Van onze advocaat VVE. De Rechtbank Rotterdam heeft op 8 november 2017 uitspraak gedaan over een vordering tot naleving van artikelen 9, 12 en 16 van het modelreglement en tot betaling van achterstallige bijdragen wegens onderhoud appartement.
VVE. Vordering tot naleving van het modelreglement. Betaling achterstallige bijdragen
De VVE vordert dat de rechtbank eiser gebiedt om te voldoen aan zijn verplichtingen op grond van het bepaalde in artikelen 9, 12 en 16 van het modelreglement, althans 38 van het modelreglement, op straffe van verbeurte van een dwangsom.
Blijkens de toelichting op deze vordering gaat het concreet om het op eigen kosten herstellen van de aanpassingen die eiser zonder raadpleging en toestemming van VvE heeft gedaan aan het gemeenschappelijke deel van de tuin en om het weghalen van O privéspullen uit de gemeenschappelijke gedeelten van het pand, waaronder de hal en de meterkastruimte.
Dat eiser zonder raadpleging en toestemming van VvE aanpassingen heeft gedaan aan het gemeenschappelijke deel van de tuin is niet betwist. Eiser heeft aangevoerd dat hij volgens hemzelf noodzakelijke aanpassingen heeft gemaakt in de tuin en daarover overleg heeft gepleegd met twee medebewoonsters omdat “ieder contact hierover met het bestuur onder leiding van de voorzitter VvE uitsluitend tot een negatief resultaat zou hebben geleid”. Van toestemming van de vergadering is niets gebleken.
Niet in geschil is dat een eigenaar zonder toestemming van de vergadering geen veranderingen mag aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, en dat de eigenaar die schade toebrengt aan de gemeenschappelijke gedeelten daarvoor aansprakelijk is tegenover de andere eigenaars (artikelen 9 en 16 modelreglement).
Dat artikel 12 modelreglement iedere eigenaar verplicht om zich te onthouden van het plaatsen van voorwerpen op plaatsen die hiervoor niet bestemd zijn, is niet in geschil.
Niet betwist is dat er zaken van eiser in de meterkastruimte zijn geplaatst. Erkend is dat eiser in ieder geval in de hal en het trappenhuis van het pand privémeubelen heeft geplaatst en deze niet heeft willen weghalen, ondanks verzoeken daartoe. Volgens eiser heeft hij “om de aandacht af te leiden van het gebrekkige onderhoud” en om “de hal een huiselijk en zeer waardevol aspect te geven” een bank, een kist, een klok, schilderijen, prenten en spiegels geplaatst waarvan “een cultuurbarbaar zoals de voorzitter VvE de waarde niet inziet”. Deze visie van eiser biedt echter geen rechtvaardiging om zonder instemming van VvE eigen meubelen en decoratie te plaatsen in de gemeenschappelijke gedeelten.
De vorderingen zullen om deze redenen worden toegewezen, met dien verstande dat het gebod zal worden gespecificeerd tot het door VvE concreet aan de orde gestelde en niet een algemeen gebod zal zijn om genoemde bepalingen in het reglement na te leven. Gelet op de vasthoudendheid waarmee partijen in conflict zijn zal ook de gevorderde dwangsom worden toegewezen, maar gemaximeerd tot € 5.000,00 in totaal. Aan eiser dient een redelijke termijn te worden gegund om het gebod uit te (laten) voeren, zodat de dwangsom zal ingaan op 2 januari 2018.
Vordering tot betaling achterstallige bijdragen
De VvE vordert de veroordeling van eiser tot betaling aan VvE van € 7.159,74 vermeerderd met de eventueel toekomstige achterstallige VvE-bijdragen vanaf 1 september 2016, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 september 2016.
Eiser betwist de achterstand niet maar voert aan dat hij de achterstand heeft laten ontstaan omdat hij recht heeft op vergoeding van een deel van zijn energiekosten en voor in het verleden verrichte werkzaamheden voor VvE. Daarnaast stelt hij liquiditeitsproblemen te hebben.
De vordering ter zake van energiekosten is niet voldoende duidelijk onderbouwd om in rekening te kunnen worden gebracht, voor zover dit verweer al voldoende herkenbaar is gevoerd. Ook overigens is het beroep op verrekening en opschorting onvoldoende onderbouwd.
Het niet beschikken over voldoende liquide middelen staat niet aan toewijzing in de weg.
Ook deze vordering zal worden toegewezen als verzocht.
De proceskosten
Eiser zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten die VvE in reconventie heeft moeten maken.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de VVE, over de akte van splitsing of het modelreglement, of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een besluit van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.