben.
Verder staat vast dat de aanschafkosten van het verrijdbare dakraam voor de individuele appartementseigenaren zijn gekomen.
Het wringt dat de onderhoudskosten daarvan dan wel voor rekening van de gezamenlijke appartementseigenaren, en dus ook voor de appartementseigenaren die uit kostenoverwegingen zelf niet voor een verrijdbaar dakraam hebben gekozen, zouden komen.
Verzoeker heeft onbetwist gesteld, en dit blijkt ook uit het in de splitsingsakte onder het kopje REGLEMENT VAN SPLITSING opgenomen artikel 1 lid 3 sub a, dat hij bij instandhouding van het besluit van 25 maart 2022 zou moeten bijdragen in 25% van de onderhoudskosten.
Daarbij komt dat de eigenaren in de e-mail van 7 maart 2022 zelf schrijven dat zij de nieuwe motoren “uiteraard zelf zullen bekostigen”.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat bij het besluit van verweerster van 25 maart 2022 tot vervanging van de motoren van de dakramen onvoldoende rekening is gehouden met de individuele belangen van alle leden van verweerster.
De kantonrechter komt alles afwegende tot de conclusie dat het besluit van verweerster van 25 maart 2022 tot vervanging van de motoren van de dakramen in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
Het verzoek tot vernietiging van dat besluit wordt dan ook toegewezen.
Of, zoals verweerster heeft aangevoerd, sprake is van standaard hang- en sluitwerk en de verrijdbare ramen niet expliciet zijn uitgesloten van de gemeenschappelijke delen van het gebouw, hoeft gezien de toepasselijkheid van artikel 9 lid 1 sub b van het modelreglement niet te worden beoordeeld.
Gelet op de verhouding tussen partijen als VvE en lid van verweerster en de omstandigheid dat verzoeker oorspronkelijk meer verzoeken heeft ingediend waarop verweerster heeft moeten reageren, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.