De Rechtbank Noord-Holland heeft op 22 juli 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een ingestelde rechtsvordering namens de VVE op grond van de splitsingsakte de uitdrukkelijke machtiging van de vergadering behoefte.

Het meest verstrekkende verweer van gedaagden is dat het door of namens de vergadering instellen van een rechtsvordering op grond van artikel 40 lid 4 van de splitsingsakte de uitdrukkelijke machtiging van de vergadering behoeft.

Nu niet is gebleken van een dergelijk besluit (er heeft geen vergadering plaatsgevonden) dient de VvE volgens gedaagden niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De VvE heeft hiertegen ingebracht dat het bestuur door de vergadering bij besluit van 11 april 2020 is gemachtigd tot het voeren van deze procedure.

Gezien de omstandigheden was er op dat moment geen andere mogelijkheid om een vergadering bijeen te roepen.

De tijdelijke wet Covid-19 was nog niet in werking getreden en de wijze waarop de vergadering is gehouden wijkt hiervan niet op belangrijke punten af.

Procederen door of namens de VVE. Ontvankelijkheid. Machtiging. Bevoegdheid. Splitsingsakte.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank overweegt dat de administrateur van de VvE op grond van artikel 40 lid 4 van de splitsingsakte de machtiging van de vergadering behoeft voor het instellen van rechtsvorderingen zoals de onderhavige.

Ter discussie staat de rechtsgeldigheid van de door het bestuur verkregen machtiging.

De wijze waarop de vergadering zich heeft uitgesproken, door middel van stembiljetten van de leden, doet naar het oordeel van de rechtbank voldoende recht aan de situatie op 11 april 2020.

Voorafgaand aan de vergadering was blijkens de agenda van 18 maart 2020 en de daarbij meegestuurde “Toelichting bij punt 6 ALV 11/4/2020” voldoende duidelijk dat werd voorgesteld om het bestuur te machtigen tot het instellen van rechtsvorderingen waaronder de onderhavige.

Gedaagden is in die toelichting vermeld.

Daarbij komt dat uit de notulen van een op 21 september 2019 gehouden vergadering, die zijn goedgekeurd in de vergadering van 23 november 2019, duidelijk blijkt dat de meerderheid van de leden het er op dat moment mee eens was dat het bestuur zou optreden tegen permanente bewoning en het in dit verband opleggen van boetes.

Het machtigen van het bestuur tot het voeren van deze procedure is zodanig in lijn met hetgeen wél tijdens de op de voorgeschreven wijze gehouden vergaderingen is besproken, dat niet anders kan worden geconcludeerd dan dat het bestuur door de leden gemachtigd is tot het voeren van deze procedure namens de VvE.

De VvE is dan ook ontvankelijk in haar vordering.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE  op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.