Van onze advocaat VVE. De Rechtbank Noord-Holland heeft op 19 april 2017 uitspraak gedaan over de vraag of een appartementseigenaar dient mee te werken aan de door de VvE gewenste vervanging van de voordeuren van de appartementen?

Gedaagde is eigenaar van het appartementsrecht in het flatgebouw te Alkmaar en daarom van rechtswege lid van de VvE.

De VvE is opgericht bij akte van splitsing van 26 maart 1980. In de splitsingsakte is het Modelreglement Splitsing van eigendom van februari 1973 (hierna: Modelreglement 1973) van toepassing verklaard.

Artikel 2 van het Modelreglement 1973 luidt als volgt:

Tot de gemeenschappelijke gedeelten worden onder meer gerekend: funderingen, dragende muren en kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk, alsmede de vloeren, de buitengevels, waaronder begrepen raamkozijnen, deuren, balkon-constructies, borstweringen, galerijen, terrassen en gangen, de daken, schoorstenen en ventilatiekanalen, de traphuizen en hellingbanen, alsmede het hek- en traliewerk;

Artikel 8 van het Modelreglement 1973 luidt als volgt:De vereniging voert het beheer over de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken met inachtneming van het in artikel 37 bepaalde.

De advocaat van de VvE vordert dat de kantonrechter gedaagde veroordeelt om binnen drie maanden na betekening van het vonnis toegang te verschaffen voor het vervangen van de voordeur van het appartement, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag dat gedaagde na afloop van die termijn daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,-.

De VvE legt aan de vordering ten grondslag, kort weergegeven, dat gedaagde op grond van het besluit van de algemene ledenvergadering van de VvE van 30 juli 2014, gehouden is mee te werken aan het laten vervangen van zijn voordeur.

De advocaat van gedaagde betwist de vordering. Hij voert aan, samengevat, dat hij niet hoeft mee te werken aan de vervanging van zijn voordeur omdat de deur die de VvE wenst te plaatsen van mindere kwaliteit is dan de huidige deur van zijn appartement. Bovendien heeft gedaagde in 2011 van het toenmalige bestuur van de VvE toestemming gekregen om de extra beveiligde voordeur die nu zijn appartement afsluit, te plaatsen. Het argument van de VvE dat de voordeuren uit oogpunt van uniformiteit moeten worden vervangen, snijdt geen hout omdat er in het gebouw nog vele andere zaken zijn (zoals raamkozijnen) waar de uniformiteit ver te zoeken is, aldus de advocaat van gedaagde.

Dient een appartementseigenaar mee te werken aan de vervanging van de voordeuren van de appartementen?

Beoordeeld moet worden of gedaagde mee dient te werken aan de door de VvE gewenste vervanging van zijn voordeur. Voor de beantwoording van die vraag zijn de volgende uitgangspunten van belang. Niet meer in geschil is dat de toegangsdeuren tot de appartementen op grond van artikel 2 van Modelreglement 1973 behoren tot de gemeenschappelijke ruimtes. Dit betekent dat de VvE op grond van artikel 8 in samenhang met artikel 37 van dat reglement daarover het beheer voert.

Uit het verhandelde ter zitting blijkt dat partijen het er over eens zijn dat de Algemene Leden Vergadering op 30 juli 2014 heeft ingestemd met het voorstel van het bestuur van de VvE om de voordeuren van alle appartementen te vervangen. Vaststaat eveneens dat gedaagde niet heeft verzocht om dit besluit te vernietigen. Gedaagde doet overigens ook in deze procedure geen beroep op de vernietigbaarheid of nietigheid van het besluit. Daarmee staat vast dat het besluit van de VvE onaantastbaar is.

Aangezien er een onaantastbaar besluit van de VvE ligt, is gedaagde in beginsel verplicht daaraan mee te werken. Dat kan anders zijn indien gedaagde een voldoende zwaarwegend belang heeft bij zijn weigering, zodanig dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de VvE vasthoudt aan de uitvoering van haar besluit. De advocaat van gedaagde heeft daartoe aangevoerd dat de nieuwe deuren van mindere kwaliteit dan zijn huidige deur, waarmee een zwaarwegend belang van gedaagde, namelijk zijn veiligheid, in gevaar komt.

De VvE heeft hier tegen in gebracht dat de te plaatsen deuren van een even goede, of zelfs betere, kwaliteit zijn als de huidige deuren. De VvE heeft ter onderbouwing de door gedaagde in het geding gebrachte factuur uit 2011 van de plaatsing van zijn huidige voordeur, besproken en puntsgewijs uiteengezet dat de nieuwe deuren dezelfde specificaties en soortgelijk beslag hebben als de huidige deuren.

De kantonrechter overweegt als volgt. Gedaagde heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld dat de te plaatsen deur van een mindere kwaliteit is dan zijn huidige deur. Gedaagde heeft ter zitting namelijk niet weersproken dat de nieuwe deuren inbraakveilig en brandwerend zijn. De omstandigheid dat alleen een aluminium strip en een kierstandhouder niet standaard op de nieuw te plaatsen deur worden gemonteerd acht de kantonrechter van onvoldoende gewicht. Ter zitting is immers duidelijk geworden dat gedaagde ervoor kan kiezen deze door hem gewenste opties op zijn deur te laten aanbrengen tegen betaling van een relatief gering bedrag (maximaal € 100,00) hetgeen de kantonrechter niet onredelijk of onaanvaardbaar acht. Dat de veiligheid van gedaagde door het plaatsen van een nieuwe deur in gevaar komt, is door hem niet concreet onderbouwd en ook anderszins niet aannemelijk geworden. Bovendien is ter zitting gebleken dat gedaagde inmiddels niet meer in het bewuste appartement woont en dat hij daarnaast wel toestemming heeft gegeven om de voordeur van het hem eveneens in eigendom toebehorende appartement met nummer te laten vervangen.

De bezwaren van gedaagde over het gebrek aan uniformiteit en de eerder verkregen toestemming voor zijn huidige deuren, brengen in het voorgaande geen verandering omdat deze omstandigheden naar het oordeel van de kantonrechter niet bestempeld kunnen worden als zwaarwegende belangen aan de zijde van gedaagde.

Gelet op het voorgaande heeft gedaagde geen voldoende zwaarwegend belang bij zijn weigering om mee te werken aan het laten vervangen van zijn voordeur.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de VvE zal toewijzen, met dien verstande dat de kantonrechter aanleiding ziet het maximum dat de VvE aan de te verbeuren dwangsom verbindt, te verlagen tot € 10.000,-.

De proceskosten komen voor rekening van gedaagde, omdat hij ongelijk krijgt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u vragen over de VVE, over de splitsingsakte of over de vraag of toestemming vereist is voor een verandering aan het appartement, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.