De Rechtbank Overijssel heeft op 16 februari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of het aanbrengen van een zonwering aan de gevel van een monumentaal pand terecht door de VVE was afgewezen.
Het appartement van verzoeker is gevestigd in een monumentaal pand uit 1921 en bevindt zich op de eerste verdieping, boven de hoofdentree aan de voorzijde van het pand.
Verzoeker verzoekt de kantonrechter voor het geval in het verleden geen toestemming is verleend voor het plaatsen van de door hem aangebrachte zonwering, op grond van artikel 5:121 lid 1 BW vervangende machtiging te verlenen voor het plaatsen van die zonwering.
Appartementsrecht. VVE. Verzoek tot vervangende machtiging aanbrengen zonwering aan gevel van monumentaal pand terecht door VVE afgewezen? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Vooropgesteld wordt dat artikel 5:121 lid 1 BW te beschouwen is als een bijzondere uitwerking van het beginsel dat de verhouding tussen mede-eigenaars wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid.
Dit beginsel brengt mee dat indien voor het verrichten van bepaalde handelingen toestemming nodig is van een of meer eigenaars of van de vereniging van eigenaars deze niet zonder redelijke grond kan worden geweigerd (vgl. Hoge Raad, 30 oktober 1998, HR:1998:ZC2759).
Bij de vraag of zonder redelijke grond toestemming is geweigerd, zijn de omstandigheden van het
geval van belang, zodat niet geheel kan worden voorbijgegaan aan de belangen van de verzoeker. De bewoordingen van artikel 5:121 BW noch de wetsgeschiedenis van dat artikel wijzen op een marginale toetsing van het besluit van de VvE.
Dat betekent dat de belangen van de verzoeker mede bepalen of sprake is van een weigering zonder redelijke grond.
Dit staat evenwel niet gelijk aan een volledig open belangenafweging waarin de individuele wensen van de verzoeker in alle opzichten even zwaar wegen als de belangen en motieven van de overige eigenaren (Hof Arnhem-Leeuwarden 14 november 2014, GHARL:2014:8783).
Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de VvE zonder redelijke grond de toestemming voor het aanbrengen van de zonwering heeft geweigerd, aangezien hij zonder zonwering, mede gelet op zijn hoge leeftijd, op een zonnige dag in de zomer niet in de loggia kan verblijven, omdat het daar dan te warm wordt.
Hij wijst erop dat hij lijdt aan reumatoïde artritis, waardoor hij bij warm weer last heeft van zwellingen in de vingers en andere gewrichten en ook om die reden belang heeft bij het geplaatste uitvalscherm.
Verzoeker voert verder aan dat de VvE voor de appartementen van de buren wel toestemming heeft gegeven voor een vergelijkbare zonwering en dat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid is om aan meerdere leden van de VvE iets toe te staan wat aan andere leden wordt geweigerd.
Verzoeker heeft dan ook het idee dat de zonwering hem persoonlijk niet wordt gegund en dat er sprake is van willekeur, terwijl de zonwering volgens hem geen afbreuk doet aan de monumentale uitstraling van het pand, hetgeen ook de Adviesraad onderschrijft.
Het door de VvE voorgestelde alternatief van een screen is volgens verzoeker niet doelmatig en uiterst bezwaarlijk, omdat een screen aan de binnenzijde van de buitengevel niet mogelijk is bij sterke wind, een screen aldaar wind en dus ook een verkoelend briesje tegenhoudt en het uitzicht belemmert, en een screen verder ín de loggia (ter plaatse van de appartementsmuren) rechtstreeks zonlicht ín de loggia niet voorkomt.
De VvE voert als reden voor het weigeren van de toestemming aan dat de eigenaars waarde hechten aan de statige uitstraling van het pand en die uitstraling willen behouden.
Zij wijst erop dat het uitvalscherm is geplaatst voor een beeldbepalend element van het pand, namelijk de ronde/gebogen raampartij aan de voorzijde van het gebouw, precies boven de hoofdentree, die juist kenmerkend en gezichtsbepalend is voor de uitstraling van het gebouw.
De VvE meent dan ook dat het uitvalscherm, zowel in- als uitgeklapt, het in het oog springende karakter van die raampartij aantast.
Vanwege de voornoemde gezichtsbepalende kenmerken, de aanwezige loggia en het feit dat het appartement boven de hoofdentree is gesitueerd, is het appartement van verzoeker volgens de VvE bovendien niet gelijk aan de overige appartementen op de eerste verdieping en is er dus geen sprake van een verschillende behandeling van gelijke gevallen.
De VvE voert ook aan dat de loggia de warmte van de zon al grotendeels uit het appartement houdt en dat verzoeker indien nodig een screen kan plaatsen aan de muur tussen de loggia en zijn appartement.
Tot slot benadrukt de VvE dat verzoeker met het uitvalscherm als doel heeft de warmte uit de loggia te weren en dus niet uit zijn appartement en dat dit belang niet tot de conclusie kan leiden dat het scherm zonder redelijke grond is geweigerd.
De kantonrechter stelt voorop dat verzoeker ook in de zomer recht heeft op en belang heeft bij het volledige gebruiksgenot van zijn appartement, inclusief het inpandige balkon (de loggia).
Het belang van verzoeker om ook op zomerse dagen op een aangename wijze in de loggia te kunnen vertoeven betekent echter niet per definitie dat alle andere belangen daarvoor zouden moeten wijken, en ook niet dat de VvE geen belang heeft om toestemming voor het plaatsen van een uitvalscherm te weigeren.
Vast staat dat de cassette van het uitvalscherm in kwestie is geplaatst voor de (monumentale) ronde/gebogen raampartij van de loggia.
De VvE is van mening dat die raampartij daardoor haar in het oog springende karakter verliest, dit terwijl zij veel waarde hecht aan een statige uitstraling van het pand.
Verzoeker betwist, onder verwijzing naar het advies van de Adviesraad, dat de uitstraling van het pand door de zonwering wordt aangetast.
Dat advies doet naar het oordeel van de kantonrechter niets af aan het feit dat het merendeel van de eigenaars van mening is dat de uitstraling van het pand wél wordt aangetast.
De vraag wanneer sprake is van een aantasting of niet, is geen hard gegeven.
De kantonrechter acht het standpunt van de VvE dat wel sprake is van een aantasting in de gegeven situatie niet onbegrijpelijk of onredelijk.
Verzoeker betoogt dat de zonwering van de andere appartementen op de eerste verdieping dan net zo goed afdoet aan het architectonische uiterlijk van het pand, maar de vergelijking die hij maakt met die appartementen gaat niet op vanwege de unieke positie van zijn eigen appartement.
Dat appartement bevindt zich immers in het midden van het pand, direct boven de hoofdentree en beschikt als enige van de appartementen op de eerste verdieping over een inpandig balkon én een typische ronde/gebogen raampartij.
Van een ongelijke behandeling in gelijke gevallen is om deze reden evenmin sprake.
De VvE wijst er bovendien terecht op dat het doel van de zonwering die de eigenaars van de andere appartementen hebben aangebracht (vooral) gelegen zal zijn in het weren van warmte uit die appartementen en dat verzoeker, voor zover de loggia niet reeds de zon grotendeels weghoudt uit zijn appartement, dit doel op een andere manier kan bereiken, namelijk door het plaatsen van een screen ín de loggia.
Dat dit technisch onmogelijk is, zoals verzoeker ter zitting nog heeft aangevoerd, is niet onderbouwd en blijkt dus nergens uit.
Het plaatsen van een screen hoeft naar het oordeel van de kantonrechter het uitzicht ook niet te belemmeren, aangezien er screens op de markt zijn die het doorzicht naar buiten nauwelijks beperken.
Bovendien kan een ventilator na het plaatsen van een screen voor een verkoelend effect zorgen.
Gelet op de valide argumenten die de VvE heeft voor het weigeren van toestemming voor het aanbrengen van het uitvalscherm en rekening houdend met het relatieve belang van verzoeker bij het weren van zonlicht uit zijn loggia, komt de kantonrechter dan ook tot de conclusie dat de VvE niet zonder redelijke grond toestemming heeft geweigerd.
Dit leidt ertoe dat het verzoek van verzoeker zal worden afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.