Van onze advocaat VVE. De Rechtbank Noord-Holland heeft op 18 juli 2019 uitspraak gedaan over een verzoek tot vervangende machtiging van de rechter ten aanzien van een verbouwing van een appartement.

De appartementseigenaar heeft een verzoek ingediend tot vervangende machtiging ex artikel 5:121 BW.

De appartementseigenaar verzoekt, samengevat, primair vervangende machtiging om namens de VvE opdracht te geven aan een aannemer tot herstelwerk aan de voorgevel.

Appartementsrecht. Vervangende machtiging van de rechter? Verbouwing. Vernietiging besluit VVE?

De rechter oordeelt als volgt.

Het geschil tussen de appartementseigenaar en gedaagde is in eerste instantie ontstaan doordat gedaagde begin 2017 is begonnen met een verbouwing, waarvoor weliswaar de gemeente een omgevingsvergunning had afgegeven, maar waarvoor de VvE geen toestemming had verleend, terwijl dit volgens de splitsingsakte wel nodig was, aangezien de verbouwing betrekking had op gemeenschappelijke delen van het pand, in het bijzonder de voor- en achtergevel.

In de vergadering van eigenaars van de VvE heeft de VvE een aantal besluiten genomen om de gerezen geschillen op te lossen.

De appartementseigenaar en gedaagde hebben beiden hun handtekening onder de notulen van de vergadering gezet en de rechter stelt vast dat ten aanzien van de in deze notulen opgenomen besluiten niet op de voet van artikel 5:130 BW om vernietiging is verzocht.

De appartementseigenaar heeft blijkens de notulen wel het voorbehoud gemaakt dat partijen overeenstemming zouden moeten verkrijgen over de uitvoering van de voorgevel en niet over de verbouwing zouden moeten procederen.

Volgens de notulen vervalt dit voorbehoud echter op het moment dat overeenstemming is verkregen over de uitvoering van de voorgevel.

Blijkens een e-mail van de advocaat van de appartementseigenaar aan de advocaat van de gedaagde is die overeenstemming bereikt en heeft de appartementseigenaar toestemming gegeven voor een aanpassing van de voorgevel.

Daarmee is naar het oordeel van de rechter het voorbehoud vervallen en zijn de VvE, de appartementseigenaar en gedaagde gebonden aan de op 9 mei 2017 door de vergadering van eigenaars van de VvE genomen besluiten.

Nu het voorbehoud is vervallen kan de appartementseigenaar niet met terugwerkende kracht haar toestemming aan de verbouwing en aan het besluit tot omzetting van de bestemming van het appartement van gedaagde naar een woonbestemming onthouden en daarmee de door de VvE genomen besluiten terugdraaien.

De appartementseigenaar had op de voet van artikel 5:130 BW juncto 2:15 BW vernietiging van haar onwelgevallige besluiten kunnen vorderen wegens strijd met redelijkheid en billijkheid, maar dat heeft ze niet gedaan.

De besluiten van 9 mei 2017 zijn daarom onherroepelijk.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over het appartementsrecht, over de VVE,   over de splitsingsakte of het splitsingsreglement, over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de vervangende toestemming van de rechter binnen het appartementsrecht, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.