Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 7 april 2020 uitspraak gedaan over de vraag of er sprake was van onredelijke geluidhinder.

De grief raakt de uitleg van het reglement.

Dit reglement moet evenals een splitsingsakte worden uitgelegd overeenkomstig de geobjectiveerde variant van de Haviltex-maatstaf.

Aan de bewoordingen van de regeling, gelezen in het licht van de gehele inhoud daarvan, komt daarbij in beginsel doorslaggevend gewicht toe (Hoge Raad, 2 februari 2018, HR:2018:148).

Bij deze uitleg kan ook acht worden geslagen op de elders in het reglement gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de verschillende, op zichzelf mogelijke tekst interpretaties zouden leiden (Hoge Raad, 8 oktober 2010, HR:2010:BM9621)

Onredelijke hinder

Appellant stelt dat hij van het gezin van geïntimeerde onredelijke hinder ondervindt door geluid van lopen of rennen en stemmen. Appellant wijt dit aan de opgroeiende kinderen van geïntimeerde.

De onredelijke hinder verplicht geïntimeerde volgens appellant tot het leggen van een hoogpolig tapijt, dat het contactgeluid dempt met ten minste 25 dB.

De hinder rechtvaardigt volgens appellant tevens een verbod op het veroorzaken van geluidsoverlast.

Geïntimeerde heeft met klem bestreden dat geïntimeerde en haar gezin overlast voor appellant veroorzaken.

Geïntimeerde leeft met haar gezin als een normaal gezin, zoals miljoenen anderen in Nederland doen.

De kinderen moeten thuis hun schoenen uit doen, ze mogen niet rennen of luid met speelgoed spelen en geen vriendjes uitnodigen.

Het appartementencomplex voldoet aan de normen voor een gebouw uit 1978, maar is gehorig.

Het geluid verspreidt zich langs alle kanten en het geluid dat appellant hoort, kan ook van andere buren afkomstig zijn, of van personen die over de galerij lopen.

Appartementsrecht. VVE. Geluidshinder. Onredelijke hinder. Uitleg huishoudelijk reglement.

De rechter oordeelt als volgt.

Het is in de eerste plaats de vraag wat onredelijke hinder is in de zin van het reglement.

Onredelijk is naar het oordeel van het hof in het algemeen de hinder die vermijdbaar is en die aanmerkelijk verdergaat dan de hinder die een normaal, dagelijks leefpatroon meebrengt.

Er is geen grondslag om aan te nemen dat het reglement het normale, dagelijkse leven wil beperken.

Integendeel, ook activiteiten zoals het maken van muziek is binnen redelijke grenzen toegelaten, ook al kan het voorkomen dat omwonenden daarvan iets vernemen.

Geluiden die behoren tot het normale, dagelijkse leven van een gezin met opgroeiende kinderen, zullen niet als onredelijk kunnen worden beschouwd.

In het normale, dagelijkse leven van een gezin met opgroeiende kinderen, is het niet te voorkomen dat kinderen overdag af en toe rennen, stampen, bonken of gillen, zoals appellant stelt.

Dat het gedrag van het gezin van geïntimeerde het normale, dagelijkse leefpatroon vermijdbaar en aanmerkelijk te buiten gaat, heeft appellant niet voldoende concreet gemaakt.

De verklaringen van getuigen, die appellant in eerste aanleg heeft overgelegd, wijzen daar ook niet op.

Het is dus niet voldoende dat appellant]geluiden hoort, en evenmin dat hij die als onredelijk ervaart.

Appellant heeft er nog op gewezen dat de deskundige heeft geconstateerd dat sprake is van onredelijke hinder.

Dat heeft de deskundige echter niet vastgesteld.

Zijn bevinding luidt dat er ‘sprake kan zijn van een niet-te-definiëren ‘onredelijke’ geluidshinder’.

Het hof merkt hierover in de eerste plaats op dat het niet aan de deskundige is om vast te stellen hoe het reglement op dit punt moet worden uitgelegd.

Het hof leest in het deskundigenrapport echter niet dat de deskundige dit heeft willen doen.

De deskundige heeft in wezen alleen maar geconstateerd, zoals een ieder kan doen, dat bij het ongelijksoortige leefpatroon van enerzijds appellant als alleenwonende en anderzijds geïntimeerde met haar opgroeiende kinderen er ‘regelmatig storingen kunnen optreden’.

Met ‘een niet te definiëren ‘onredelijke’ geluidshinder’ heeft de deskundige, naar het hof begrijpt, kennelijk willen aangeven dat appellant dit ervaart als onredelijke geluidshinder, maar dat die ervaring voortkomt uit het ongelijksoortige leefpatroon en niet objectiveerbaar is.

Het is dus geen onredelijke hinder in de zin van het reglement.

De conclusie is dat hetgeen appellant aanvoert over de geluiden die hij hoort, onvoldoende is om aan te nemen dat er sprake is van onredelijke hinder in de zin van het reglement.

Appellant wenst verder dat geïntimeerde haar hond wegdoet en geen andere hond meer toelaat.

Volgens appellant blaft de hond en brengt dit overlast voor hem mee.

Geïntimeerde heeft aangevoerd dat haar mopshond een platte snuit heeft en niet kan blaffen.

Zij weerspreekt dat de hond overlast veroorzaakt.

Het is volgens haar mogelijk dat appellant een van de honden van de andere buren hoort.

Veel van de buren hebben volgens haar een of meer honden.

Het reglement verbiedt de appartementseigenaren niet om een hond in hun appartement te hebben.

Een huisdier is volgens het reglement toegestaan zolang deze geen overlast bezorgt.

Het gaat er dus om of de hond van geïntimeerde overlast bezorgt.

Het enkele feit dat de hond van geïntimeerde volgens appellant blaft, en hij dit hoort, kan niet worden aangemerkt als overlast.

Enig blaffen is in het algemeen eigen aan een hond.

Dit kan geen overlast zijn in de zin van art. 2.5 van het reglement, omdat dit erop zou neerkomen dat honden in het geheel niet zijn toegestaan.

Feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de hond van geïntimeerde méér, langduriger, harder of op andere tijden blaft dan behoort tot het normale, dagelijkse leefpatroon van iemand die een hond houdt, heeft appellant niet naar voren gebracht.

In de kern komt zijn redenering erop neer dat honden nu eenmaal blaffen en daarom overlast veroorzaken en dat dit niet is toegestaan, zoals namens appellant bij de mondelinge behandeling door de rechtbank is verklaard.

Dat is onvoldoende om van geïntimeerde te eisen haar hond weg te doen en geen hond meer toe te laten, mede gezien het feit dat het reglement het hebben van een hond juist niet verbiedt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.