Van onze advocaat VVE. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 12 april 2017 uitspraak gedaan over de vordering van de VvE tot betaling vastgestelde bijdragen. Het beroep op de nietigheid van besluit tot vaststelling van de te betalen bijdragen werd door de rechter wegens strijd met splitsingsakte toegewezen.
De serviceflat De M is een gebouw te Middelburg. Bij de akte van splitsing is het gesplitst in 114 appartementen en is de VvE opgericht. De VvE is een vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 5:124 BW. Volgens artikel 19 van de akte van splitsing is het doel van de VvE het voeren van het beheer over het gebouw De M.
Gedaagde is eigenaar van het appartement, een 3-kamer appartement in De M. Zij is van rechtswege lid van de VvE.
De algemene vergadering van de VvE stelde in haar vergadering van 3 december 2014 de begroting voor 2015 vast en bepaalde daarbij de bijdrage voor een 3-kamer appartement op € 344,- met een voorschot stookkosten van € 60,-, dat is in totaal € 404,- per maand. De algemene vergadering bepaalde de bijdrage voor 2016 op hetzelfde bedrag als voor 2015. Ondanks aanmaningen en sommaties, betaalde gedaagde de bijdragen niet volledig.
Naast de VvE is opgericht de Coöperatie tot verlening van diensten aan de bewoners van de serviceflat De M. Deze coöperatieve vereniging is per 31 december 2013 omgezet in een gewone vereniging, de Vereniging tot verlening van diensten aan de bewoners van de serviceflat De M (verder: de VvD). Gedaagde is geen lid van de VvD. Tot en met 2014 bracht de VvD aan haar leden maandelijkse bijdragen in rekening en daarna niet meer.
De advocaat van de VvE vordert de veroordeling van gedaagde, zakelijk weergegeven, tot betaling van € 5.201,10, te vermeerderen met een bedrag van € 404,- per maand vanaf 1 oktober 2016 met de wettelijke rente,
Het bedrag van € 5.201,10 bestaat uit € 5.141,25 aan volgens de VvE te weinig betaalde bijdragen over de periode juli 2015 tot en met september 2016 en € 59,85 aan wettelijke rente daarover tot en met 27 september 2016.
De VvE baseert haar vordering tot betaling van bijdragen primair op de besluiten van de algemene vergadering van de VvE tot vaststelling van de bijdragen over 2015 en 2016. Volgens haar schiet gedaagde toerekenbaar tekort in de nakoming van haar betalingsverplichtingen.
Nietigheid van het besluit VVE
Kernpunt van geschil is of de besluiten tot vaststelling van de bijdragen over 2015 en 2016 nietig zijn omdat zij in strijd zijn met de akte van splitsing, zoals de advocaat van gedaagde stelt en de VvE betwist.
Artikel 14 van de akte van splitsing luidt:
“1. Ieder der eigenaren is in de gemeenschap gerechtigd voor het hiervoor in deze akte voor het betrokken appartement genoemde aandeel.
(…)
- In diezelfde verhouding zijn de eigenaren verplicht bij te dragen in en zijn zij tegenover derden aansprakelijk voor de gezamenlijke kosten en lasten.”
Artikel 15 van de akte van splitsing bepaalt onder meer:
“Tot de schulden, kosten en lasten (…) worden gerekend:
- die, welke gemaakt zijn in verband met het normale onderhoud of het normale gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw of de daartoe behorende installaties of tot het behoud daarvan.
- die, welke verband houden met noodzakelijke herstellingswerkzaamheden en vernieuwingen (…);
- die, welke verband houden met de aanstelling van de administrateur en met de administratie van het gebouw;
- de kosten van een rechtsgeding (…);
- (…);
- de assurantiepremie (…);
- de verschuldigde publiekrechtelijke lasten;
- alle overige schulden, kosten en lasten gemaakt in het belang van alle eigenaren of door de gezamenlijke eigenaren lees: eigenaren) als zodanig verschuldigd, voor zover deze kosten niet voor rekening van derden of de coöperatieve vereniging (lees nu: de VvD) komen.”
Artikel 16 van de akte van splitsing bepaalt, voor zover nu van belang:
“1. Tijdig voor het begin van elk kalenderjaar zal de administrateur een begroting ontwerpen en aan de vergadering van eigenaren voorleggen ter vaststelling van de exploitatiekosten van de gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw en toebehoren en daar daartoe behorende installaties.
(…)
- Op de grondslag van de begroting zal elk der eigenaren maandelijks bij vooruitbetaling in de kas van de vereniging van eigenaren storten een voorschot ten bedrage van een twaalfde deel van de bijdragen, waartoe hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 verplicht is.”
Gelet op artikel 2:14 lid 1 in samenhang met artikel 5:129 lid 1 BW slaagt het beroep van gedaagde op nietigheid van de besluiten van de algemene vergadering van de VvE tot vaststelling van de maandelijkse bijdragen over 2015 en 2016 indien deze besluiten in strijd zijn met de akte van splitsing.
Uit de toelichting op de begroting over 2015 van de VvE volgt dat de totale uitgaven van de VvE over 2014 waren begroot op € 199.400,- en over 2015 op € 414.150,-, dat wil zeggen ruim twee keer zoveel als over 2014. De totale uitgaven van de VvD over 2014 waren begroot op € 308.300,- en over 2015 op nihil. Een groot deel van de kosten werd tot en met 2014 ten laste van de VvD gebracht en betaald uit de bijdragen van haar leden en daarna op grond van de besluiten van de algemene vergadering van de VvE ten laste van de VvE.
Het enkele feit dat lasten voorheen voor rekening van de VvD kwamen, betekent niet dat het besluit dat deze vanaf 2015 voor rekening van de VvE komen in strijd is met de akte van splitsing. Beslissend is of de in de begroting voorziene uitgaven zijn aan te merken als gezamenlijke schulden, kosten en lasten als bedoeld in de artikelen 14 lid 3 en 15 van die akte en die passen bij de statutaire doelstelling, als verwoord in artikel 19. Zolang schulden, kosten en lasten, gemaakt in het belang van alle eigenaren of door de gezamenlijke eigenaren als zodanig verschuldigd voor rekening van de VvD kwamen, konden die schulden, kosten en lasten op grond van artikel 15 aanhef en onder h van de akte van splitsing niet ten laste van de VvE worden gebracht, maar dat geval doet zich vanaf 2015 niet meer voor.
Volgens de toelichting op de begroting over 2015 is een bedrag van € 3.400,- opgenomen voor recreatie. Voorheen werden die kosten gebracht voor rekening van de VvD. Bij vonnis van 15 maart 2017 waarbij de VvE partij is met andere appartementseigenaren dan gedaagde oordeelde de kantonrechter dat het evident is dat de statutaire doelstelling van de VvE geen ruimte biedt voor de kosten van een recreatiecommissie. Recreatie behoort niet tot het beheren van het gebouw De M. De kantonrechter verenigt zich daarmee. Ook tijdens de mondelinge behandeling van de zaak is namens de VvE onvoldoende begrijpelijk toegelicht dat en waarom de kosten van recreatie passen in de statutaire taak van de VvE.
Dit brengt mee dat het beroep van gedaagde op de nietigheid van de besluiten tot vaststelling van de begrotingen over 2015 en 2016 gegrond is. De kantonrechter betrekt hierbij dat de bijdrage voor 2016 is vastgesteld op hetzelfde bedrag als over 2015 en dat volgens de VvE ook in de bijdragen over 2016 een bedrag is begrepen voor de kosten van de recreatiecommissie. De VvE wordt dan ook niet gevolgd in haar standpunt dat hetgeen is opgenomen in de bijdragen voor 2015 en 2016 allemaal valt onder de in de akte van splitsing opgenomen schulden, kosten en lasten.
Met de vaststelling dat de besluiten tot vaststelling van de begrotingen over 2015 en 2016, en daarmee tot vaststelling van de bijdragen over die jaren, aan nietigheid lijden doordat daarin bedragen zijn begrepen voor kosten van de recreatiecommissie, slaagt het verweer van gedaagde tegen de vordering tot betaling van de bijdragen op de primaire grondslag. Of die besluiten ook nietig zijn omdat andere kosten dan die voor recreatie zijn begrepen in die begrotingen en bijdragen die niet passen in de statutaire doelstelling van de VvE, zoals de kantonrechter wel oordeelde kan daarom in het midden blijven.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u vragen over de VVE, de splitsingsakte, of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een besluit van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.