Van onze advocaat VVE. De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 24 augustus 2017 uitspraak gedaan of de VVE rechtsgeldig besluiten kan nemen door digitaal stemmen.

Het verzoek van de advocaat van C strekt tot vernietiging van het besluit, met betrekking tot het wijzigen van artikel 2 lid 3 en art. 34 van de akte van splitsing, van de VvE zoals neergelegd in de notulen van de extra (buitengewone) ledenvergadering VvE van 20 maart 2017. Daarnaast wordt verzocht het gewraakte besluit te schorsen totdat op het onderhavige verzoek onherroepelijk is beslist.

Aan zijn verzoek legt de advocaat van C , kort samengevat, het volgende ten grondslag.

Een aantal stemmen is digitaal uitgebracht. Daarmee is het besluit genomen in strijd met de statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen. Het besluit is immers tot stand gekomen door stemming waarbij afgeweken is van artikel 36 van het splitsingsreglement. Noch uit de statuten noch uit het splitsingsreglement blijkt dat is voorzien in de mogelijkheid van digitaal stemmen. Het besluit is dan ook wat betreft de wijze van totstandkoming in strijd met artikel 2:15 BW. Indien digitaal stemmen toch is toegestaan, is er niet voldaan aan de eisen die voor stemmen via een elektronisch communicatiemiddel in artikel 2:38 BW zijn gesteld.

De VvE heeft zich verweerd door, kort samengevat, het volgende aan te voeren.

Wat betreft het elektronisch stemmen geldt dat artikel 36 van het splitsingsreglement geenszins uitsluit dat leden elektronisch stemmen terwijl zij de vergadering niet fysiek bijwonen. De bevoegdheid tot het bijwonen van de vergadering houdt immers geen verplichting in tot zodanig bijwonen. Voorts is er geen wettelijke of statutaire bepaling die zich tegen elektronisch stemmen verzet. Het door C aangevoerde artikel 2:28 BW is wat leden 6, 7 en 9 betreft niet van toepassing op verenigingen van eigenaars. De eisen die daarin gesteld worden hoeven dus niet strikt gevolgd te worden.

Uit de parlementaire geschiedenis kan worden afgeleid dat elektronisch stemmen onbeperkt mogelijk is. De gehanteerde digitale stemprocedure is ook met de nodige waarborgen omkleedt omdat er gebruik gemaakt is van een speciaal softwareprogramma en vier van de vijf stemmen naderhand nogmaals per e-mail zijn bevestigd. Er zijn daarom geen redenen om aan te nemen dat de elektronisch uitgebrachte stemmen ongeldig zijn uitgebracht.

Eerst is aan de orde de vraag of de kantonrechter bevoegd is om van onderhavige verzoeken kennis te nemen. Daaromtrent overweegt de kantonrechter als volgt.

C verzoekt de kantonrechter om het besluit van de VvE te vernietigen. Artikel 2:15 BW bepaalt dat een besluit van een rechtspersoon vernietigbaar is, als het genomen is in strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die de totstandkoming van besluiten regelen, of als het is genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist of als het strijdig is met een reglement.

Waar C aan zijn verzoek onder andere ten grondslag legt dat het besluit is genomen in strijd met de statutaire bepaling inzake de totstandkoming van besluiten is de kantonrechter mede gezien artikel 5:130 BW bevoegd.

VVE : elektronisch stemmen mogelijk?

Het geschil spitst zich verder toe op de beantwoording van de vraag of de omstandigheid dat het elektronisch stemmen is gefaciliteerd met zich meebrengt dat de aldus uitgebrachte stemmen niet rechtsgeldig zijn uitgebracht.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat het aldus deze wijze van stemmen enerzijds niet in strijd is met artikel 36 van het splitsingsreglement maar anderzijds ook niet is geregeld in dit artikel. Maar dat is ook logisch omdat het modelreglement is opgemaakt in 1993 toen de digitalisering nog niet zo’n grote vlucht had genomen zoals heden ten dagen.

Het is niet in strijd met de inhoud van voornoemd artikel omdat men niet verplicht wordt aanwezig te zijn, ook zonder aanwezig te zijn kan het stemrecht uitgeoefend worden anderzijds is het niet geregeld omdat alleen stemmen bij volmacht geregeld is.

VvE heeft in haar verweer verwezen naar de parlementaire geschiedenis bij het tot stand komen van artikel 2:38 leden 6,7 en 8 BW. Waaruit volgens haar kan worden afgeleid dat elektronisch stemmen onbeperkt mogelijk is voor verenigingen van eigenaars.

In de memorie van toelichting bij het betreffende artikel is het volgende opgenomen:

“(…) Voor kleinere buurtverenigingen zal het toepassen van elektronische communicatiemiddelen bij besluitvorming minder aantrekkelijk zijn. Onder meer doordat de kosten die daarmee gepaard gaan niet zullen opwegen tegen de voordelen die daar tegenover staan. Ook in dat verband is van belang dat met de voorgestelde bepaling slechts een faciliteit geboden wordt. Beoogd wordt te bereiken dat de wet geen onnodige belemmeringen opwerpt voor rechtspersonen die ervoor willen kiezen gebruik te maken van elektronische communicatiemiddelen bij besluitvorming. Verenigingen hoeven van deze mogelijkheid geen gebruik te maken.”

In reactie op een amendement waarin zij alsnog artikel 2:38 leden 7,6 en 8 BW van toepassing willen laten verklaren op verenigingen van eigenaars reageerde de minister als volgt:

“(…) Het amendement regelt dat de vereniging van eigenaren gebruik kan maken van elektronische middelen voor het bijeenroepen van de ledenvergadering en het geven van volmacht. Dit is alleen nodig als het gaat om schriftelijke communicatie. Maar de schriftelijkheidseis geldt niet voor verenigingen van eigenaren; die is in ieder geval niet in het Burgerlijk Wetboek voorgeschreven. Er hoeft dan ook geen uitzondering op te worden gemaakt in het Burgerlijk Wetboek. Het amendement suggereert eigenlijk het bestaan van een verplichting die er niet is. De situatie die het amendement wil bewerkstelligen, is er al. (…).”

Het amendement is vervolgens ingetrokken door de indieners waarbij het volgende werd opgemerkt:

“(…) Ik begrijp dat de minister over het amendement over het elektronisch stemmen zegt dat dit op dit moment zonder beperking al mogelijk is. Verenigingen van eigenaren kunnen zonder meer regelen dat er elektronisch gestemd kan worden. (…).”

De kantonrechter leest de parlementaire geschiedenis hetzelfde als VvE. De wetgever heeft het niet nodig gevonden om voor verenigingen van eigenaars een aparte regeling voor het elektronisch stemmen op te nemen. De verenigingen van eigenaars kunnen dit zelf regelen. Niet valt in te zien dat dit op formele wijze zou moeten door de splitsingsakte of het modelreglement te wijzigen. Dit mede gelet op het feit dat in onderhavig geval de elektronische stemprocedure met de nodige waarborgen is omkleed en deze wijze van stemmen in wezen niet verschilt van bij volmacht stemmen. Hierbij is ook meegewogen dat de betrokkenheid van de bewoners door het mogelijk maken van elektronisch stemmen groter wordt omdat ze niet op de vergadering aanwezig hoeven te zijn en toch hun mening kenbaar kunnen maken wat ten goede komt aan het besluitvormingsproces binnen een vereniging van eigenaars.

De kantonrechter constateert dan ook dat de elektronisch uitgebrachte stemmen, in het licht van hetgeen hiervoor overwogen is, gezien moeten worden als geldig uitgebrachte stemmen.

De kantonrechter stelt gelet op het voorgaande vast dat er geen grond is voor vernietiging van het op 20 maart 2017 genomen besluit. Gelet op hetgeen hiervoor overwogen is, ziet de kantonrechter geen aanleiding om over te gaan tot het schorsen van het genomen besluit.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u vragen over de VVE, over het stemmen in de VVE of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een besluit van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.