De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een dakterras tot een privé-gedeelte behoorde of tot het gemeenschappelijk gedeelte van appartement.
Gedaagde is sedert 2006 eigenaar van het appartementsrecht.
Gedaagde heeft vanuit zijn appartement, via de in het schuine dakgedeelte van zijn appartement – door een rechtsvoorganger – gemaakte buitendeur, toegang tot een – door zijn rechtsvoorgangers – op het dak ingericht dakterras.
Het dakterras bevindt zich op het dak van appartement, dat deel uitmaakt van het gemeenschappelijk gedeelte van het appartementencomplex.
Gedaagde heeft de door zijn rechtsvoorgangers aangebrachte inrichting gehandhaafd en/of aangepast.
De VvE is op 24 oktober 2019 in vergadering bijeengekomen.
Tijdens die vergadering is besloten dat gedaagde het dakterras (ook wel genoemd zonneterras) niet meer mag gebruiken.
De gemeente heeft de VvE aangesproken op de aanwezigheid van het zonneterras, nu dit niet was vergund en zij om die reden een handhavingstraject had ingezet.
Gedaagde heeft daarop bij verzoekschrift ex artikel 5:130 BW van 25 november 2019 de kantonrechter in deze rechtbank verzocht dit besluit te vernietigen.
Bij beschikking van 19 mei 2021 heeft de kantonrechter dit verzoek afgewezen.
Gedaagde is van die beschikking in hoger beroep gekomen.
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 18 november 2021 de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd.
Appartemensrecht. VVE. Kort geding. Ontruiming van een dakterras. Behoort het dakterras tot het privé-gedeelte of tot het gemeenschappelijk gedeelte van appartement? Exclusief gebruik?
De rechter oordeelt als volgt.
Het gaat in deze zaak om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of de VvE ten tijde van dit vonnis bij de gevorderde voorziening een spoedeisend belang heeft.
Het spoedeisend belang is voldoende door de VvE onderbouwd.
Gedaagde is gesommeerd om het onrechtmatige gebruik van het zonneterras te staken en heeft onmiskenbaar te kennen gegeven aan de door hem gehandhaafde onrechtmatige situatie geen einde te zullen maken.
De voorzieningenrechter moet vervolgens in dit kort geding beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
Gezien de beslissingen als vermeld in de rechtsoverwegingen staat vast dat gedaagde op grond van het besluit van de VvE van 24 oktober 2019 het zonneterras niet meer mag gebruiken alsmede dat gedaagde geen eigenaar is (geworden) van dat zonneterras.
Nu gedaagde in weerwil van verzoeken en sommaties daartoe blijft weigeren het zonneterras te ontruimen, handelt hij onrechtmatig.
Toewijzing van de vorderingen van de VvE in een bodemprocedure wordt dan ook voldoende kansrijk geacht.
Gedaagde – die om hem moverende redenen niet op de mondelinge behandeling in dit kort geding is verschenen om zijn weigering tot ontruiming uit te leggen – heeft bij monde van zijn advocaat aan de hand van de overgelegde pleitaantekeningen opnieuw belicht hetgeen hem in het verleden over het gebruik van het zonneterras door de verkoper en verkopend makelaar is voorgehouden.
Deze argumenten regarderen de VvE echter niet – hoogstens de verkoper en verkopend makelaar – en zijn voor de beoordeling van deze zaak dan ook niet relevant.
Zij werpen derhalve geen ander licht op het onrechtmatig handelen van gedaagde.
De vorderingen van de VvE zullen dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat voor het verwijderen van al hetgeen door gedaagde of zijn rechtsvoorgangers is geplaatst en/of aangebracht aan vloer/dak, muren en wanden een ruimere termijn zal worden gehanteerd, zoals hierna in het dictum bepaald.
De buitendeur naar het dakterras moet immers eveneens worden verwijderd en inherent daaraan is dat de betreffende muur moet worden dichtgemaakt om het appartementsrecht terug te brengen in de oorspronkelijke staat, hetgeen meer tijd zal vergen dan de gevorderde termijn van drie dagen.
Dat gedaagde voor langere tijd in Brazilië verblijft, zoals zijn advocaat op de mondelinge behandeling heeft toegelicht, komt in het licht van al het voren overwogene voor zijn rekening en risico en maakt niet dat gedaagde een nog langere termijn zou moeten worden gegund.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.