De Rechtbank Den Haag heeft op 11 mei 2022 uitspraak gedaan over de vraag of er sprake was van onrechtmatige geluidshinder, veroorzaakt door een koelinstallatie.  

De bewoners van de appartementen klagen over geluidsoverlast veroorzaakt door de slagerij.

Zij klagen in het bijzonder over het geluid van de luchtafvoer- en koelingsinstallaties op het dak van de slagerij.

In artikel 5:126 lid 1 BW is bepaald dat een vereniging van eigenaars slechts belast is met het beheer over de gemeenschap.

De individuele appartementseigenaars zijn exclusief gerechtigd tot de privégedeelten en belast met het beheer van hun eigen appartement.

Op grond van artikel 5:126 lid 5 BW kan de vereniging binnen de grenzen van haar bevoegdheid de gezamenlijke eigenaren in en buiten rechte vertegenwoordigen.

De vertegenwoordigingsbevoegdheid van de een vereniging van eigenaars geldt echter slechts de gemeenschap en niet de privégedeelten (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 juni 2020 (GHARL:2020:4794).

In deze procedure is uitsluitend de geluidsoverlast aan de orde die de bewoners in de privégedeelten van de appartementen II en II-A ervaren.

Dit betekent dat de bewoners respectievelijke eigenaars, en niet de VvE, de aangewezen partijen zijn om in rechte op te komen tegen de gestelde geluidsoverlast.

Appartementsrecht. VVE. Geluidsoverlast. Koelinstallatie. Is sprake van onrechtmatige geluidshinder? Privé-gedeelte. Stelplicht. Onderbouwing. Bewijs. Deskundige.

De rechter oordeelt als volgt.

De vorderingen zouden uitsluitend toewijsbaar kunnen zijn, voor zover in rechte vaststaat dat sprake is van onrechtmatige geluidsoverlast.

Geluidsoverlast is onrechtmatig indien een wettelijke norm wordt overschreden, inbreuk gemaakt wordt op een recht of indien deze in strijd is met een zorgvuldigheidsnorm.

De VvE heeft zich ter onderbouwing van het standpunt dat, ook nadat de vof aanpassingen had doorgevoerd, nog steeds sprake is van onrechtmatige geluidsoverlast, beroepen op het rapport van de onderzoeker van 30 november 2021.

In dit rapport wordt onder meer aangevoerd dat in de slaapkamer van appartement II sprake is van een overschrijding van de normwaarde in de appartementen II en II-A, laagfrequent geluid waarneembaar is en op de omstandigheid dat de koelinstallatie met name op warme dagen werkzaam is en dat op die dagen de deuren en/of ramen van de omliggende woningen openstaan.

Dit rapport biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende steun voor de stelling dat sprake is van onrechtmatige geluidsoverlast.

Hiertoe wordt het volgende overwogen.

De onderzoeker heeft tijdens de mondelinge behandeling van 31 januari 2022 namens de VvE aangevoerd dat de metingen die de geluidsdeskundige op 19 juli 2021 heeft uitgevoerd, correct zijn en dat de daarop gebaseerde berekeningen in overeenstemming zijn met het HRMI.

Uit de metingen en berekeningen van de geluidsdeskundige volgt dat geen van de door hem gemeten waardes de normwaardes van Activiteitenbesluit overschrijden.

Niet van belang is dat de gemeten normwaardes tegen de maximaal toelaatbare normwaardes aanzitten, nu in het kader van de beoordeling of een wettelijke norm overschreden is bepalend is of deze normwaarde al dan niet wordt overschreden.

De onderzoeker heeft op 19 juli 2021 in de slaapkamer van appartement II een eigen meting gedaan die (significant) afwijkt van de metingen van de geluidsdeskundige.

De onderzoeker heeft een waarde van 41,02 dB(A) gemeten, hetgeen hoger is dan de normwaarde voor nachtelijke uren van 25 dB(A).

Deze waarde wijkt echter in significante mate af van de door de geluidsdeskundige gemeten waarde van 25 dB(A).

Aan de meting van de onderzoeker kan echter geen betekenis worden toegekend, nu de onderzoeker het maximale geluidsniveau niet heeft vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de HMRI, terwijl dit op grond van het Activiteitenbesluit wel is vereist.

Daarnaast heeft de onderzoeker noch de VvE een verklaring kunnen geven voor het grote verschil tussen beide metingen, terwijl de onderzoeker erkend heeft dat de geluidsdeskundige op juiste wijze het geluidsniveau gemeten en berekend heeft.

Dat maakt dat de VvE onvoldoende heeft aangevoerd ter weerlegging van de meting van de geluidsdeskundige en onvoldoende heeft gesteld dat de vof handelt in strijd met het Activiteitenbesluit.

De vraag die vervolgens voorligt of de VvE met het rapport van de onderzoeker van 30 november 2021 voldoende onderbouwd heeft dat sprake is van geluidsoverlast vanuit de slagerij die in strijd is met andere (ongeschreven) normen.

Ook hier is geen sprake, zoals de rechtbank hierna zal toelichten.

De conclusie van de onderzoeker dat laagfrequent geluid, waarvoor geen wettelijke norm bestaat, duidelijk aanwezig is en wordt waargenomen in appartement II is door de vof bij monde van de geluidsdeskundige gemotiveerd betwist.

De geluidsdeskundige heeft tijdens de mondelinge behandeling van 31 januari 2022 aangevoerd dat hij heeft vastgesteld dat bij het koelbed achterop het dak van de slagerij en bij andere bronnen geen sprake was van laagfrequent geluid.

De geluidsdeskundige heeft tijdens de mondelinge behandeling van 31 januari 2022 verder gezegd dat de meterkast tijdens de meting van de onderzoeker in de woningen niet uitgeschakeld is geweest en dat stroom ook laagfrequent geluid veroorzaakt.

Verder heeft de onderzoeker volgens de geluidsdeskundige geen rekening gehouden met stoorgeluid dat (mogelijk) de oorzaak is van het laagfrequente geluid in de appartementen II en II-A.

Al deze punten zijn onvoldoende weerlegd, hetgeen wel op de weg van de VvE gelegen had op wie in dezen de stelplicht rust, zodat de rechtbank de gestelde geluidshinder van laagfrequent geluid daarom onvoldoende onderbouwd acht.

Verder overweegt de rechtbank dat de onderzoeker terecht heeft opgemerkt dat de koelingsinstallatie extra werkt bij warme dagen en dat bewoners van de omliggende woningen juist op deze dagen de deuren en ramen geopend hebben.

Hiertoe zijn zij genoodzaakt omdat de woningen uit de jaren dertig van de vorige eeuw dateren en om die reden niet over een mechanische ventilatie beschikken om de warmte te verdrijven.

De normwaardes in het Activiteitenbesluiten gaan uit van een geluidswaardes bij gesloten ramen en deuren.

De rechtbank ziet geen aanleiding om van dat uitgangspunt af te wijken, nu de omstandigheid dat de appartementen II en II-A alleen geventileerd kunnen worden door het openzetten van de ramen en deuren voor rekening en risico van de eigenaren/bewoners van de desbetreffende appartementen komt.

De conclusie luidt dat de VvE er niet in geslaagd is te onderbouwen dat sprake is van geluidsoverlast veroorzaakt door de slagerij, in een mate die onrechtmatig is jegens de eigenaren of bewoners van de appartementen II en II-A.

De vordering in conventie tot opheffing van onrechtmatige geluidsoverlast zou daarom, ook in het geval de vorderingen ingesteld zouden zijn door de juiste partijen, bij de huidige stand van het debat zijn afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.