Van onze advocaat VVE. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 8 januari 2019 uitspraak gedaan over de vraag of de VVE over een procesvolmacht beschikte en over het juridische eigendom van een appartementsrecht.

Appellante en appellant zijn echtelieden. Appellant heeft het appartement op een veiling gekocht, maar de levering heeft plaatsgevonden aan appellante.

Ontbreken van een procesvolmacht VvE? Juridisch eigendom appartementsrecht

De rechter oordeelt als volgt.

De eerste grief betreft het ontbreken van een procesvolmacht bij de VvE.

Appellant heeft verwezen naar de eerste volzin van art. 53 lid 5 van het Modelreglement.

De VvE heeft vervolgens verwezen naar de tweede volzin van datzelfde artikel.

Het verweer van de VvE slaagt. Appellant stelde dat de VvE een machtiging nodig had maar er geen had of heeft; de VvE heeft overtuigend aangetoond dat zo’n machtiging bij incasso’s ook niet nodig is.

Daarenboven heeft de VvE er terecht op gewezen dat in het verslag van 24 maart 2015, hieronder breder te bespreken, een besluit van de Algemene Ledenvergadering tot het in rechte opeisen van de achterstallige servicebijdragen over te gaan is opgenomen.

De besluiten genomen in die vergadering zijn niet (tijdig) door appellant op de door de wet voorgeschreven wijze aangevochten, zoals door de VvE terecht is opgemerkt.

De grief faalt.

Met de volgende grief stelt appellant aan de orde dat weliswaar appellant koper op de veiling was, maar dat enkel appellante juridisch eigenaresse van het appartement is geworden en dat enkel zij lid van de VvE is geworden; de onderhavige vorderingen dienden dus uitsluitend tegen appellante te worden ingesteld.

De VvE pareert dat met de stelling dat weliswaar juist is dat levering aan appellante heeft plaatsgevonden, maar dat zij gehuwd is met appellant, dat bij gebreke van aanwijzingen voor het tegendeel aangenomen moet worden dat appellante en appellant in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd, en dat de onderhavige schuld dus in de gemeenschap valt.

Het verweer van de VvE gaat om twee redenen niet op.

Ten eerste berust de stelling dat appellante en appellant wel in gemeenschap van goederen gehuwd zullen zijn, louter op speculatie. De VvE heeft hiertoe in het geheel geen concrete feiten en omstandigheden gesteld.

Ten tweede geldt dat zelfs al zouden appellante en appellant in gemeenschap van goederen zijn gehuwd, zulks weliswaar met zich brengt dat eventuele schulden van appellante op de gemeenschap waartoe ook appellant gerechtigd is kunnen worden verhaald., maar dit appellant nog niet tot medeschuldenaar maakt.

Dat verder artikel 1:85 BW nog een rol zou vervullen in deze is gesteld noch gebleken.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over het appartementsrecht, over de VVE, over het procederen namens de VVE, over het splitsingsreglement, over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over het juridische eigendom van een appartementsrecht, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.