Van onze advocaat VvE. Op 22 december 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan over geluidhinder uit een bovengelegen appartement. Veroordeling volgt tot aanpassing van de vloer omdat niet is voldaan aan de eisen van de splitsingsakte en van de bouwvergunning.

Geïntimeerde heeft in eerste aanleg gevorderd, kort gezegd, dat de rechtbank voor recht verklaart dat appellant aansprakelijk is voor de door geïntimeerde geleden en nog te lijden schade wegens geluidshinder, op te maken bij staat, en voorts appellant veroordeelt tot het doen uitvoeren van bouwkundig onderzoek naar de oorzaken van en oplossingen voor geluidshinder en tot het doen verrichten van de nodige (herstel)werkzaamheden op grond van de resultaten van voornoemd onderzoek, leidend tot afname van de geluidsoverlast tot een aanvaardbaar niveau, met inachtneming van de wettelijke normen en de eisen van de splitsingsakte en bouwvergunning.

Geluidhinder

Door geluidshinder te veroorzaken althans onvoldoende maatregelen te treffen om die hinder tot een aanvaardbaar minimum te beperken, handelt appellant onrechtmatig jegens geïntimeerde. Daarnaast handelt appellant in strijd met het wettelijke verbod op hinder als bedoeld in artikel 5:37 BW en met de verplichting van appartementseigenaren om de bouw en inrichting van het gebouw in stand te houden in overeenstemming met de splitsingsakte als bedoeld in artikel 5:108 BW. Ten slotte is het handelen van appellant als maatschappelijk onzorgvuldig aan te merken, omdat sprake is van voortdurende geluidshinder, terwijl de vloer van appellant vrij eenvoudig valt te isoleren, en appellant zich niet op een rechtvaardigingsgrond kan beroepen, nu hij bijvoorbeeld niet heeft voldaan aan de eisen van de bouwvergunning (geluiddempende minerale wol ontbreekt).  Het antwoord op de vraag of appellant geluidshinder toebrengt in een mate of op een wijze die onrechtmatig is als bedoeld in artikel 6:162 BW, is afhankelijk van de aard, ernst en duur van de hinder, de daardoor veroorzaakte schade en de overige omstandigheden waaronder de hinder wordt toegebracht.

Akte van splitsing

Partijen verschillen van mening over de uitleg van artikel 17 lid 5 van de akte van splitsing. Daarbij dient het volgende voorop te staan. Aan de bepalingen van een splitsingsreglement moet een uitleg naar objectieve maatstaven worden gegeven. Bij gebreke van een gepubliceerde schriftelijke toelichting op het desbetreffende reglement zijn bij de uitleg daarvan derhalve in beginsel de bewoordingen, gelezen in het licht van de gehele tekst, van doorslaggevende betekenis. Daarbij komt het niet aan op de bedoelingen van de partijen die het desbetreffende reglement tot stand hebben gebracht, voor zover deze niet uit de daarin opgenomen bepalingen kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin het reglement is gesteld. Bij deze uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de elders in het reglement gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden (HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493 en HR 8 oktober 2010, NJ 2010, 546).

De bewoordingen van de onderhavige bepaling laten in beginsel niets aan duidelijkheid te wensen over: het is niet toegestaan parket, laminaat, plavuizen of marmeren vloeren en dergelijke aan te brengen op andere plaatsen dan in de sanitaire ruimten, tenzij wordt aangetoond dat de contactgeluidsisolatie van de kale vloer inclusief vloerbedekking een waarde bereikt van tien decibel (10db) of meer. Aangezien uit het voorgaande voortvloeit dat de vloer van appellant niet voldoet aan het bepaalde in de splitsingsakte, is hij gehouden die vloer aan te passen. Die verplichting volgt uit artikel 5:108 BW. Wat appellant heeft aangevoerd, met name dat het in het onderhavige geval om een oud pand gaat en geïntimeerde zich ter plaatse heeft gevestigd na het tijdstip waarop de hinder veroorzakende activiteiten een aanvang hebben genomen wettigt niet de conclusie dat geïntimeerde onvoldoende belang heeft bij haar vorderingen.

Bouwvergunning

Geïntimeerde heeft tevens gesteld dat de vloer van appellant niet voldoet aan de eisen van de aan appellant verleende bouwvergunning, doordat deze is aangelegd zonder tussen de balken van de vloer en het plafond van geïntimeerde 150 mm geluiddempende minerale wol aan te brengen. Het hof is van oordeel dat dit meebrengt dat appellant bij de aanpassing van de vloer gehouden is de in de bouwtekening bedoelde minerale wol alsnog aan te brengen. Appellant heeft klaarblijkelijk in strijd met de aan hem verleende bouwvergunning gehandeld en dat is jegens geïntimeerde, als direct belanghebbende bij de in de bouwvergunning gestelde eis van geluidsisolatie, onrechtmatig. Hieraan doet niet af dat de gemeente tegen deze wijze van verbouwen kennelijk niet handhavend is opgetreden.

Indien U vragen heeft over geluidhinder in het appartementsrecht of over de splitsingsakte in het appartementsrecht belt u dan onze advocaat VvE op 020-7400521 of stelt u hier een vraag aan onze advocaat VvE.