De Rechtbank Amsterdam heeft op 18 juli 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een appartementseigenaar de beveiligingscamera’s bij zijn appartement moest verwijderen.
Gedaagde is eigenaar van het appartementsrecht dat recht geeft op het exclusieve gebruik van het appartement dat zich bevindt in het gebouw dat bestaat uit in totaal 61 appartementen.
Gedaagde heeft in zijn appartement vier (of meer) camera’s geplaatst, waarvan er twee gericht zijn op de gevel en een deel van de galerij.
Eerder heeft hij camera’s en sponnetjes laten opgehangen in de gemeenschappelijke ruimte.
Deze zijn na sommaties door de VvE uiteindelijk door gedaagde verwijderd.
De hierdoor ontstane schade heeft gedaagde vergoed.
In de splitsingsakte zijn de buitengevel en galerij als gemeenschappelijke gedeelten aangemerkt.
Artikel 11 van het toepasselijke Modelreglement 1983 bepaalt: iedere eigenaar en gebruiker heeft het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken volgens de bestemming daarvan.
Hij moet daarbij inachtnemen het reglement en het huishoudelijk reglement en hij mag geen inbreuk maken op het recht van medegebruik van de andere eigenaars en gebruikers.
De VvE vordert, na vermindering van eis, kort gezegd, dat gedaagde wordt veroordeeld tot het verwijderen en verwijderd houden van alle camera’s en subsidiair dat de camera’s niet langer zichtbaar zijn vanaf de straat/galerij, op straffe van een dwangsom.
Tevens vordert zij om gedaagde te verbieden camera’s rond zijn woning te hangen die gericht zijn op de gemeenschappelijke en openbare ruimtes, eveneens op straffe van een dwangsom.
De VvE legt hieraan ten grondslag dat gedaagde zonder toestemming van de ALV camera’s heeft opgehangen die gericht zijn op de gemeenschappelijker of openbare ruimte, waarmee hij de privacy van anderen schendt en daarom een onrechtmatige situatie oplevert.
Alleen de VvE mag, na goedkeuring door de ALV, camera’s ophangen die gericht zijn op gemeenschappelijke ruimtes en ook alleen als er een objectiveerbare zorg voor de veiligheid van de bewoners en hun zaken bestaat.
Ook handelt gedaagde hiermee in strijd met het modelreglement.
Nu gedaagde de stand van de camera’s zou kunnen wijzigen, dienen alle camera’s die zichtbaar zijn vanaf de galerij te worden verwijderd, aldus de VvE.
Nu gedaagde al eerder regels heeft overtreden, heeft de VvE belang bij een dwangsom.
Dat sprake zou zijn geweest van incidenten rond de woning van gedaagde betwist de VvE uitdrukkelijk.
Gedaagde voert aan dat hij meerdere incidenten heeft meegemaakt in en rond zijn woning waardoor een gevoel van onveiligheid is ontstaan.
Ook heeft hij te maken gehad met inbraak.
Gedaagde heeft zijn camera’s zodanig opgehangen dat één camera zijn balkon aan de voorkant filmt, één de hal en voordeur en twee de galerij aan de achterzijde.
De galerij wordt alleen gebruikt door gedaagde en zijn directe buren.
Aan de galerij zijn verder geen voordeuren gelegen en men heeft een sleutel nodig om er te kunnen komen.
Alleen de bewoners hebben zo’n sleutel.
Gedaagde is van mening dat hij niemands privacy schendt, zijn buren hebben immers ook niet geklaagd.
Voor het opleggen van een dwangsom is geen enkele aanleiding, aldus gedaagde.
Appartementsrecht. VVE. Cameratoezicht. Algemene Verordening Gegevensbescherming. Gemeenschappelijke gedeelten. Privacy. Moet appartementseigenaar de beveiligingscamera’s bij zijn appartement verwijderen?
De rechter oordeelt als volgt.
Niet in geschil is dat gedaagde, voor zover zijn camera’s beelden registreren en opslaan van voorwerpen of mensen die zich buiten zijn woning bevinden, persoonsgegevens verwerkt als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna de AVG).
Dit is slechts toegestaan met toestemming van degene die of wiens eigendommen worden gefilmd, dan wel moet er sprake zijn van een gerechtvaardigd belang voor deze privacy schending.
Toestemming van de VvE, althans alle individuele eigenaars van het appartementencomplex, om de gemeenschappelijke eigendommen (de gevel en de galerij) alsmede langslopende personen te filmen, heeft gedaagde niet, zodat het aankomt op de vraag of gedaagde een gerechtvaardigd belang heeft bij de camera’s die beelden buiten zijn woning registreren.
Gesteld noch gebleken is dat zich in de buurt en/of het appartementencomplex veel inbraken voordoen.
Bovendien hangen er in het appartementencomplex, zo is onweersproken gebleven, bij de toegangsdeuren en in de parkeergarage camera’s, zodat de eigendommen van gedaagde ook hierdoor al extra beveiligd worden.
Een objectieve reden voor gedaagde om naast zijn eigendommen ook de galerij te filmen ontbreekt dan ook.
Gedaagde heeft wel het idee dat zich rond zijn woning verschillende incidenten hebben voorgedaan, maar (objectief) bewijs daarvoor ontbreekt terwijl dat wel is vereist, zo oordeelt de kantonrechter.
Zeker in het geval gedaagde mocht menen dat een van de bewoners zijn eigendommen zou beschadigen, welke beschuldigingen door hem in het verleden ook zijn geuit maar waarvan de gegrondheid tot op heden niet is vastgesteld.
Nu er dus geen bewijs is voor de vermoedens van gedaagde, heeft hij geen gerechtvaardigd belang bij het ophangen van de twee camera’s die deels zijn gericht op de gemeenschappelijke eigendommen van de leden van de VvE en ook langslopende personen kunnen registreren.
Dat deze camera’s slechts een klein stuk van de gevel en galerij bestrijken, doet daaraan niet af.
Gedaagde zal zijn camera’s dienen te verwijderen en dat zo houden.
De camera die gedaagde heeft gericht op het balkon aan de voorzijde, waar, zo begrijpt de kantonrechter, geen mensen kunnen komen zonder toestemming van gedaagde nu gedaagde daarvan het exclusieve gebruik heeft, alsmede de camera die is gericht op hal en voordeur aan de binnenkant van zijn woning, kunnen naar het oordeel van de kantonrechter blijven hangen.
Gedaagde heeft voldoende duidelijk gemaakt dat deze camera’s statisch zijn en dus niet zomaar van filmrichting kunnen worden veranderd, zoals de VvE vreest.
De privacy van derden en eigendommen van anderen is met deze camera’s derhalve niet in het geding.
Nu het niet de eerste keer is dat gedaagde camera’s heeft opgehangen en het evenmin de eerste keer is dat gedaagde in een gerechtelijke procedure met de VvE en/of een van haar bewoners is verwikkelt, zal aan de veroordeling van gedaagde ook een dwangsom worden verbonden als hierna te melden.
Bij deze uitkomst van de procedure wordt gedaagde als de meest in het ongelijke partij met de proceskosten belast.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de twee camera’s die zijn gericht op de achtergevel en galerij te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 25,- per dag of dagdeel, met een maximum van € 10.000,-;
En verbiedt gedaagde om een of meer camera’s in of rond zijn woning te hangen die is of zijn gericht op gemeenschappelijke dan wel openbare ruimtes van het appartementencomplex, op straffe van een dwangsom van € 25,- per dag of dagdeel, met een maximum van € 10.000,-;
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.