De Rechtbank Noord-Holland heeft op 22 juli 2020 uitspraak gedaan over de vraag of de door de VVE gevorderde boetes conform de splitsingsakte waren opgelegd.

De VvE vordert op verschillende gronden boetes.

Zij vordert in verband met het gebruik van de bungalow voor permanente bewoning een boete van € 100,- per dag op grond van artikel 27 van de splitsingsakte, stellende dat het daarin genoemde bedrag van fl. 1.000,- tijdens de vergadering van 21 september 2019 is aangepast naar € 100,- per dag.

Subsidiair stelt de VvE dat gedaagden vanaf 23 november 2019 een boete verbeurt van € 500,- per overtreding van het huishoudelijk reglement.

Gedaagde betwist dat hij boetes aan de VvE verschuldigd is.

Hij voert aan dat de bevoegdheid tot het opleggen van boetes op grond van artikel 27 lid 2 van de splitsingsakte exclusief toekomt aan de vergadering.

De vergadering heeft nooit besloten tot het opleggen van boetes aan gedaagde.

Appartementsrecht. VVE. Zijn de door de VVE gevorderde boetes conform de splitsingsakte opgelegd?

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank overweegt dat de bevoegdheid tot het opleggen van boetes is geregeld in artikel 27 lid 2 van de splitsingsakte.

Daarin is bepaald dat de vergadering de overtreder indien hij geen gevolg geeft aan de in artikel 27 lid 1 genoemde waarschuwing, een boete kan opleggen van duizend gulden.

De vergadering is bevoegd het bedrag van de boete regelmatig te herzien.

Dat de administrateur van de VvE zich hiervan bewust is, blijkt overigens uit de brief van 7 mei 2019.

Uit de overgelegde stukken blijkt echter dat de vergadering geen boetes aan gedaagden heeft opgelegd.

Uit de door de VvE in het geding gebrachte notulen van de op 21 september 2019 gehouden vergadering blijkt dat de vergadering wél heeft besloten tot het opleggen van een boete aan andere leden die hun bungalow gebruikten voor permanente bewoning.

Desgevraagd heeft de VvE hierover ter zitting verklaard dat op dat moment bekend was dat de zoon van gedaagden de woning zou verlaten, en zij niet wist dat de heer A deze zou betrekken.

De rechtbank overweegt echter dat ook tijdens de vergadering op 23 november 2019, toen de verhuur aan de heer A wel bekend was, door de vergadering niet is besloten tot het opleggen van een boete aan gedaagden.

De advocaat van de VvE heeft hierover ter zitting verklaard dat het opleggen van een boete door de vergadering op 21 september 2019 nog nodig was en daarna, gelet op de wijziging van het huishoudelijk reglement, niet meer.

De rechtbank concludeert dat de boetes in elk geval niet conform de splitsingsakte door de vergadering aan gedaagden zijn opgelegd.

Volgens de VvE is het bestuur bij besluit van de vergadering van 21 september 2019 gemachtigd tot het opleggen van boetes aan leden.

Gedaagde heeft hiertegen ingebracht dat een delegatie of mandatering aan het bestuur tot het opleggen van een boete in de zin van artikel 27 lid 2 van de splitsingsakte, op grond van die akte niet is toegestaan.

De rechtbank overweegt dat ingevolge artikel 2:14 BW een besluit van de vergadering van eigenaars nietig is als het in strijd is met de wet of de statuten.

In artikel 5:129 lid 2 BW is bepaald dat voor de toepassing van dit artikel de splitsingsakte wordt gelijkgesteld met de statuten.

Dit betekent dat een besluit van de vergadering dat in strijd is met de splitsingsakte, nietig is. Aangezien het opleggen van boetes op grond van artikel 27 lid 2 van de splitsingsakte is voorbehouden aan de vergadering, is het besluit van 21 september 2019 tot het machtigen van het bestuur daartoe nietig.

De VvE heeft subsidiair gesteld dat het bestuur op grond van het huishoudelijk reglement bevoegd is tot het opleggen van boetes.

Onder verwijzing naar wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de desbetreffende regelingen in het huishoudelijk reglement eveneens in strijd zijn met de splitsingsakte.

Dit betekent dat ook deze bepalingen in het huishoudelijk reglement nietig zijn.

Gelet op het voorgaande heeft de VvE niet op rechtsgeldige wijze, boetes aan gedaagden opgelegd.

Dit geldt zowel ten aanzien van boetes voor permanente bewoning, als die voor het niet tijdig verstrekken van persoonsgegevens van huurders.

De gevorderde boetes zullen worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE  op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.