De Rechtbank Rotterdam heeft op 6 november 2019 uitspraak gedaan over een vordering tot nakoming van de splitsingsakte. Was een wijziging van de splitsingsakte noodzakelijk?

De advocaat van eiseres vordert op grond van deze splitsingsakte nakoming van enkele verplichtingen, te weten het opstellen van een begroting voor jaarlijkse kosten en een reservering voor groot onderhoud, het vaststellen van een hiervoor te betalen bijdrage, het afsluiten van een collectieve opstalverzekering en het opstellen van een onderhoudsplan.

Partijen zijn als appartementseigenaren gebonden aan de bepalingen van de splitsingsakte. In zoverre de splitsingsakte verplichtingen oplegt aan de appartementseigenaren die tussen de verschillende appartementseigenaren gelden kan eiseres kan op grond van artikel 3:296 BW nakoming daarvan vorderen ( GHAMS:2015:2900).

VvE. Vordering tot nakoming van de splitsingsakte. Wijziging van de splitsingsakte?

De rechter oordeelt als volgt.

Het gevorderde wordt afgewezen bij gebrek aan grondslag.

In artikel 11 lid 1 van de splitsingsakte is opgenomen dat door de penningmeester een begroting zal worden ontworpen en ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering zal worden voorgelegd.

In lid 2 van dit artikel is bepaald dat de appartementseigenaren maandelijks een bedrag, gebaseerd op de begroting als bedoeld in lid 1, in de voorschotkas zullen storten.

In artikel 23 van de splitsingsakte wordt bepaald dat het gebouw zal worden verzekerd bij één of meer door de vergadering van eigenaren (VVE) aan te wijzen verzekeraars.

Deze bepalingen leggen geen concrete verplichtingen op aan de appartementseigenaren jegens elkaar zodat zij geen grondslag bieden voor het gevorderde.

De rechter merkt hierbij nog het volgende op.

Partijen zijn van rechtswege lid van de vereniging van eigenaren van appartementsrechten (VvE).

Dit is een bijzondere gemeenschap waarop de bepalingen van titel 9 van boek 5 BW van toepassing zijn. Besluitvorming binnen de VvE is geregeld in de wet met daarop in aanvulling de splitsingsakte.

Een lid dat meent dat de VvE een bepaald besluit zou moeten nemen of een bepaalde actie zou moeten verrichten, dient daartoe een besluit op de vergadering van de VvE uit te lokken.

Voor zover de VvE niet het door dat lid gewenste besluit neemt, kan dat lid binnen vier weken vernietiging van het besluit (ex artikel 5:130 BW) door de kantonrechter vorderen en/of een vervangende machtiging (ex artikel 5:121 BW) aan de kantonrechter verzoeken.

Uit de door eiseres overgelegde notulen van de vergadering van de VvE blijkt dat ter zake de verzekeringskwestie een besluit in stemming is gebracht en dat dit besluit is verworpen.

Niet gebleken is dat er ter zake de punten die voor het overige worden gevorderd besluiten zijn genomen of verworpen.

Wat hier ook van zij eiseres heeft geen vernietiging van een besluit of een vervangende machtiging gevorderd, een vordering die ook overigens moet worden voorgelegd aan de kantonrechter.

Voor toewijzing van het gevorderde bestaat derhalve langs deze weg evenmin grondslag.

De vorderingen worden afgewezen.

De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, nu de daaraan gekoppelde vorderingen worden afgewezen.

Eiser vordert medewerking aan wijziging van artikel 9 van de splitsingsakte en verlening van een vervangende machtiging voor het wijzigen van de splitsingsakte.

Eiser heeft in dit verband aangevoerd dat de huidige kostenverdeling, gelet op het minimale oppervlakteverschil, niet overeenkomst met de werkelijke oppervlakte van de appartementen.

Eiser heeft zich ten aanzien van dit standpunt beroepen op de informatie van het Kadaster.

Gedaagde betwist dat het oppervlakteverschil minimaal is en voert aan dat de waarde van de woningen mede bepalend is voor het aandeel in de kosten en dat de woning van eiser met tuin, schuur en serre de kostenverdeling als bepaald in de splitsingsakte rechtvaardigt.

Artikel 5:139 BW bepaalt dat een wijziging van de akte van splitsing slechts kan geschieden met medewerking van alle appartementseigenaren.

Voor het geval een of meer eigenaren zonder redelijke grond hun medewerking of toestemming weigeren kan deze worden vervangen door een machtiging van de kantonrechter (artikel 5:140 BW).

Ingevolge het systeem van de wet zijn de regels betreffende zakelijke rechten, zoals het appartementsrecht, overwegend van dwingend recht.

Nu de wet een dergelijke specifieke regeling kent om de splitsingsakte te wijzigen bestaat er geen grondslag voor toewijzing van de primaire vordering.

Ter zake de subsidiaire vordering geldt dat eiser, in zoverre hij bedoelt te stellen dat gedaagde zonder redelijke grond haar medewerking aan wijziging van de splitsingsakte heeft geweigerd, deze stelling, mede gelet op hetgeen gedaagde heeft aangevoerd, onvoldoende heeft toegelicht en onderbouwd. De subsidiaire vordering wordt daarom eveneens afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat VVE over het appartementsrecht, over de akte van splitsing of het splitsingsreglement over de nietigheid of vernietigbaarheid van besluiten van de VVE of over de uitleg van de splitsingsakte, belt u dan gerust onze advocaat VVE op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het appartementsrecht, bezoek dan onze website over de VVE. Klik dan hier.