Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 12 mei 2020 uitspraak gedaan over de vraag of de kosten van werkzaamheden vanwege onderhoud en herstel van gemeenschappelijke gedeelten van een appartement voor rekening waren van de gezamenlijke appartementseigenaars.

Met de grief is appellante opgekomen tegen de vaststelling van de rechtbank dat genoemde werkzaamheden betrekking hadden op onderhoud en herstel van gemeenschappelijke gedeelten en dat de ter zake gemaakte kosten daarom op grond van het bepaalde in artikel 17 van het splitsingsreglement voor rekening van de gezamenlijke eigenaars komen.

Er was volgens appellante geen noodzakelijk onderhoud aan de orde.

Enig vocht in een ondergrondse kelder is normaal en behoeft geen behandeling of herstel.

Het buiten betrokkenheid van appellante opgestelde rapport van X toont ook niet aan dat het aanwezige vocht constructieproblemen zou kunnen veroorzaken.

De werkzaamheden zijn slechts opgedragen om de kelder te verfraaien en leefbaar te maken.

Appellante betwist bij gebrek aan wetenschap dat de werkzaamheden daadwerkelijk te maken hadden met de dragende muren of de buitengevels.

Ten slotte heeft appellante aangevoerd dat geïntimeerden al sinds 2007 bekend waren met de vochtproblemen en dat zij door hun stilzitten tot 2015 onnodig extra kosten voor de gezamenlijke eigenaars hebben veroorzaakt.

Appartementsrecht. VVE. Zijn de kosten van werkzaamheden vanwege onderhoud en herstel van gemeenschappelijke gedeelten voor rekening van gezamenlijke eigenaars?

De rechter oordeelt als volgt.

Voor zover appellante met haar stellingen voortborduurt op haar standpunt dat de kelder niet als woonruimte heeft te gelden, faalt ook deze grief.

Voorts heeft appellante naar het oordeel van het hof de stellingen van de VvE, geïntimeerden dat de werkzaamheden gemeenschappelijke muren aan de achterzijde en een gemeenschappelijke tussenmuur betroffen onvoldoende feitelijk weersproken.

Het rapport van X ondersteunt deze stellingen.

Voormelde offertes van Betonmonteur bevestigen de vochtproblematiek in de muren en sluiten zodoende weer aan bij dit rapport.

De betwisting bij gebrek aan wetenschap dat de werkzaamheden niet hebben gezien op dragende muren of buitengevels wordt daarom gepasseerd.

In artikel 2 van het modelreglement worden deze muren tot de gemeenschappelijke gedeelten gerekend.

Ook het hof komt derhalve tot de conclusie dat genoemde werkzaamheden betrekking hadden op onderhoud en herstel van gemeenschappelijke gedeelten en dat de ter zake gemaakte kosten daarom op grond van het bepaalde in artikel 17 van het splitsingsreglement voor rekening van de gezamenlijke eigenaars komen.

Nu appellante de gestelde vochtproblematiek op zich niet heeft weersproken, is haar betwisting van de noodzakelijkheid van de werkzaamheden te veel in het vage gebleven.

De stelling dat door tijdsverloop onnodig extra kosten zijn veroorzaakt, heeft appellante ook onvoldoende geadstrueerd.

Reeds daarom kan het door haar in dit verband gestelde misbruik van recht niet worden vastgesteld.

De faalt dus.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE  op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.