De Rechtbank Rotterdam heeft op 1 mei 2020 uitspraak gedaan over een vordering tot betaling van de VvE-bijdragen.

De appartementseigenaar K heeft gevorderd de VvE te veroordelen tot het betalen van een bedrag van € 105,69 en de kosten van de procedure.

Aan haar vordering legt zij het volgende ten grondslag.

De VvE dient de kosten voor het herstellen van de lekkage ad € 935,69 aan K te betalen.

Na verrekening met de vordering in conventie blijft nog een bedrag van € 105,69, hetgeen K in reconventie vordert.

De VvE heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van K, met veroordeling van K in de proceskosten.

Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

K heeft telefonisch contact gehad met de administrateur van de VvE om te informeren naar de opstalverzekering van de VvE in verband met het indienen van een claim.

Daar de VvE nog niet over een opstalverzekering beschikte heeft de administrateur K geadviseerd de claim in te dienen bij haar eigen opstalverzekering.

Vervolgens heeft de VvE niets meer van K vernomen.

K heeft geen offerte in het geding gebracht waaruit blijkt dat de lekkage is ontstaan door een gebrek in de gemeenschappelijke zaken.

De grondslag van haar vordering is daarom niet duidelijk.

Ook is niet duidelijk waar de hoogte van het gevorderde bedrag op gebaseerd is.

VVE. Vordering tot betaling van de VvE-bijdragen. Verrekening mogelijk met de herstelkosten van een lekkage? Wettelijke rente. Buitengerechtelijke incassokosten.

De rechter oordeelt als volgt.

K heeft niet weersproken dat zij gehouden is VvE-bijdragen aan de VvE te betalen, zodat dit in rechte is komen vast te staan.

Wel heeft zij nog aangevoerd dat zij niet de beschikking heeft gehad over een bankrekeningnummer van de VvE en dat zij voor het eerst pas in november 2017 een brief van de VvE heeft ontvangen.

Deze stelling kan K echter niet baten nu uit de door de VvE overgelegde stukken blijkt dat de VvE K reeds op 26 januari 2017 heeft aangeschreven en dat op die brief ook het bankrekeningnummer van de VvE vermeld staat.

Verder heeft K heeft zich tegen betaling van de VvE-bijdragen verweerd met een beroep op verrekening.

Artikel 6:136 BW bepaalt dat de rechter een vordering ondanks een beroep van de gedaagde partij op verrekening kan toewijzen indien de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is.

Nu de VvE gemotiveerd heeft betwist dat zij gehouden is tot betaling van de door K gemaakte kosten voor het herstellen van de lekkage, is de kantonrechter van oordeel dat in dit geval van een dergelijke situatie sprake is.

Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde betaling van de VvE-bijdragen van € 830,00 zal worden toegewezen.

Nu K met betaling van de VvE-bijdragen in verzuim is geraakt, is zij op grond van artikel 6:119 BW wettelijke rente aan de VvE verschuldigd.

De verschenen rente zal daarom worden toegewezen.

Datzelfde geldt voor de wettelijke rente over een bedrag van € 830,00 vanaf de dag van dagvaarding.

Met betrekking tot de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt het volgende overwogen.

Gebleken is dat de VvE serieus pogingen heeft gedaan in der minne betaling te verkrijgen van K.

Immers, K is meerdere malen aangemaand.

Het gevorderde bedrag ad € 150,65 inclusief btw komt overeen met het volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten vastgestelde tarief, zodat dit bedrag aan vergoeding zal worden toegewezen.

In deze vergoeding worden geacht te zijn begrepen de kosten van kadastraal onderzoek, zodat de gevorderde kosten ad € 6,05 niet afzonderlijk zullen worden toegewezen.

Ter nadere onderbouwing van haar vordering heeft K een factuur van 8 maart 2017 met betrekking tot een eindafrekening lekkage voor een bedrag van € 935,69 in het geding gebracht.

De kantonrechter is van oordeel dat de VvE niet gehouden is deze factuur te voldoen.

Allereerst heeft K in het geheel niet onderbouwd waar in het appartement de lekkage zich bevindt, zodat niet duidelijk is of de oorzaak van de lekkage zich bevindt in het gemeenschappelijke deel.

Daardoor kan niet worden vastgesteld dat de kosten voor herstel van de lekkage voor rekening van de VvE komen in plaats van voor rekening van K zelf, dan wel een andere eigenaar.

Mocht dit al het geval zijn, dan is bovendien niet gebleken dat K de VvE of die andere eigenaar een redelijke mogelijkheid heeft geboden de lekkage te laten verhelpen.

De vordering wordt afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.