De Rechtbank Amsterdam heeft op 3 september 2019 uitspraak gedaan over de vraag of de VVE de eigenaren van een appartement op de begane grond toestemming weigeren een aanbouw te bouwen.

Op grond van artikel 5:130 jo. artikel 2:15 BW is een besluit vernietigbaar indien het strijdig is met de wettelijke bepalingen die de bevoegdheid van de vergadering van eigenaars en de wijze van totstandkoming van besluiten regelen, dan wel in strijd is met het huishoudelijk reglement, of met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist.

Vernietiging besluit VVE? Toetsing. Belangenafweging. Mocht de VVE de eigenaren van een appartement op de begane grond toestemming weigeren een aanbouw te bouwen?

De rechter oordeelt als volgt.

Hier gaat het, gelet op het standpunt van verzoekers om een beroep op de laatste categorie.

Daarbij gaat het om een marginale toetsing van het besluit door de rechter.

Dat betekent het volgende.

Voorop staat dat besluiten worden genomen door de vergadering van eigenaars en dat een besluit dat door de meerderheid van de vergadering wordt gedragen bindend is voor de minderheid, ook als dat besluit voor die minderheid nadelig is.

Een besluit is dus niet reeds vernietigbaar simpelweg omdat de vergadering van eigenaars de tegengestelde belangen van verschillende appartementseigenaren ook op een andere wijze had kunnen waarderen en dat bij zo’n andere waardering van de belangen een ander besluit genomen had kunnen worden.

Het besluit behoort niet door de rechter aan zo’n volle toetsing te worden onderworpen.

Die ruime beoordelingsmarge heeft de rechter niet.

Daarmee zou afbreuk worden gedaan aan de beslissingsvrijheid die nu eenmaal toekomt aan een rechtspersoon, in dit geval een VvE.

Voor vernietiging van het besluit is dan ook alleen maar plaats indien de vergadering van eigenaars in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen.

Het voornaamste bezwaar van de VvE tegen het oprichten van de aanbouw is erin gelegen, samengevat, dat de aanbouw het zicht beïnvloedt vanuit de appartementen die gelegen zijn rondom het appartement van verzoekers.

De rechter overweegt daarover het volgende.

Het maakt voor de eigenaren en bewoners van de appartementen die recht boven en (links en rechts) schuin boven het appartement van verzoekers zijn gelegen verschil uit of zij vanuit hun huiskamers (die aan de achterzijde en tuinzijde van het gebouw zijn gesitueerd) of vanaf hun balkons, naar beneden kijkend, zicht hebben op de vrije ruimte van de tuin bij het appartement van verzoekers, zoals nu het geval is, of dat zij daarbij aankijken tegen en/of op de aanbouw.

Dat geldt met name voor de huidige of toekomstige eigenaar en bewoner van het appartement op de eerste etage, recht boven het appartement van verzoekers, maar ook voor de eigenaar en bewoner van de appartementen op de eerste etage, schuin (links en rechts) boven hun appartement.

De uitbouw is weliswaar even breed als het direct daarboven geplaatste balkon, maar steekt daar aan de lange zijde van het balkon in de diepte aan voorbij.

Dat is een, op zichzelf genomen, legitiem bezwaar van de VvE tegen het plaatsen van de aanbouw en ook een bezwaar dat ziet op een belang waarover de VvE heeft te waken.

Daar tegenover staat het belang van verzoekers dat hiervoor, samengevat is weergegeven.

Niet gesteld of gebleken is dat verzoekers niet de gelegenheid hebben gehad hun belang onder de aandacht te brengen van de vergadering van eigenaars en dat de vergadering hun belang desondanks niet heeft betrokken bij de besluitvorming.

Het is aan de vergadering van eigenaars om de tegengestelde belangen te wegen en op merites te beoordelen en om vervolgens tot een besluit te komen.

Dat het besluit, na die afweging van de betrokken belangen, in het nadeel van verzoekers is uitgevallen omdat de meerderheid van de aanwezige leden daarbij minder gewicht toekenden aan het belang van verzoekers en het belang van de VvE heeft laten prevaleren, leidt niet vanzelfsprekend tot de gevolgtrekking dat de vergadering niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen.

De afweging die de vergadering van eigenaars heeft gemaakt is niet onbegrijpelijk of onnavolgbaar.

Dat verzoekers, vanuit hun eigen belang redenerend, zelf vinden dat aan dat belang onvoldoende gewicht is toegekend, vormt geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit de hiervoor in rechtsoverweging omschreven toets niet kan doorstaan.

Het komt niet aan de rechter toe om de gemaakte belangenafweging geheel, ten volle, opnieuw te doen.

Dit betekent dat het verzoek van verzoekers niet toewijsbaar is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.