Van onze advocaat VVE. De Rechtbank Den Haag heeft op 19 april 2018 uitspraak gedaan over het appartementsrecht en de eigendom van de omliggende gronden, die niet in de splitsing waren betrokken.

Bij de splitsing in appartementsrechten is de omliggende grond niet mee-gesplitst. De eigenaren van de appartementsrechten zijn mede-eigenaar geworden van de grond.

Ingevolge artikel 7t, eerste lid, van de Kadasterwet, voor zover van belang kan, indien een belanghebbende gerede twijfel heeft omtrent de juistheid van een in de basisregistratie kadaster (brk) opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, dan wel omtrent de juistheid van een uit een andere basisregistratie dan genoemd in artikel 1a in de brk overgenomen authentiek gegeven, die belanghebbende onder opgaaf van redenen aan de Dienst een verzoek tot herstel van dat gegeven in de brk doen.

Ingevolge artikel 39, eerste lid, van de Kadasterregeling 1994 geschiedt wijziging of aanvulling van de in de kadastrale registratie vermelde gegevens inzake een geheel perceel of appartementsrecht met inachtneming van het tweede tot en met het achtste lid.

Ingevolge het tweede lid van voormeld artikel worden de in de kadastrale registratie vermelde gegevens met het ingeschreven stuk in overeenstemming gebracht indien de inschrijving in de openbare registers een wijziging betreft in de rechtstoestand naar burgerlijk recht dan wel een wijziging of aanvulling van de gegevens omtrent een rechthebbende en die inschrijving aanleiding geeft tot een wijziging of aanvulling, tenzij de inschrijving betrekking heeft op een erfdienstbaarheid.

Bij de desbetreffende in de kadastrale registratie vermelde gegevens wordt een korte aanduiding van de aard van het ingeschreven stuk vermeld.

Ingevolge artikel 3:19, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW), geschiedt de inschrijving terstond na de aanbieding indien de voor een inschrijving nodige stukken worden aangeboden, de aangeboden stukken aan de wettelijke eisen voldoen en andere wettelijke vereisten voor inschrijving zijn vervuld.

Eiser heeft twee appartementsrechten, rechtgevend op het uitsluitend gebruik van een servicestation en een winkel met entresol op het perceel.

Eiser heeft verzocht om herstel van de brk omdat daarin een kennelijke onjuistheid is vermeld ten aanzien van het perceel.

In het primaire besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat de gegevens in de brk niet overeenkomen met de gegevens in het brondocument dat in het openbaar register is ingeschreven.

Het gehele perceel is ingebracht in de appartementensplitsing bij akte van splitsing van 6 november 1963. Verweerder is lijdelijk en past deze inschrijving derhalve objectief toe. Omdat het pand dat in appartementsrechten is gesplitst onlosmakelijk verbonden is met het grondperceel, is het gehele perceel gesplitst. Vanwege de appartementensplitsing is het perceel grond vervolgens in sluimerende toestand gekomen, waardoor het geen eigenaar meer heeft.

Het eigendom van het perceel is evenredig verdeeld onder de gerechtigden van de appartementsrechteigenaren, aldus verweerder.

In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard omdat niet is gebleken dat fouten zijn gemaakt bij het toepassen van de akten.

Eiser voert aan dat niet de vve, maar hijzelf eigenaar is van het grondperceel waarop zijn appartementsrechten zich bevinden.

Daartoe betoogt hij dat de grond niet is ingebracht in de splitsing, zodat deze eigendom is gebleven van de N.V. van wie eiser zijn appartementsrechten heeft gekocht.

Appartementsrecht. Splitsing. Mede-eigendom van omliggende gronden.

De rechter overweegt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat de beoordeling in het onderhavige beroep beperkt is tot de vraag of verweerder overeenkomstig artikel 39, tweede lid, van de Kadasterregeling 1994 de gegevens van het perceel in de kadastrale registratie in overeenstemming heeft gebracht met de gegevens van dit perceel in de openbare registers.

Volgens artikel 3:19 van het Burgerlijk Wetboek worden stukken die aan de wettelijke eisen voldoen en waarvoor andere wettelijke eiser voor inschrijving zijn vervuld immers terstond na aanbieding ingeschreven.

In de akte van splitsing is vermeld dat de N.V. eigenaresse is van een flatgebouw met onderliggende en bijbehorende grond, kadastraal bekend als gemeente Delft, Sectie nummer 1, groot twaalf are en eenenzeventig centiare.

Vervolgens wordt het flatgebouw gesplitst in 55 appartementen, en wordt de vve opgericht.

De grond wordt niet meer genoemd in de akte.

Uit de stukken is niet gebleken dat het buitenterrein een eigen appartementsrecht heeft gekregen of dat het perceel grond voor de splitsing in appartementsrechten is verdeeld in een apart kadastraal perceel met een apart kadastraal nummer, los van het in appartementsrechten te splitsen perceel.

De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat verweerder niet gevolgd kan worden in zijn uitleg dat het voorgaande betekent dat de eigenaren van de appartementsrechten mede-eigenaar zijn geworden van de grond. Het voorgaande is dan ook terecht tot uitdrukking gebracht met de vermelding van de vve op de uitdraai van de brk.

Aldus is eiser, die eigenaar is van delen van de gemeenschap, voor even zo grote delen eigenaar van het grondperceel.

Ten overvloede wijst de rechtbank er op dat de vraag of de splitsing dan wel overdracht van het grondperceel al dan niet op juiste wijze in een akte terecht is gekomen, niet door de rechtbank hoeft te worden beoordeeld. Daartoe ziet de rechtbank zich gesteund in de uitspraak van de Afdeling van 1 december 2010 (RVS:2010:BO5723).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over het appartementsrecht, over de VVE, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement of over het kadaster, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.