Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 18 februari 2020 uitspraak gedaan over onrechtmatige geluidshinder vanwege een parketvloer in een van de appartementen.

Partijen zijn eigenaar van hun woningen en zijn lid van de Vereniging van Eigenaren (VvE).

Artikel 17.5 van het door de VvE gehanteerde ‘Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten’ van januari 1992 luidt als volgt:

“De vloerbedekking van de privé gedeelten dient van een zodanige samenstelling te zijn dat contactgeluiden zo veel mogelijk worden tegengegaan. Met name is het niet toegestaan parket of stenen vloeren aan te brengen, tenzij dit geschiedt op zodanige wijze dat naar het oordeel van het bestuur geen onredelijke hinder kan ontstaan voor de overige eigenaars en/of gebruikers”.

In de splitsingsakte van 26 september 2002 is de volgende bepaling opgenomen:

 Artikel 17 lid 5:

De vloerbedekking van de privé gedeelten dient van een zodanige samenstelling te zijn dat contactgeluiden zo veel mogelijk worden tegengegaan. Met name is het niet toegestaan parket, laminaat of stenen vloeren aan te brengen.

In het huishoudelijk reglement is onder punt 7 het volgende bepaald:

Geluidsoverlast

Harde vloerbedekking

Een harde vloerbedekking (parket, laminaat en plavuizen) kan een belangrijke bron van geluidsoverlast zijn. Daarom is in een flat alleen zachte, geluiddempende vloerbedekking toegestaan. Als uw buren overlast ondervinden van uw harde vloerbedekking, kunt u verplicht worden de vloerbedekking te verwijderen.

Uit de notulen van een Algemene Ledenvergadering van de VvE van 12 april 2010 blijkt dat de volgende afspraak is gemaakt over artikel 17.5 van de splitsingsakte:

De voorzitter licht toe dat harde vloeren volgens artikel 17.5 van de splitsingsakte niet zijn toegestaan. Na het opstellen van deze splitsingsakte (2002) zijn er ontwikkelingen geweest, waardoor dit bij nieuwe V.V.E’ s met een norm (10 dB) wel is toegestaan. Het aanpassen van de akte moet via de notaris en is kostbaar. Bij terug verkoop van een woning hoeft het laminaat, indien het er netjes uitziet, niet te worden verwijderd en wordt mee getaxeerd. Wat vindt de V.V.E. van dit artikel, hoe gaan we hiermee om?

Iedereen geeft zijn visie hierop. Het resultaat is dat er wordt afgesproken om voor artikel 17.5 een gedoogbeleid te hanteren. Dit betekent dat het nu niet langer zo is dat bv. laminaat/parket niet is toegestaan alleen vanwege het feit dat dit volgens de splitsingsakte niet is toegestaan. Dit is echter geen vrijbrief, want indien nodig kan er op artikel 17.5 worden teruggevallen.

In de woning van geïntimeerde ligt een parketvloer met ondervloer.

In de woning van appellante, die gebruik maakt van een rolstoel, ligt laminaat met een ondervloer.

Appellante klaagt vanaf 2015 over geluidsoverlast uit de woning van geïntimeerde.

Op 8 november 2017 heeft in opdracht van appellante X B.V. in de woningen van geïntimeerde en van appellante een onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van de lucht- en contactgeluidsisolatie van de horizontale scheidingsconstructie.

Naar aanleiding van dit geluidsonderzoek heeft de raadsman van appellante bij brief van 7 februari 2018 geïntimeerde gesommeerd om zwaar tapijt in zijn woning aan te brengen dan wel een andere oplossing aan te dragen waarmee wordt voldaan aan de Ico waarden binnen de norm van +10 dB.

In reactie daarop heeft geïntimeerde op 18 februari 2018 te kennen gegeven medewerking te willen verlenen maar meer tijd nodig te hebben.

Bij e-mail van 18 mei 2018 heeft de advocaat van appellante te kennen gegeven dat het voor appellante niet acceptabel was dat de nieuwe ondervloer pas in september 2018 gelegd zou worden.

Aan geïntimeerde is nog een termijn van een maand gegeven voor het leggen van de ondervloer bij gebreke waarvan gedagvaard zou worden.

Geïntimeerde heeft aan deze sommatie niet voldaan omdat de firma die de ondervloer zou komen leggen, dat pas in september 2018 zou kunnen doen.

Appellante heeft in eerste aanleg gevorderd, samengevat, dat de rechtbank geïntimeerde zal veroordelen tot het leggen van een vloerbedekking van zwaar tapijt dan wel het verwijderen van de huidige afwerkvloer tot aan de originele betonvloer en het daarop aanbrengen van een zwevende dekvloer, een en ander binnen een maand na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van geïntimeerde in de (buitengerechtelijke) kosten.

VVE. Geluidsoverlast. Onrechtmatige geluidshinder. Contactgeluiden. Vordering tot het aanbrengen van ondervloer met geluidsreductie.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat thans sprake is van onrechtmatige geluidshinder, zoals ook de rechtbank op grond van het door haar besproken samenstel van omstandigheden, heeft overwogen.

Ook staat vast dat er op dit moment bij geïntimeerde geen ondervloer ligt met een geluidsreductie van +10 dB.

Het hof verenigt zich met de desbetreffende, niet bestreden, overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne.

Voorts heeft geïntimeerde ook in hoger beroep aangeboden een nieuwe ondervloer aan te brengen met een geluidsreductie van +10 dB.

Hij heeft dat tot op heden echter nog niet gedaan.

Gelet op het overwogene komt de door appellante in hoger beroep gevorderde verklaring voor recht als na te melden voor toewijzing in aanmerking.

De vordering tot veroordeling van geïntimeerde tot het aanbrengen van een nieuwe ondervloer met een geluidsreductie van +10 dB (zoals geïntimeerde heeft aangeboden) zal het hof eveneens toewijzen.

Hoewel appellante de vordering tot betaling van een dwangsom heeft gekoppeld aan het in gebreke blijven van geïntimeerde met het gevorderde onder punt I van de eis (de verklaring voor recht) begrijpt het hof deze vordering, mede gelet op de formulering van de vorderingen in eerste aanleg, aldus dat de dwangsom betrekking heeft op het gevorderde onder II, het aanbrengen van een ondervloer.

Gelet op het daartegen in eerste aanleg gevoerde verweer, zal het hof een termijn van twee maanden aan de veroordeling verbinden.

De vordering zal in die zin worden toegewezen, zij het dat het hof voorts aanleiding ziet de dwangsom te matigen tot € 250,- per dag/dagdeel en maximaal € 7.500,-.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, of over hinder en geluidsoverlast, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.