De Rechtbank Amsterdam heeft op 20 mei 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een vloer in appartement moest worden verwijderd omdat deze niet voldeed aan de geluidsnorm in het splitsingsreglement van de VVE.

In de verhouding tussen appartementseigenaren moet het antwoord op de vraag welke hinder aanvaardbaar is, en daarmee geduld moet worden, en welke niet (meer), worden gezocht in de artikelen 5:37 en 6:162 Burgerlijk Wetboek.

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is dit afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend, en de mogelijkheid en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te treffen, mede gelet op de daaraan verbonden kosten.

VVE. Moet de vloer in appartement worden verwijderd omdat deze niet voldoet aan de geluidsnorm in het splitsingsreglement van de VVE?

De rechter oordeelt als volgt.

Zowel eisers als gedaagden zijn als appartementseigenaren en leden van de VvE gebonden aan het bepaalde in het splitsingsreglement.

In deze kwestie is door de VvE met artikel 20 van het splitsingsreglement zelf invulling gegeven aan de relevante geluidsnorm.

Dit artikel heeft tot doel geluidshinder tegen te gaan en is in die zin maatgevend.

Schending van dit artikel weegt dan ook zwaar.

Uit het rapport van KGI Groep volgt dat de gemeten waarde van de vloer niet voldoet aan de norm in het (oude) bouwbesluit van Ico +5 dB.

Daarmee staat vast dat de tegelvloer van gedaagden niet voldoet aan de voor leden van de VvE toepasselijke norm van Ico + 15 dB in artikel 20 lid 2 van het splitsingsreglement.

Dat KGI Groep de meting heeft verricht zonder kleden op de tegelvloer, doet niet af aan de gemeten waarde van de tegelvloer.

De enkele stelling dat mogelijk een geluidslek is ontstaan bij het terugplaatsen van een dragende muur in de woning van eisers, is onvoldoende om niet te kunnen uitgaan van de conclusie in het rapport van KGI Groep.

Zoals overwogen, weegt schending van het splitsingsreglement zwaar, maar ook de overige omstandigheden van het geval moeten worden meegewogen.

De norm in het splitsingsreglement strekt ertoe een objectieve maatstaf te geven bij discussies over onrechtmatigheid van hinder.

Dat eisers volgens gedaagden makkelijk over geluid klagen, wat overigens door hen wordt betwist, legt dan ook geen gewicht in de schaal.

Dat geldt ook voor het standpunt van gedaagden dat de tegelvloer is gelegd op een geluiddempende rubberen ondervloer, wat weer door eisers wordt betwist.

Wat daar ook van zij, de vloer voldoet met of zonder ondervloer niet aan de norm in het splitsingsreglement.

Tot slot hebben gedaagden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat artikel 20 lid 2 van het splitsingsreglement door de leden van de VvE op korte termijn zal worden gewijzigd en een minder strenge geluidnorm voor vloeren zal worden ingevoerd, zodat ook dit standpunt geen gewicht in de schaal legt.

Het resultaat van het vorenstaande is dat tegenover de door eisers ervaren geluidshinder en de daarmee gepaard gaande overtreding van artikel 20 lid 2 van het splitsingsreglement geen omstandigheden staan die voldoende gewicht in de schaal leggen om die geluidshinder niet onrechtmatig te achten.

Het gaat erom dat in de woning van gedaagden een vloer komt te liggen die voldoet aan de toepasselijke norm in het splitsingsreglement.

Of dit resultaat wordt bereikt door de huidige vloer te verwijderen, met alle kosten van dien, of door een vloer te leggen over de huidige tegelvloer, maakt in zoverre niet uit.

Die keuze is aan gedaagden. A zal per 1 mei 2020 het appartement van gedaagden hebben verlaten, zodat eisers van haar geen overlast meer zullen ervaren.

De verwachting is gerechtvaardigd dat na dit vonnis eerst de vloer zal worden aangepast voordat er andere bewoners komen.

De datum waarop de vloer van gedaagden uiterlijk aantoonbaar moet voldoen aan de norm in het splitsingsreglement, wordt in redelijkheid gesteld op 30 juni 2020, op straffe van een dwangsom zoals hierna in de beslissing vermeld.

Omdat het aan gedaagden is om aan te tonen dat hun vloer op 30 juni 2020 voldoet aan de toepasselijke norm, zal de vordering om een deskundigenrapport over te leggen waaruit dat blijkt eveneens worden toegewezen.

Aan deze veroordeling zal geen dwangsom worden verbonden, omdat dit dubbelop zou zijn.

In het geval gedaagden op 30 juni 2020 geen deskundigenrapport kunnen overleggen, zullen gedaagden reeds een dwangsom verbeuren, omdat zij dan niet kunnen aantonen dat hun vloer voldoet.

Eisers hebben er belang bij dat bij tussentijdse verkoop van het appartement van gedaagden de koper op de hoogte is van de uitgesproken veroordelingen in dit vonnis ten aanzien van de vloer.

Die zal immers de vloer dan dienen aan te passen.

Ook deze vordering zal daarom worden toegewezen, op straffe van een – naar moet worden begrepen – dwangsom zoals gevorderd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.