Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 12 mei2020 uitspraak gedaan over de vraag of het gebruik van de kelder als woonruimte overeenkomstig de splitsingsakte was.

De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Met de grieven heeft appellante aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat de goederenrechtelijke bestemming van de kelder woonruimte is, zodat de kelder overeenkomstig de bestemming wordt gebruikt en er geen grond bestaat om te bevelen dat gebruik te staken.

De rechtbank heeft volgens appellante onvoldoende acht geslagen op de stukken en andere feiten en omstandigheden.

Appellante, die onder meer wil voorkomen dat zij via de VvE moet bijdragen aan het leefbaar maken van de kelder als woonruimte, heeft naar het hierboven onder 2.c. weergegeven bepaalde in de splitsingsakte verwezen en daarbij benadrukt dat in deze bepaling een duidelijke scheiding is aangebracht tussen enerzijds de woning en anderzijds de kelder en de tuin.

De kelder en de tuin zijn slechts ondergeschikte onderdelen van het appartementsrecht.

Dat op de bijbehorende splitsingstekening ook de kelder is aangeduid met ‘1’ betekent niet meer dan een indicatie van het afzonderlijk deel dat bij adres 3 hoort.

Een kelder wordt naar normaal taalgebruik ook niet gekwalificeerd als woonruimte.

Uit de splitsingstekening, waarop de kelder ook als berging is aangeduid, blijkt dat de kelder een zeer laag plafond heeft en bijna geheel onder straatpeil ligt.

Het gebruik van de termen kelder en berging naast elkaar voor dezelfde ruimte toont aan dat de splitsingsstukken niet nauwkeurig en consistent zijn opgesteld.

Dit blijkt ook uit het verschil in aanduiding in de hierboven onder 2.c weergegeven tekst.

Er speelt in elk geval zodanige strijdigheid en onduidelijkheid in de splitsingsstukken dat een andere uitleg dan door de rechtbank gegeven gerechtvaardigd is.

De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat dat niet het geval is.

Nader onderzoek naar de uitleg van de splitsingsstukken, mede aan de hand van kennisneming van de situatie ter plaatse, is aangewezen, aldus nog steeds de advocaat van appellante.

Appellante verzoekt dan ook dat een descente zal worden gehouden.

Appartementsrecht. VVE. Woonbestemming? Is het gebruik van de kelder als woonruimte overeenkomstig de splitsingsakte?

De rechter oordeelt als volgt.

Ook het hof is van oordeel dat uit de splitsingsstukken volgt dat de kelder als woonruimte dient te worden aangeduid.

De rechtbank heeft ter zake terecht verwezen naar de tekst van artikel 9 lid 2 zoals hierboven onder 2.c. weergegeven.

De overige bewoordingen van de splitsingsakte en de wisselende aanduidingen op de splitsingstekening zijn geenszins strijdig met deze conclusie.

De aanduiding van de kelder op de splitsingstekening met ‘1’ overeenkomstig het appartements-indexnummer 1 dat ziet op het appartementsrecht van geïntimeerde, is eerder een bevestiging dat op de kelder ook de bestemming woonruimte rust.

Dat in de splitsingsakte wordt gesproken van ‘bijbehorende’ kelder, maakt van de kelder geen ruimte die niet als woonruimte zou kunnen worden geduid.

Ook het hof ziet derhalve geen strijdigheid of onduidelijkheid in de splitsingsstukken.

Het feit dat een kelder in het algemeen niet per se als woonruimte wordt beschouwd, zet de expliciete bepaling van artikel 9 lid 2 dat dat in dit geval wel zo is niet opzij.

Dat geldt ook voor het feit dat de kelder een zeer laag plafond zou hebben en bijna geheel onder straatpeil zou liggen.

Een descente wordt daarom niet aangewezen geoordeeld. Het desbetreffende verzoek zal dan ook niet worden gehonoreerd

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE  op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.