De Rechtbank Amsterdam heeft op 18 mei 2020 uitspraak gedaan over de vraag of de Vereniging van Eigenaars (VVE) van een appartementencomplex in Amsterdam-Nieuw een appartementseigenaar toestemming mocht weigeren voor een dakopbouw.

Verzoeker verzoekt het besluit van de VVE nietig te verklaren, althans te vernietigen en hem vervangende machtiging te verlenen voor het realiseren van de dakopbouw.

Verzoeker stelt daartoe dat er geen redelijke grond is voor het besluit tot weigering.

In het bestemmingsplan en bij de verlening van de omgevingsvergunning is al rekening gehouden met de geringe mate van overlast in de vorm van verminderde zonlichtinval en beperking van uitzicht die een opbouw nu eenmaal meebrengt.

Van waardevermindering zal volgens verzoeker geen sprake zijn.

Verzoeker heeft belang bij de extra woonruimte die door de opbouw zal ontstaan.

Verzoeker is bereid de kosten verbonden aan de opbouw en de eventueel noodzakelijke wijziging van de splitsingsakte en de splitsingstekening voor zijn rekening te nemen.

De VvE verzet zich tegen toewijzing van het verzoek.

Verzoeker heeft de VvE en de andere leden niet tevoren geïnformeerd dat hij een vergunning voor een dakopbouw wilde aanvragen.

De VvE heeft daarvan pas kennis gekregen nadat de bezwaartermijn al was verstreken.

Dat acht de Vve niet correct.

Het appartementencomplex is sinds de bouw in 1996 ongewijzigd gebleven. Meerdere eigenaren hebben in het verleden de mogelijkheid van een dakopbouw verkend, maar daarvan afgezien vanwege de belangen van de buren.

De VvE wijst erop dat de door verzoeker gewenste opbouw tot sterk verminderd woongenot en waardevermindering van meerdere andere appartementen zal leiden als gevolg van verminderde zonlichtinval en privacy.

In de splitsingsakte is bovendien bepaald dat er geen wijzigingen mogen worden aangebracht.

Het voordeel van verzoeker staat niet in verhouding tot de nadelen voor de directe buren.

De waardevermeerdering van het appartement van verzoeker gaat ten koste van de negatieve gevolgen voor de andere eigenaren en het complex als geheel.

Mocht de VVE een appartementseigenaar toestemming weigeren voor het aanbrengen van een dakopbouw? Belangenafweging.

De rechter oordeelt als volgt.

De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek van verzoeker moet worden afgewezen.

Anders dan hij betoogt, ligt aan het besluit tot weigering van toestemming door de VvE wel degelijk een redelijke belangenafweging ten grondslag.

Vast staat dat de door verzoeker gewenste opbouw nadelige gevolgen zal hebben voor de zonlichtinval, de privacy en het uitzicht van nabijgelegen appartementen.

Aannemelijk is dat daarvan ook nadelige invloed zal uitgaan op de waarde van de getroffen appartementen.

Met de VvE is de kantonrechter van oordeel dat aan deze argumenten doorslaggevende betekenis moet worden toegekend.

Voor de kantonrechter weegt de verminderde zonlichtinval daarbij het zwaarst, met name in de kleine patiotuinen en de appartementen op de begane grond schuin tegenover verzoeker die ver naar achteren zijn gebouwd waar zomers al vanaf 13.00 uur de schaduw van de opbouw zou invallen.

Dat is een ernstige inbreuk op het belang van de betreffende appartementseigenaren, die zij niet behoeven te dulden.

Het belang van verzoeker bij uitbreiding van zijn woonruimte weegt daar niet tegen op.

Het vorenstaande brengt mee dat de kantonrechter niet toekomt aan de door de VvE subsidiair verzochte voorwaarden.

Bij deze uitslag wordt verzoeker als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.