De Rechtbank Gelderland heeft op 15 april 2020 uitspraak gedaan over de vraag of de VVE toestemming mocht weigeren tot het plaatsen van zonnepanelen.

Volgens verzoeker zijn de installaties niet in strijd met artikel 13 lid 1 van het splitsingsreglement (en is besluit 1, dat wel daar vanuit gaat, zo begrijpt de kantonrechter, dus nietig) .

De zonnepanelen liggen zwevend bovenop het dak en zijn door middel van houten latten en dakhaken gemonteerd; de airco/warmtepomp bevindt zich op het privébalkon van verzoeker.

Verzoeker stelt voorts dat, voor zover de installaties wel onder artikel 13 lid 1 van het splitsingsreglement zouden vallen, de VvE hem, totdat hij de brief van 12 december 2019 ontving, nooit op de strijdigheid met het reglement heeft gewezen.

In de vergaderingen van 16 juni 2016 en/of 1 november 2016 heeft hij die toestemming zelfs verkregen, althans is sprake van rechtsverwerking door nu verwijdering van hem te verlangen.

Daarnaast had huisnummer 4 al langer het dak vol panelen liggen, volgens verzoeker met toestemming van de VvE.

Daarom is ook sprake van willekeur, aldus verzoeker, hetgeen moet leiden tot vernietiging wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid.

De toestemming had volgens verzoeker ook moeten worden verleend omdat er op het dak nog genoeg ruimte voor zonnepanelen is voor de andere eigenaren.

Daarnaast is niet gebleken van een risico op verhoogd brandgevaar.

Met betrekking tot besluit 2 geeft verzoeker niet precies aan waarom dat zou moeten worden vernietigd of nietig is.

Besluit 3 is volgens verzoeker vernietigbaar omdat het is genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Verzoeker stelt dubbel te worden gestraft, nu hij gehouden is naar aanleiding van de besluiten zelf te gaan procederen en kosten te maken.

Volgens verzoeker is het volstrekt onredelijk dat hij nu ook nog eens aan de VvE moet gaan betalen voor de kosten van de procedure tegen hem.

Appartementsrecht. VVE. Toestemming geweigerd tot het plaatsen van zonnepanelen. Splitsingsreglement. Nietig besluit?

De rechter oordeelt als volgt.

Volgens artikel 13 lid 1 van het splitsingsreglement is iedere op-, aan- of onderbouw zonder toestemming van de vergadering verboden.

Lid 2 bepaalt voorts dat het aanbrengen aan de buitenzijde van naamborden, reclame-aanduidingen, uithangborden, zonneschermen, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers en in het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het hangen van wasgoed aan de buitenzijde van het gebouw slechts mag geschieden met toestemming van de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement.

Ter vergelijking heeft de kantonrechter het modelsplitsingsreglement 2017 geraadpleegd.

Daar luidt de parallelbepaling artikel 24, voor zoveel van belang, als volgt:

24.1 Ook indien daarvoor geen wijziging van de Akte is vereist, is iedere op-, aan-, onder- of
bijbouw door een Eigenaar zonder voorafgaande toestemming van de Vergadering
verboden.

24.2 Het zichtbaar aanbrengen in of aan het Gebouw dan wel op de Grond van naamborden,
reclameaanduidingen, uithangborden, zonweringen, wind- en terrasschermen, rolluiken,
zonnepanelen, boilers, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers,
(schotel-)antennes, antennes van zendamateurs, alarminstallaties, luchtbehandelings- en
koelinstallaties, en in het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het in het zicht
hangen van wasgoed, mag slechts geschieden met toestemming van de Vergadering of
volgens regels te bepalen in het Huishoudelijk Reglement. Het in de vorige zin bepaalde
geldt mede voor de tot de Privé-gedeelten behorende buitenruimten.

Deze vergelijking sterkt de kantonrechter in zijn vermoeden dat zonnepanelen niet onder het verbod van artikel 13 lid 1 van het splitsingsreglement vallen.

Ze worden immers in de parallelbepaling uit 2017 onder de opsomming van 24.3 geschaard.

Dat lijkt te impliceren dat het in het eerste lid alleen over bouwwerken gaat.

Intussen is denkbaar dat zij wel onder het tweede lid van artikel 13 zouden kunnen vallen.

Dat doet de vraag rijzen of het in dat lid alleen om “uitstekende werken” gaat en, zo ja, of zonnepanelen als zodanig moeten worden aangemerkt en, zo ja, of daarmee in 1992 al was te rekenen en, zo nee, of dat met het verstrijken van de tijd wellicht anders werd (in het reglement van 2006 zitten ze ook nog niet in de opsomming), zodat zij bij de aanleg in 2015 geacht moeten worden onder de bepaling van artikel 13 lid 2 te vallen.

Als dat laatste niet zo is, zo lijkt de conclusie te zijn, is besluit 1 nietig en is er geen machtiging nodig.

De kantonrechter zal dat dan in het dictum te verstaan geven.

In het andere geval moet beoordeeld worden of de toestemming zonder redelijke grond is geweigerd.

De weergegeven vraagstelling lijkt overbodig als het aanbrengen van de zonnepanelen (ook) als een verandering aan het dak kan worden aangemerkt als bedoeld in artikel 9 lid 2 van het splitsingsreglement.

Deze laatste bepaling is in ieder geval wel toepasselijk als er sprake is van leidingen die vanuit de installaties door een buitenmuur en/of het dak heengaan.

Dat is dus mogelijk ook bij de airco/warmtepomp het geval.

Daarnaast zijn bij de bevestiging van deze unit volgens de VvE gaten in de buitenmuren gemaakt.

Verzoeker heeft dat onvoldoende betwist.

In het midden kan dan blijven of de enkele aanwezigheid van dit apparaat op het privébalkon van verzoeker ook zonder toestemming geoorloofd is.

Uit de stukken vloeit voort dat de aanwezigheid van de zonnepanelen en de airco/warmtepomp tot de brief van 12 december 2019 geen bron van discussie in de vergadering van eigenaren is geweest.

Uit niets is tot dusver gebleken dat verzoeker er rekening mee had moeten houden dat (nadere) toestemming nog vereist was en nog minder dat die hem zoveel jaren achteraf nog zou worden onthouden.

Aan de andere kant neemt verzoeker met zijn 12 panelen een groter deel van het gemeenschappelijke dak in dan hem naar evenredigheid van de onderlinge aandelen indien daarover een eerlijke gezamenlijke besluitvorming zou plaatsvinden, zou toekomen.

Er met de VvE van uitgaande dat er maximaal 24 panelen op het dak kunnen worden geplaatst, zou verzoeker er dus 6 mogen houden.

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de VvE geen geldige grond aanvoert om 6 zonnepanelen verwijderd te willen hebben.

De verwijdering van de overige 6 panelen ontbeert een redelijke grond totdat en voor zover de overige eigenaren tezamen meer dan 12 panelen willen gaan plaatsen.

Van een dergelijk voornemen is nu nog niet gebleken.

Voor die overige zes zal de machtiging daarom worden afgegeven onder de ontbindende voorwaarde dat de overige eigenaren tegenover verzoeker (of zijn rechtsopvolger, op wie die kwalitatieve bevoegdheid overgaat) van een dergelijk concreet en onderbouwd voornemen zullen doen blijken.

Indien er dus maar één eigenaar is die conform zijn aandeel 9 panelen wil gaan plaatsen is de voorwaarde nog niet vervuld en ook niet als die ene eigenaar er bijvoorbeeld 12 wil plaatsen.

Voor de airco/warmtepomp zal de machtiging zonder die voorwaarde kunnen worden verleend.

Indien de machtiging zo verleend zal worden, is er aan de door verzoeker verzochte vernietiging van besluit 1 hoogstwaarschijnlijk geen behoefte meer.

De machtiging verhindert immers tenminste de facto de uitvoering van dat besluit – waarvoor toch een executoriale titel (veroordeling) nodig is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.