De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopig deskundigenbericht vanwege ervaarde geluidsoverlast binnen een appartement.

De VvE verzoekt dat de rechtbank bij beschikking een voorlopig deskundigenbericht beveelt om de ervaarde geluidsoverlast objectief te laten beoordelen.

Appartemensrecht. VVE. Onrechtmatige hinder. Geluidsoverlast. Vloer. Verzoek om voorlopig deskundigenbericht vanwege ervaarde geluidsoverlast. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Het verzoekschrift is ingediend voor 1 januari 2025 en daarop is daarom artikel 202 lid 1 (oud) Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van toepassing.

Een verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht moet in beginsel worden toegewezen als het ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden (de toelatingsvoorwaarden).

Dit is alleen anders als de VvE geen belang bij het verzoek heeft, zoals bedoeld in artikel 3:303 BW, of als sprake is van strijd met de goede procesorde, misbruik van recht of een ander zwaarwichtig belang dat zich tegen toewijzing van het verzoek verzet (de afwijzingsgronden).

Het verzoek wordt toegewezen

Uit het partijdebat is voldoende gebleken dat partijen het oneens zijn over voor een bodemzaak relevante feiten die met het door de VvE verzochte deskundigenbericht kunnen worden onderzocht.

Dat met P 2022 al bepaalde onderdelen zijn onderzocht, neemt niet weg dat de VvE belang heeft bij het verzochte onderzoek, omdat P 2022 volgens de VvE onvolledig is geweest.

Dat een bodemvordering zal afstuiten op finale kwijting kan niet op voorhand worden aangenomen.

Partijen geven verschillende interpretaties aan de VSO en deze bepaling.

Deze verzoekschriftprocedure leent zich niet voor een uitgebreid oordeel over die kwestie, dat moet door de eventuele bodemrechter worden beoordeeld.

Hetzelfde geldt voor de discussie over de eis van een zwevende vloer.

Bovendien hoeft in deze voorfase van het geschil nog niet vast te staan wat de uiteindelijke grondslag van een bodemvordering is en heeft de VvE op zitting ook de alternatieve grondslag onrechtmatige hinder genoemd.

De rechtbank vindt de mogelijk in te stellen vordering niet dusdanig kansloos dat de VvE gelet daarop nu geen belang zou hebben bij het gevraagde voorlopig deskundigenbericht.

De stellingen van de winkeleigenaren bieden ook onvoldoende aanknopingspunten voor andere afwijzingsgronden.

De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht dus toe.

De voor te leggen vragen

De VvE heeft elf vragen voorgesteld in haar verzoekschrift.

De winkeleigenaren hebben op zitting desgevraagd verklaard daarin geen onderwerpen te missen.

Vanuit een belangenafweging tussen de relevantie en doeltreffendheid van voorgestelde vragen en de bezwaren van de winkeleigenaren tegen bepaalde formuleringen, neemt de rechtbank de vragen van de VvE deels gewijzigd over zoals vermeld onder de beslissing.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.