Van onze advocaat VVE. De Rechtbank Limburg heeft op 22 maart 2018 uitspraak gedaan over de vernietigbaarheid van een besluit van de VVE op grond van de redelijkheid en billijkheid.

Eigenmachtige aanschaf van een tuinset door VvE die zij nadien heeft geformaliseerd bij besluit ter extra algemene ledenvergadering, welk besluit inmiddels in rechte vast staat.

Artikel 2:15 lid 1 en 3 BW en 5:130 lid 1 BW

Verzoekers betwisten de stelling van de VvE dat de kantonrechter niet bevoegd is om van hun verzoek kennis te nemen.

De kantonrechter is op grond van het bepaalde in art. 5:130 lid 1 BW bevoegd om van de verzoeken van verzoekers c.s. kennis te nemen zodat het verweer van de VvE ter zake geen doel treft en geen verdere beoordeling behoeft.

Besluit van VVE vernietigbaar? Besluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid? Kosten voor gemeenschappelijke ruimten.

De rechter oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW kan een besluit de VvE worden vernietigd indien dit naar totstandkoming of inhoud in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die de leden van een VvE op grond van artikel 2:8 BW jegens elkaar hebben te betrachten.

Het gaat hier slechts om de inhoud van het besluit. De toetsing daarvan door de kantonrechter is marginaal, dat wil zeggen dat slechts een besluit dat een redelijk handelende ledenvergadering van een VvE bij afweging van de betrokken belangen niet had kunnen nemen voor vernietiging in aanmerking komt.

Aan het besluitvormende orgaan wordt dus een ruime mate van eigen verantwoordelijkheid gelaten en de kantonrechter kan niet treden in de details van het besluit.

Verzoekers hebben tijdig hun verzoekschrift tot vernietiging van de bij de extra algemene ledenvergadering van de VvE van 11 oktober 2017 genomen besluiten ingediend.

Nu de VvE bij haar verweerschrift heeft aangevoerd dat zij niet ter mondelinge behandeling van 20 maart 2017 zou verschijnen en heeft gesteld dat zij geen verweer zal voeren, ligt het ter zake verzochte voor toewijzing gereed.

Als onweersproken gesteld hebben verzoekers aannemelijk gemaakt dat de inhoud van de op 11 oktober 2017 ten aanzien van de besluiten genomen zijn in strijd zijn met de statuten c.q. splitsingsakte dan wel met de redelijkheid en billijkheid die de leden van een VvE op grond van artikel 2:8 BW jegens elkaar hebben te betrachten.

Dat leidt er toe dat de verzoeken in het verzoekschrift van verzoekers onder a, b en c als nader in het dictum is bepaald worden toegewezen en de in dit kader onder d verzochte schorsing wegens gebrek aan belang, wordt afgewezen.

Wat de tuinset betreft is de kantonrechter het met de VvE eens dat zij op grond van het bepaalde in art. 3 sub i van het modelreglement de ten behoeve van de gemeenschappelijke ruimte in het belang van de eigenaars gemaakte schulden en kosten in rekening mag brengen bij de gezamenlijke eigenaars (de VvE gelden).

Een grote kanttekening daarbij is echter dat ter mondelinge behandeling door verzoekers onweersproken is gesteld dat er slechts 7 stoelen voor 10 bewoners zijn aangeschaft en dat de overige bewoners, met uitzondering van verzoekers, die stoelen ieder in hun privé kelder c.q. bergruimten houden waardoor verzoekers niet van de tuinset gebruik kunnen maken.

Dat acht de kantonrechter – als het klopt – op zijn zachtst gezegd onbehoorlijk en onfatsoenlijk.

Van minder belang doch wel noemenswaardig is dat verzoekers voorts onweersproken hebben gesteld dat er, anders dan de VvE stelt, geen sprake is van een gemeenschappelijk tuin omdat er geen tuin bij het appartementencomplex is.

Indien de overige bewoners gebruik willen maken van de tuinset verplaatsen zij daartoe een auto en plaatsen de tuinset op de parkeerplaats van die auto.

Verzoekers verwijzen daartoe naar twee foto’s die zij ter mondelinge behandeling hebben overhandigd en die aan het proces-verbaal zijn gehecht.

Echter, nu tegen het ter zake de tuinset genomen besluit bij extra algemene ledenvergadering van 4 december 2017 geen (tijdig) verzoek tot vernietiging is ontvangen staat dat besluit in rechte vast.

In dat kader zullen de verzoeken van verzoekers als vermeld in hun verzoekschrift bij gebrek aan belang worden afgewezen.

De VvE zal, als overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over het appartementsrecht, over de VVE, over de splitsingsakte of een modelreglement, over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de termijnen voor het instellen van het verzoek tot vernietiging van een besluit van de VVE, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.