Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek om vervangende machtiging voor de wijziging splitsingsakte als bedoeld in artikel 5:140 BW.
Appellant is eigenaar van een appartementsrecht dat recht geeft op het uitsluitend gebruik van een parterre werkplaats van een onroerende zaak (hierna: het benedenappartement).
A was tot zijn overlijden samen met B gerechtigd tot een appartementsrecht dat recht geeft op het uitsluitend gebruik van de boven die parterre werkplaats gelegen bovenwoning (hierna: het bovenappartement).
Sinds het overlijden van A is B krachtens de wettelijke verdeling van de nalatenschap van A enig eigenaar van het bovenappartement.
Appellant wil dat de bestemming van het benedenappartement in de splitsingsakte wordt gewijzigd van parterre werkplaats (en magazijn) in wonen.
A en B waren, en B is, het daarmee niet eens.
Appellant heeft vervolgens de kantonrechter verzocht om hem vervangende machtiging te verlenen voor wijziging van de splitsingsakte als bedoeld in artikel 5:140 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
De kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft dat verzoek afgewezen (bij beschikking van 3 augustus 2022).
Appellant is daartegen in hoger beroep gekomen bij het hof.
Hij wenst dat het hof dat verzoek alsnog toewijst.
B heeft het verzoek bestreden.
Appartemensrecht. VVE. Verzoek om vervangende machtiging voor de wijziging splitsingsakte als bedoeld in artikel 5:140 Burgerlijk Wetboek. Belanghebbenden. Executeur nalatenschap.
De rechter oordeelt als volgt.
Bij de beoordeling van het verzoek van appellant moet het hof op grond van de wet rekening houden met de mening van de belanghebbenden bij dat verzoek.
Over de belanghebbenden merkt het hof het volgende op.
De belanghebbenden zijn A en de executeur-testamentair.
Het hof constateert dat B, vanwege de wettelijke verdeling, door het overlijden van A de enige eigenaar is van het bovenappartement.
Voorafgaand aan het overlijden van A was B samen met A gerechtigd tot dat appartementsrecht, omdat zij in algehele gemeenschap van goederen was gehuwd.
Dat het appartementsrecht volgens de eigendomsinformatie van het Kadaster op naam van A stond, doet daaraan niet af.
Grief van appellant, waarin appellant anders betoogt, is dus ongegrond.
C voert, zo lang als zij executeur-testamentair is, het beheer over de nalatenschap van A en daartoe behoort het bovenappartement.
In die hoedanigheid is zij dan ook belanghebbende.
Voorafgaand aan de eerste mondelinge behandeling bij het hof heeft D zich als belanghebbende bij het hof gemeld (omdat zij naar haar zeggen erfgenaam is van A) en onder andere verzocht om toezending van de processtukken.
Het hof heeft D niet als belanghebbende aangemerkt en haar die stukken niet toegezonden.
Met de mening van de erfgenamen van A wordt namelijk rekening gehouden via de executeur-testamentair, die het hof wel als belanghebbende heeft betrokken in de procedure.
Het hof heeft de VvE, die in de procedure bij de kantonrechter is aangemerkt als belanghebbende, de mogelijkheid gegeven haar mening te geven en opgeroepen te verschijnen bij de mondelinge behandeling van het hof.
De VvE heeft daarop niet gereageerd en enkele (aangetekend verzonden) brieven van het hof gericht aan de VvE zijn als niet afgehaald teruggestuurd naar het hof.
Het hof kan en zal beslissen zonder kennis te hebben genomen van enige reactie van de VvE, nu de huidige twee eigenaren, verenigd in de VvE, te weten appalant en B , in hoger beroep hun mening hebben kunnen geven.
Artikel 5:139, leden 1 en 2 BW bepalen:
- De akte van splitsing kan worden gewijzigd met medewerking van alle
appartementseigenaars. - De wijziging kan ook met medewerking van het bestuur geschieden, indien het tot de wijziging strekkende besluit is genomen in de vergadering van eigenaars met een meerderheid van ten minste vier vijfden van het aantal stemmen dat aan de
appartementseigenaars toekomt of met een zodanige grotere meerderheid als in de akte van splitsing is bepaald. De termijn voor oproeping tot de vergadering bedraagt ten minste vijftien dagen. Artikel 2:42 leden 1, eerste zin, 2, eerste zin, en 3 BW is van overeenkomstige toepassing.
De toepasselijkheid van artikel 2:42 lid 2, eerste zin BW brengt mee dat zij die de oproeping tot de vergadering van de VvE ter behandeling van een voorstel tot wijziging van een splitsingsakte hebben gedaan (in dit geval: appellant) tijdig vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden van de VvE ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
Het hof constateert dat op de agenda voor de vergadering van de VvE van 4 augustus 2021 stond “3. Besluit aanpassing splitsingsakte”, terwijl er geen afschrift van het voorstel, waarin de voorgedragen wijziging van de splitsingsakte woordelijk is opgenomen, was.
De hiervoor genoemde tekst van de uitnodiging kwalificeert niet als zo’n afschrift.
Appellant heeft niet tijdig (en heeft overigens nog altijd niet) een conceptsplitsingsakte met daarin opgenomen de door hem gewenste wijziging voorgelegd, terwijl hij dat wel tijdig had moeten doen.
Alleen al om die reden is het verzoek van appellant om vervangende toestemming niet toewijsbaar.
Appellant heeft geen belang bij de verdere bespreking van zijn verzoek omdat dat niet tot een andere beslissing kan leiden.
Bij de beoordeling van het hoger beroep van B (het incidenteel hoger beroep) bestaat geen belang.
Dat hoger beroep is gericht tegen de overweging van de kantonrechter dat indien er sprake zou zijn van bodemverontreiniging ook (bedoeld is kennelijk:) A debet aan die verontreiniging is door het gebruik van de spuitcabine in de werkplaats en de septic tank.
In het midden kan worden gelaten of die overweging juist is, want die verandert de beslissing op het verzoek van appellant namelijk niet.
Aan het bewijsaanbod van appellant en het bewijsaanbod van B gaat het hof voorbij.
Appellant en B hebben namelijk geen stellingen te bewijzen aangeboden die, als die worden bewezen, leiden tot een andere beslissing.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.