Van onze advocaat VVE. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 12 februari 2019 uitspraak gedaan over een verzoek tot vervangende machtiging van de rechter tot wijziging van de akte van splitsing. Artikel 5:140 BW.

Verweerder heeft een verzoekschrift ex artikel 5:140 lid 1 jo. artikel 5:139 BW bij de kantonrechter ingediend met het verzoek – voor zover in hoger beroep nog van belang – om een vervangende machtiging voor wijziging van de splitsingsakte in die zin dat de daarin opgenomen afwijkingen van artikel 36 lid 4 en artikel 37 lid 5 van het Modelreglement komen te vervallen.

Daartoe is kort gezegd het volgende aangevoerd.

Verzoeker reageert niet op verzoeken om een ledenvergadering te houden en verschijnt niet op door verweerder georganiseerde vergaderingen.

Feitelijk wordt er niets gedaan in de VVE. Deze situatie wordt in stand gehouden omdat de in de splitsingsakte gewijzigde artikelen 36 lid 4 en 37 lid 5 de aanwezigheid van alle eigenaren vereist voor het nemen van een rechtsgeldig besluit.

Sinds verzoeker bestuurder is van de VVE heeft[verweerder geen inzicht meer in de jaarrekening en weet hij niet wat er gebeurt met het reservefonds. Ook moet er een onderhoudsplan komen en moet de maandelijkse bijdrage worden gewijzigd.

Verzoeker is in eerste aanleg niet verschenen. De kantonrechter heeft het verzoek toegewezen.

VVE. Vervangende machtiging van de rechter tot wijziging van de akte van splitsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Verzoeker komt in hoger beroep op tegen de door de kantonrechter verleende vervangende machtiging. Hij voert onder meer aan dat uit de door verweerder overgelegde correspondentie blijkt dat hij wel degelijk reageert op verzoeken tot het houden van een vergadering van de VVE, dat hij tot nu toe alle kosten voor zijn rekening heeft genomen en dat hij niet rechtsgeldig is opgeroepen voor de vergadering van 31 oktober 2017. Ook maakt hij bezwaar tegen de voorgestelde wijziging van de splitsingsakte.

De vervangende toestemming voor de beoogde wijziging van de splitsingsakte kan worden verleend indien verzoeker zonder redelijke grond weigert daaraan zijn toestemming of medewerking te verlenen (artikel 5:140 en 5:139 BW).

Naar het oordeel van het hof doet die situatie zich hier voor, gelet op het volgende.

Uit de met stukken onderbouwde stellingen van verweerder, die niet (voldoende gemotiveerd) zijn betwist, blijkt het volgende.

Verzoeker heeft kort na zijn benoeming tot bestuurder enkele keren een VVE vergadering gepland maar die geplande vergaderingen steeds weer afgelast.

Hij heeft ondanks verzoeken van de zijde van verweerder uiteindelijk geen VVE vergadering laten plaatsvinden. Na medio april 2015 heeft verzoeker niets meer van zich laten horen, ook niet na verzoeken en voorstellen aan de zijde van verweerder.

Sinds het aantreden van verzoeker als bestuurder – al ruim vijf jaar geleden – heeft dus geen VVE vergadering meer plaatsgehad.

Door de houding van verzoeker functioneert de VVE feitelijk niet; er kan geen rechtsgeldig besluit door de VVE worden genomen, ook niet over belangrijke en gangbare onderwerpen zoals verzekering, (achterstallig) onderhoud en financiën.

Deze situatie dient te worden doorbroken en de beoogde wijziging van de splitsingsakte voorziet in die doorbreking. Het thans geldende vereiste van unanimiteit geldt na die wijziging immers niet meer.

Het bezwaar van verzoeker dat verweerder na de beoogde statutenwijziging met een meerderheid van stemmen besluiten kan nemen die nadelig voor verzoeker zijn, is op zichzelf juist, maar in de gegeven situatie geen redelijke grond voor weigering, omdat de VVE zonder de beoogde wijziging in het geheel niet functioneert en dit aan verzoeker is te wijten.

Verder neemt het hof in aanmerking dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat verweerder onredelijke besluiten zou willen nemen en dat verzoeker in ieder geval de mogelijkheid heeft om besluiten van de VVE ter vernietiging voor te leggen aan de kantonrechter.

De door verzoeker in hoger beroep opgeworpen vraag of de oproeping voor de vergadering van de VVE op 31 oktober 2017 gebrekkig is, behoeft geen beantwoording.

Verweerder beroept zich immers niet op in die vergadering genomen besluiten. Het niet-functioneren van de VVE houdt ook geen verband met die vergadering maar is gelegen in het feit dat verzoeker – nota bene bestuurder van de VVE – geen medewerking verleent aan het tot stand brengen van enige vergadering, laat staan enig besluit van de VVE.

De door verzoeker overgelegde vaststellingsovereenkomst van partijen van 25 augustus 2013 behoeft geen bespreking. Wat er ook zij van de stelling van verzoeker dat hij de daarin neergelegde afspraken (over onder meer door hem uit te voeren achterstallig onderhoud) is nagekomen, dat neemt niet weg dat verzoeker zonder redelijke grond zijn medewerking c.q. toestemming aan de gevraagde wijziging onthoudt.

Om dezelfde reden gaat het hof niet in op de stelling van verzoeker dat hij alles voor de VVE betaalt, welke stelling overigens niet is onderbouwd en door verweerder is betwist.

De conclusie is dat de grief faalt en dat de beschikking van de kantonrechter dient te worden bekrachtigd. Deze beschikking moet zo worden verstaan dat aan verweerder vervangende machtiging wordt verleend om de splitsingsakte te wijzigen in die zin dat de daarin opgenomen afwijkingen van artikel 36 lid 4 en artikel 37 lid 5 van het Modelreglement 1973 komen te vervallen.

Het hof gaat voorbij aan het aanbod van verzoeker om te bewijzen dat er (na zijn benoeming tot bestuurder) wel VVE vergaderingen zijn gehouden. Verzoeker heeft voldoende gelegenheid gehad voor het indienen van schriftelijk bewijs en aan getuigenbewijs komt het hof bij gebrek aan een gemotiveerde betwisting niet toe.

Het hof zal verzoeker als de overwegend in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten in hoger beroep.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over het appartementsrecht, over de VVE, over de splitsingsakte, splitsingsreglement of een modelreglement, over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over vervangende toestemming van de rechter, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.