De Rechtbank Amsterdam heeft op 22 augustus 2019 uitspraak gedaan over een verzoek tot de vernietiging van een besluit van de VVE over de verwijdering van een zonwering en van rolluiken.

Een VVE-besluit is vernietigbaar als het naar inhoud of totstandkoming in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

Toetsingsmaatstaf is de vraag of de VVE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen van de VVE en haar leden in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Bij de beoordeling daarvan past de kantonrechter terughoudendheid.

De advocaat van verzoeker voert aan dat het VVE-besluit in strijd is met het Reglement en het Huishoudelijk Reglement, voor zover het betrekking heeft op het zonnescherm.

Het zonnescherm wordt niet aan de buitengevel van het gebouw bevestigd, maar aan weerszijden van de tuin, aan de betonnen terrasafscheidingen. Deze terrasafscheidingen zijn niet gemeenschappelijk.

Het besluit is zowel ten aanzien van het zonnescherm als ten aanzien van de rolluiken in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Plaatsing van het zonnescherm is nodig vanwege de laagstaande zon, die verblindend werkt als het gezin verzoekers aan tafel zit en waardoor het onaangenaam heet wordt op het terras. De rolluiken zijn bedoeld voor inbraakbeveiliging en warmte-isolatie.

Omdat het appartement van verzoekers op de begane grond ligt is het inbraakrisico groter dan in andere appartementen.

De VVE heeft niet gemotiveerd waarom toestemming is geweigerd en niet blijk gegeven van een zorgvuldige belangenafweging, aldus nog steeds de advocaat van verzoekers.

De VVE brengt daar tegen in dat de betonnen terrasafscheiding onderdeel is van het gebouw en daar gaan de leden van de VVE ook over.

Tijdens de VVE-vergadering hebben de leden duidelijke motivaties voor de afwijzing van het verzoek gegeven.

Het aanbrengen van rolluiken neigt naar gettovorming en betekent een achteruitgang van het complex. Het zal daarom het doel om de veiligheid te vergroten niet bevorderen. Het gebouw is onder architectuur gebouwd. Het heeft een open structuur en is een van de mooiste complexen uit de buurt.

Dat willen de leden graag zo houden. Er zijn bovendien alternatieven, waarbij geen wijziging aan het gebouw hoeft plaats te vinden. Er kan ook een los object worden geplaatst dat als zonnescherm kan dienen op het moment dat dat nodig is. Om inkijk aan de voorkant te voorkomen kunnen er lamellen of shutters worden aangebracht aan de binnenzijde van de ramen.

Verzoek tot vernietiging van besluit van VVE over verwijdering van zonwering en van rolluiken.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechter acht het besluit om geen toestemming te verlenen voor plaatsing van een zonnescherm, anders dan verzoeker heeft betoogd, niet in strijd met het Modelreglement en/of het Huishoudelijk Reglement.

Door de VVE is aangevoerd dat de terrasafscheiding onderdeel is van de buitenzijde van het gebouw.

Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat alle terrassen dezelfde afscheiding hebben en dat die horen bij het gebouw. Het zonnescherm zal worden aangebracht aan de buitenzijde van het gebouw, waarvoor op grond van het Modelreglement expliciet de toestemming van de VVE is vereist.

Het Huishoudelijk Reglement geeft hiervoor geen bijzondere regels, die tot het oordeel zouden moeten leiden dat de VVE het verzoek tot toestemming ten onrechte heeft geweigerd.

In de notulen van de vergadering waarin het VVE-besluit is genomen, is over de argumenten van alle betrokkenen niets te vinden.

Bij de mondelinge behandeling heeft de VVE verklaard dat door de leden vooral esthetische bezwaren zijn geuit en gewezen is op het gevaar dat rolluiken een negatieve uitstraling hebben op het gebouw en de buurt. De associatie met een achterstandswijk ligt op de loer.

Toestaan leidt tot ongewenste precedentvorming. Voor de zonneschermen geldt dat er dan een ratjetoe aan zonneschermen zal ontstaan.

Daarvoor zouden volgens de VVE wel criteria kunnen worden vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement, maar zij wijst erop dat twee jaar geleden het Huishoudelijk Reglement is aangepast, doch niemand dit punt op de agenda heeft gezet.

De VVE heeft erop gewezen dat er alternatieven zijn voor zowel de beveiliging van het appartement als de zonwering.

De rechter vindt het niet onredelijk dat de VVE belang hecht aan de uitstraling en het karakter van het gebouw als geheel en daarbij naar uniformiteit streeft.

Toestemming geven voor het aanbrengen van rolluiken en een zonnescherm aan verzoeker kan ertoe leiden dat in de toekomst ook andere eigenaren daartoe willen overgaan.

Dit zal van invloed zijn op de uitstraling en het aangezicht van het gebouw.

Het VVE-besluit waarbij die toestemming is geweigerd, is daarom, gelet op alle belangen, niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid genomen.

De afweging kan anders uitvallen als de door verzoeker aangevoerde argumenten van een dusdanig gewicht zijn dat de VVE haar toestemming niet had mogen onthouden. Dat zijn ze echter niet.

De vrees van de VVE dat door het aanbrengen van rolluiken de open structuur verandert en de uitstraling van het gebouw negatiever zal worden, is begrijpelijk.

Verzoeker heeft gesteld dat er al eens bij hem is ingebroken. Hij heeft echter zijn argument, dat sprake is van een verhoogd inbraakrisico rondom het appartement, onvoldoende onderbouwd. Enkel het feit dat het appartement op de begane grond ligt is daarvoor niet genoeg.

Bovendien is niet aannemelijk geworden dat het aanbrengen van rolluiken het enige afdoende middel is bij inbraakpreventie. Dat rolluiken nodig zijn voor de warmte-isolatie heeft hij ook niet onderbouwd.

Met betrekking tot het zonnescherm heeft de VVE erop gewezen dat daarvoor voldoende alternatieven voorhanden zijn, zoals gordijnen of rolgordijnen die het licht tegenhouden en een losstaande zonwering op het terras of in de tuin.

Verzoeker heeft daar tegen ingebracht dat een losse zonwering niet de hele gevel bedekt en het terras gloeiend heet wordt.

De rechter constateert dat met het zonnescherm dat verzoeker aan beide zijden van zijn appartement op de terrasafscheidingen wil aanbrengen, vrijwel de hele tuin, die 3 meter diep en 5 meter breed is, wordt overdekt.

Ook dat geeft een andere uitstraling aan het gebouw. Tijdens de zitting is de mogelijkheid besproken om met de VVE een beleid te ontwikkelen voor het toestaan van zonwering, zodat er niet, zoals de VVE vreest, een ratjetoe ontstaat.

Dat vergt echter nieuwe besluitvorming. In afwachting daarvan is het VVE-besluit om geen toestemming te verlenen voor de door verzoeker voorgestelde zonwering niet onredelijk, temeer niet nu er alternatieven zijn.

Met een parasol kan een groot deel van het terras beschermd worden en met gordijnen of lamellen kan het bezwaar tegen het licht van de laagstaande zon worden verholpen.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de verzoeken worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.