Van onze advocaat VVE. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 27 maart 2018 uitspraak gedaan over de aanvang van de termijn van het verzoek tot de vernietiging van een besluit van de VvE op grond van artikel 5:130 lid 2 BW

Het hof stelt het volgende voorop.

Artikel 5:130 lid 2 BW luidt als volgt:

‘Het verzoek tot vernietiging moet worden gedaan binnen een maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of heeft kunnen kennis nemen.’

Met die bepaling wordt rekening gehouden met het belang van eigenaars om zo spoedig mogelijk te weten of het besluit geldig is of niet. Heeft men deze termijn voorbij laten gaan dan kan geen vernietiging meer worden verzocht.

Aanvang van de termijn van verzoek tot vernietiging van een besluit van de VvE

Kernvraag is nu wanneer de in artikel 5:130 lid 2 BW omschreven termijn gaat lopen.

In deze zaak spitst die vraag zich toe op het thema ‘wanneer verzoekster van de bestreden besluiten had kunnen kennis nemen’.

Niet gesteld immers is dat verzoekster van die besluiten vóór het moment waarop zij ervan had kunnen kennis nemen feitelijk reeds kennis had genomen. Volgens verzoekster is, zo begrijpt het hof, van ‘kunnen kennis nemen’ harerzijds sprake vanaf de datum van plaatsing van de notulen van de genoemde vergadering op de webstek van VVE DIENSTEN NEDERLAND op 10 december 2015 en toezending ervan per e-mailbericht op die dag om 10:00 uur omdat zij eerst toen zekerheid had omtrent hetgeen ter vergadering was besproken en besloten.

De VvE daarentegen stelt zich op het standpunt dat verzoekster op de dag van de vergadering dan wel daags erna van de besluiten had kunnen kennis nemen, welk standpunt de kantonrechter heeft gevolgd.

Ook het hof is van oordeel dat het belang van eigenaars om zo spoedig mogelijk te weten of een genomen besluit geldig is of niet, meebrengt dat van een eigenaar/lid van een VvE in het algemeen mag worden verwacht dat hij/zij, indien hij/zij niet aanwezig kan of wil zijn ter vergadering, ook niet bij vertegenwoordiging (zoals bij de oproepingsbrief voor de vergadering d.d. 5 november 2015 expliciet mogelijk werd gemaakt), zich ten spoedigste van genomen besluiten vergewist, zodat de bedoelde termijn inderdaad op de dag van de vergadering dan wel ten spoedigste nadien kan ingaan.

Verzoekster heeft niet althans niet voldoende onderbouwd gesteld dat haar de mogelijkheid zich ten spoedigste van de genomen besluiten te vergewissen ontbrak.

Allereerst is niet gesteld of gebleken dat zij niet behoorlijk was opgeroepen en/of dat de besluiten waarom het haar gaat niet of niet deugdelijk waren geagendeerd.

Voorts heeft zij ook geen beletsel anderszins gesteld en is daarvan evenmin gebleken.

Enige animositeit tussen haar en de heer P als professioneel administratief beheerder van de VvE, zoals door haar ter gelegenheid van de mondelinge behandeling ten overstaan van het hof vermeld, dan wel onenigheid met het bestuur over de wijze van vergadering en besluitvorming, zoals door haar in haar beroepschrift vermeld, is niet voldoende om haar van haar hiervoor omschreven vergewisplicht te ontslaan.

Daaruit mag immers niet, althans niet zonder nadere toelichting die ontbreekt, worden afgeleid dat de administratief beheerder en/of het bestuur verzoekster niet dan wel onjuist zou hebben geïnformeerd, indien zij hem/hen naar de inhoud van de genomen besluiten zou hebben gevraagd.

De invulling van de bedoelde vergewisplicht was aan verzoekster.

Als zij ervoor koos niet ter vergadering aanwezig te zijn en zich ter vergadering ook niet te doen vertegenwoordigen, wat in beginsel als een eigen beslissing van verzoekster is te beschouwen, was de keuze aan haar bij wie zij haar licht ten gunste van besluitvorming omtrent tijdige indiening van een eventueel vernietigingsverzoek tegen haar eventueel storende, ter vergadering genomen besluiten dan wèl wilde / kon opsteken.

Met het enkele afwachten van de notulen heeft verzoekster aan die verplichting niet voldaan.

De stelling van verzoekster dat zij eerst uit de notulen de inhoud van bedoelde besluiten met zekerheid zou hebben kunnen afleiden kan haar evenmin baten, te minder in het onderhavige geval waarin het bij de meeste besluiten gaat om relatief eenduidige besluiten, zoals het vaststellen van de jaarstukken 2013/2014 en het verlenen van décharge over die jaren, het benoemen van de kascontrolecommissie en het vaststellen van de begroting 2016.

Het hof ziet geen aanleiding voor het maken van een uitzondering voor de benoeming van de kascontrolecommissie 2015. Weliswaar stonden in de agenda twee personen als beschikbaar vermeld, maar daarbij werd tevens aangegeven dat overige geïnteresseerden zich voor deze functie konden melden bij het bestuur, het beheerkantoor of dit kenbaar konden maken ter vergadering. De beslissing over de kandidaten was vervolgens ter vergadering te nemen. Om de samenstelling van de kascontrolecommissie 2015 te kennen, diende en kon verzoekster zich daarvan derhalve (te) vergewissen, zoals hiervoor omschreven.

Gelet op vorenstaande kunnen overige verweren van de VvE, zoals haar beroep op het feit dat verzoekster uit eerdere procedures de relevantie van de korte termijn voor het indienen van een vernietigingsverzoek reeds kende en de toezending aan verzoekster van het verweerschrift van 10 december 2015 in een andere procedure tussen partijen op 4 december 2015, met daarin reeds de vermelding van het besluit van de VvE tot goedkeuring van de jaarstukken 2013/2014 en het verlenen van décharge over die jaren, die het standpunt van de VvE nog kunnen versterken, in het midden blijven.

De grief faalt derhalve.

Over de volgende grief kan het hof kort zijn. Waar het verzoekschrift betrekking heeft op besluiten van de VvE, heeft de VvE in de onderhavige procedure als tegenpartij te gelden.

Anders dan verzoekster aanneemt, houdt hoor en wederhoor in, dat de VvE op het verzoek van verzoekster werd gehoord. Op de reactie daarop van verzoekster (ook wel aangeduid als ‘repliek’) mag de VvE dan wederom reageren (ook wel aangeduid als ‘dupliek’). Beide partijen krijgen in beginsel gelijke mogelijkheden te worden gehoord.

De kantonrechter heeft derhalve terecht twee punten toegekend, één voor het verweerschrift en één voor de mondelinge behandeling.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over het appartementsrecht, over de VVE, over de nietigheid of vernietigbaarheid van een besluit van de VVE of over de termijnen waarbinnen vernietiging aan de rechter kan worden gevraagd, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.