Van onze advocaat VvE. Op 19 januari  november 2016 heeft het Gerechtshof  uitspraak gedaan over de uitleg van een splitsingsakte

De grief van appellante is gericht tegen voormelde beslissing van de kantonrechter. Appellante betoogt dat gedurende de acht/negen jaar dat zij eigenaar is, de VvE nimmer een beroep heeft gedaan op artikel 17 lid 1 en 2 van het splitsingsreglement zodat zij erop mocht vertrouwen dat de wijze waarop zij het appartement gebruikt, was toegestaan. In de visie van appellante is er sprake van discriminatie omdat de VvE alleen met betrekking tot haar appartement een handhavingbesluit heeft genomen. Appellante voert verder aan dat met het nemen van het handhavingbesluit sprake is van misbruik van recht althans dat het handhavingbesluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid omdat het appartement gedurende 38 jaar is ondergesplitst en op die wijze is gebruikt en er geen vergelijkbare situatie is met de andere appartementen in het complex.

Het hof stelt vast dat het besluit van de VvE er in feite op neerkomt dat appellante op grond van artikel 17 lid 1 van het splitsingsreglement de unitsgewijze ingebruikgeving van het appartement dient te beëindigen bij vertrek van de huurder(s). Voorop wordt gesteld dat volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad bij de uitleg van notariële leverings- en vestigingsakten betreffende registergoederen een objectieve maatstaf geldt. Het komt aan op de in de splitsingsstukken tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, die moet worden afgeleid uit de in de akte gebezigde bewoordingen, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte. De ratio moet worden gezocht in het voor registergoederen geldende stelsel van publiciteit en de betrouwbaarheid van de openbare registers. In het verlengde van deze ratio moet worden aangenomen dat bij de uitleg van leverings- en vestigingsakten een beperking geldt ten aanzien van de in aanmerking te nemen gegevens: deze zullen objectief (dat wil zeggen voor derden) uit dan wel aan de hand van de ingeschreven akte kenbaar moeten zijn. Volgens deze maatstaf moeten de bewoordingen “slechts in zijn geheel in gebruik geven” in artikel 17 lid 1 van het splitsingsreglement naar het oordeel van het hof aldus worden uitgelegd dat het appartement één geheel moet blijven en slechts als één geheel in gebruik mag worden gegeven en dus niet in delen of units in gebruik mag worden gegeven. Het hof verwerpt de stelling van appellante dat de strekking van de bepaling is dat bij ingebruikgeving aan een derde de eigenaar van het appartement er niet zelf mag blijven wonen, nu voor die uitleg geen aanknopingspunten zijn te vinden in de tekst en dat evenmin afgeleid kan worden uit de overige bepalingen van het splitsingsreglement.

Het beroep van appellante op het non-discriminatiebeginsel, het vertrouwensbeginsel en de redelijkheid en billijkheid, vertaalt het hof aldus dat appellante daarmee betoogt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de VvE alleen jegens haar en pas na langere tijd handhavend optreedt (artikel 6:248 lid 2 BW). Het hof verwerpt dit betoog. De VvE heeft er belang bij dat appartementseigenaars zich houden aan de bepalingen van het splitsingsreglement. Dat de VvE appellante eerst nu aanspreekt op haar gebruik van het appartement in strijd met het splitsingsreglement, kan de VvE niet worden tegengeworpen. Vast staat dat in 2011 een nieuwe beheerder is aangesteld, die volgens eigen zeggen vanaf het moment van haar aantreden “orde op zaken” heeft willen stellen.

Indien U vragen heeft over de VvE in het appartementsrecht of over de splitsingsakte in het appartementsrecht belt u dan onze advocaat VvE op 020-7400521 of klik hier om de advocaat VvE een vraag te stellen over het appartementsrecht en de VvE.