De Rechtbank Noord-Holland heeft op 22 juli 2020 uitspraak gedaan over de vraag of permanente bewoning van een appartement door de VVE was toegestaan

Tussen partijen is niet in geschil dat permanente bewoning van de bungalow van gedaagden volgens de geldende regels niet is toegestaan.

Evenmin staat ter discussie dat gedaagden zijn bungalow desondanks in gebruik heeft gegeven voor permanente bewoning, eerst aan zijn zoon en daarna aan de heer A.

Gedaagden beroept zich echter op een gedoogregeling.

Hij heeft aangevoerd dat op 7 augustus 2017 een streep is getrokken ten aanzien van permanente bewoning.

Alleen tegen gebruik van bungalows voor permanente bewoning aangevangen na die datum, zou volgens gedaagden blijkens de e-mail van 16 augustus 2017 handhavend worden opgetreden.

Aangezien het bestuur blijkens die brief had besloten “de huidige situatie te bevriezen” ging gedaagden er vanuit dat het gebruik van de bungalow voor permanente bewoning door zijn zoon, die er al ruim voor genoemde datum woonde, zou worden gedoogd.

Het bestuur betoogde echter dat de gedoogregeling alleen zag op de eigenaren en niet op permanente bewoning door huurders.

De VvE heeft hiertegen ingebracht dat gedaagden uit de e-mail van 16 augustus 2017 niet heeft kunnen afleiden dat zijn zoon een beroep kon doen op het “bevriezen van de huidige situatie”.

In die brief is vermeld dat alleen de eigenaren (niet de huurders) die er al vóór 7 augustus 2017 permanent woonden worden gedoogd door de gemeente voor zover zij een persoonlijke gedoogbeschikking hebben, aldus de advocaat van de VvE.

VVE. Permanente bewoning toegestaan? Gedoogregeling?

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank volgt gedaagden in zoverre in zijn standpunt dat in de e-mail van 16 augustus 2017, gericht aan de leden, staat dat het bestuur heeft besloten “de huidige situatie te bevriezen”.

Hierbij is geen onderscheid gemaakt tussen eigenaren en huurders.

Indien de zoon van gedaagden de bungalow op dat moment al permanent bewoonde, mocht gedaagden er dan ook van uitgaan dat de gedoogregeling voor hem gold.

Dat in de ongedateerde brief van bestuurslid aan ene mevrouw A is vermeld “De eigenaren, die vóór 7 augustus 2017 op het park permanent al woonden, worden zonder meer gedoogd”, maakt dit niet anders, reeds omdat deze brief aan een derde en niet aan gedaagden is gericht.

In de e-mail van 16 augustus 2017 is wel vermeld dat de door het bestuur gedoogde situatie niet overdraagbaar is op een eventuele nieuwe bewoner.

Toch heeft gedaagden zijn bungalow na het vertrek van zijn zoon, aan de heer A in gebruik gegeven voor permanente bewoning.

Dit in tegenstelling tot zijn toezegging in de e-mail van 26 mei 2019 om dit niet meer te doen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE  op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.