De Rechtbank Gelderland heeft op 7 juli 2022 uitspraak gedaan over een burengeschil over te plaatsen zonwering op balkon van appartement. Was sprake van onrechtmatige hinder?

De kwestie rondom de toestemming voor de zonwering ligt als eerste ter beoordeling voor.

Het is in dit kort geding aannemelijk geworden dat de Vereniging van Eigenaren (VVE) in 2018 heeft ingestemd met de zonwering.

Gelet op het bepaalde in artikel 8 lid 1 onder f van het Huishoudelijk Reglement van de VvE geldt die toestemming als vooruit gegeven voor alle gelijke zonweringen.

Gesteld noch gebleken is dat de zonwering die gedaagde wil plaatsen niet een gelijke zonwering is in de zin van dat artikel.

Daarmee is aannemelijk geworden dat in 2018 al toestemming is gegeven voor elke gelijke zonwerking.

Dat laat echter onverlet dat ook een zodanige zonwering hinder kan opleveren.

Dat is de vraag die in dit kort geding voorligt.

Appartementsrecht. VVE. Kort geding. Burengeschil over te plaatsen zonwering op balkon van appartement. Onrechtmatige hinder? Maatstaf. Toetsingskader. Privacy. Uitzicht.

De rechter oordeelt als volgt.

Bij de beoordeling van de vordering van eisers geldt als uitgangspunt dat een eigenaar in beginsel het recht toekomt zijn perceel te bebouwen op een wijze die hem goeddunkt.

Op dit uitgangspunt wordt een uitzondering aanvaard voor het geval de bouwplannen de bestuursrechtelijke toets niet kunnen doorstaan of naar civielrechtelijke maatstaven op ontoelaatbare wijze inbreuk maken op het eigendomsrecht van de ander.

De grondslag voor de vordering van eisers is gelegen in artikel 5:37 BW.

Deze bepaling houdt in dat de eigenaar van een erf niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 6:162 BW onrechtmatig is aan eigenaars van andere erven hinder mag toebrengen.

In deze bepalingen zijn enkele vormen van hinder met name genoemd, waaronder het onthouden van licht.

De opsomming is niet limitatief; het ontnemen van uitzicht kan er ook onder vallen.

De kern van het geschil is dat eisers stellen dat hen door de plaatsing van de zonwering onrechtmatige hinder wordt toegebracht.

Deze hinder bestaat volgens eisers uit het ontnemen c.q. beperken van het uitzicht en (het uitkijken op) een vervuilde zonwering.

De beantwoording van de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend.

Deze belangen zijn de privacy van gedaagde en de wering van de zon op zijn balkon.

Verder moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid, mede gelet op de daaraan verbonden kosten, en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te nemen.

Hierbij gaat het niet om een directe afweging van belangen.

Voor een geslaagd beroep op artikel 5:37 BW is vereist dat sprake is van hinder die als onrechtmatig gekwalificeerd kan worden.

Bij de vaststelling daarvan gaat het om objectieve gegevens en niet om wat in de subjectieve beleving van de betrokkenen als hinder kan worden ervaren.

Om te beoordelen of sprake is van onrechtmatige hinder heeft de voorzieningenrechter naar de relevante jurisprudentie gekeken, in het licht van het uitgangspunt dat een eigenaar met zijn eigendom mag doen wat hem goeddunkt.

Met betrekking tot de verandering van het uitzicht vanuit de woonkamer van eisers geldt dat uit hun stellingen niet kan worden afgeleid dat het vrije uitzicht op de omgeving door de zonwering in zodanige mate wordt ingeperkt dat van onrechtmatige hinder kan worden gesproken.

Hierbij is van belang dat er meerdere raampartijen zijn, dat de zonwering onder één derde van de ramen wordt geplaatst en alleen de onderste strook van die ramen qua zicht gehinderd wordt.

In die zin is er sprake van hinder.

Daarmee is echter niet gezegd dat die hinder uitgaat boven hetgeen eisers, alle omstandigheden in aanmerking genomen, zullen moeten dulden.

Ook het vuil op de zonwering maakt het nog niet onrechtmatig.

Gedaagde heeft gemotiveerd betwist dat de zonwering zal vervuilen nu de lamellenstructuur daarvan maakt dat deze van onderaf schoongemaakt kan worden.

Het voorgaande betekent dat de vorderingen zullen worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de VVE en het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.