Van onze advocaat VVE: een lid van een VvE is 83 jaar oud en heeft suikerziekte en polyneuropathie aan zijn benen. Omdat hij daardoor de trap bijna niet meer op komt, vraagt hij de VVE om een traplift te mogen aanleggen. De VVE weigert met het argument dat de waarde van de appartementen afneemt.

Eerst legt de Kantonrechter het criterium uit:

‘Beoordeeld dient te worden of de VVE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen geen toestemming aan [verzoeker sub 1] te geven voor het doen aanbrengen van een traplift in het gemeenschappelijk trappenhuis. Daarbij komt het dus aan op een afweging van de belangen van [verzoeker sub 1] en die van de VVE.’

Daarna vernietigt de Kantonrechter het besluit van de VVE en geeft vervolgens machtiging voor de traplift:

‘Niet betwist is dat [verzoeker sub 1] als gevolg van zijn fysieke beperkingen zijn appartement op de tweede etage, via de trap thans slechts met moeite kan bereiken. Evenmin is betwist dat die fysieke beperkingen van [verzoeker sub 1] niet van voorbijgaande aard zijn, maar zich in de toekomst verder in voor [verzoeker sub 1] negatieve zin zullen ontwikkelen. Niet gesteld of gebleken is dat ook andere, al dan niet aan de leeftijd van [verzoeker sub 1] gerelateerde beperkingen in de nabije toekomst in de weg zullen staan aan het bewonen van het appartement door [verzoeker sub 1] en zijn echtgenote. Op de keper beschouwd is de mogelijkheid van [verzoeker sub 1] om het appartement te kunnen blijven bewonen dan ook uitsluitend afhankelijk van de aanwezigheid van een traplift.

Daarmee is zijn belang bij de aanwezigheid van een traplift gegeven en evident. Aan [verzoeker sub 1] kan bezwaarlijk worden tegengeworpen, zoals de VVE doet, dat hij zich bij aankoop van het appartement in 1998, toen hij circa 63 jaar oud was, geen of onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de problemen die op hoge leeftijd zouden kunnen gaan ontstaan als gevolg van het feit dat het een appartement op de tweede etage betreft dat uitsluitend over de trap bereikbaar is. Daaraan komt in het kader van de hiervoor genoemde belangenafweging dan ook geen gewicht toe.

Verder heeft de VVE naar voren gebracht dat de waarde van de appartementsrechten van de overige leden negatief zullen worden beïnvloed door de aanwezigheid van een traplift in het gemeenschappelijk trappenhuis. Dat zulks daadwerkelijk het geval is en in welke mate daarvan sprake zal zijn, is echter op geen enkele manier door de VVE naar voren gebracht en onderbouwd. Dat standpunt van de VVE wordt in het kader van de te maken belangenafweging dan ook terzijde gesteld.

De enige voorwaarde die de Kantonrechter stelt is dat het VVE-lid een bedrag van € 2.500,– stort onder de VVE voor de verwijdering van de trapligt te zijner tijd. Heeft u vragen over de vernietiging van een besluit van een VVE of over vervangende machtiging, bel dan onze advocaat VVE: 020-7400521 of lees hier meer over de VVE